The R&A - Working for Golf
Procedures voor de bal: markeren, opnemen en schoonmaken; Terugplaatsen; Droppen in dropzone; Spelen van een verkeerde plaats
Spelerseditie
Zie Golfregels
Ga naar paragraaf
14.1
a
b
c
14.2
a
b
c
d
e
14.3
a
b
c
d
14.4
14.5
14.6
a
b
c
14.7
a
b

Doel van de regel: Regel 14 beschrijft wanneer en hoe je de plek van je stilliggende bal mag markeren, het opnemen en schoonmaken van je bal en hoe je de bal terug in het spel brengt, zodat hij van de juiste plaats wordt gespeeld.

  • Wanneer je bal is opgenomen of is bewogen en moet worden teruggeplaatst, moet dezelfde bal worden geplaatst op zijn oorspronkelijke plek.
  • Wanneer een belemmering wordt ontweken, met of zonder strafslag, moet je de oorspronkelijke bal of een vervangende bal droppen in een specifieke dropzone.

Je mag een fout bij het gebruik van deze procedures zonder straf herstellen voordat je bal is gespeeld, je krijgt echter een straf wanneer je de bal van een verkeerde plaats speelt.

14.1
De bal markeren, opnemen en schoonmaken
a
De plek van de op te nemen en terug te plaatsen bal moet worden gemarkeerd

Voordat je je bal opneemt volgens een regel die terugplaatsen op de oorspronkelijke plek voorschrijft, moet je de plek markeren door:

  • een balmarker te plaatsen direct achter of direct naast je bal, of
  • een club op de grond zetten direct achter of direct naast je bal.

Indien je je bal opneemt zonder de plek te markeren, de plek op een verkeerde manier markeert of een slag doet terwijl de balmarker er nog ligt, krijg je één strafslag.

Wanneer je je bal opneemt om volgens een regel een belemmering te ontwijken ben je niet verplicht om je bal te markeren.

b
Wie de bal mag opnemen

Het opnemen van je bal bij het toepassen van een regel mag uitsluitend worden gedaan door jouzelf of iemand die jij toestemming hebt gegeven dit te doen, maar je moet deze toestemming telkens apart geven voordat je bal wordt opgenomen en niet in het algemeen voor de gehele ronde.

Uitzondering - Jouw caddie mag jouw bal op de green zonder toestemming opnemen.

c
Opgenomen bal schoonmaken

Wanneer je je bal opneemt van de green mag deze altijd worden schoongemaakt. Wanneer je je bal ergens anders opneemt, mag deze altijd worden schoongemaakt, behalve wanneer je de bal opneemt:

  • Om vast te stellen of hij is ingesneden of gebarsten – schoonmaken is niet toegestaan.
  • Om hem te identificeren – schoonmaken is uitsluitend toegestaan voor zover nodig voor het identificeren.
  • Omdat hij het spel helpt of hindert - schoonmaken is niet toegestaan.
  • Om vast te stellen of de bal in een situatie ligt die mag worden ontweken – schoonmaken is niet toegestaan, tenzij je daarna een belemmering gaat ontwijken volgens een regel.

Indien je een opgenomen bal schoonmaakt terwijl dat niet is toegestaan, krijg je één strafslag.

14.2
De bal terugplaatsen
a
De oorspronkelijke bal moet worden gebruikt

Wanneer jouw bal moet worden teruggeplaatst nadat hij was opgenomen of bewogen, moet je oorspronkelijke bal worden gebruikt.

Uitzondering - Een andere bal mag worden gebruikt indien:

  • je je oorspronkelijke bal niet met normale inspanning binnen enkele seconden kan terugkrijgen;
  • je oorspronkelijke bal is ingesneden of gebarsten;
  • je het spel hervat nadat het is stilgelegd;
  • je oorspronkelijke bal is gespeeld door een andere speler als een verkeerde bal.
b
Wie de bal moet terugplaatsen en hoe hij moet worden teruggeplaatst

Het terugplaatsen van je bal bij het toepassen van een regel mag uitsluitend worden gedaan door jouzelf of iedere andere persoon die jouw bal heeft opgenomen of de beweging van jouw bal heeft veroorzaakt.

Wanneer je een bal speelt die is teruggeplaatst op een verkeerde manier of is teruggeplaatst door iemand die daartoe niet bevoegd was, krijg je één strafslag.

c
De plek waar de bal moet worden teruggeplaatst

Je bal moet worden teruggeplaatst op zijn oorspronkelijke plek (die bij benadering moet worden vastgesteld als die niet bekend is), behalve als de regels voorschrijven dat je de bal op een andere plek moet terugplaatsen.

Indien jouw bal stillag op, onder of tegen een vast obstakel, integraal deel van de baan, out-of-bounds markering of groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp:

  • Behoort de verticale positie ten opzichte van de grond ook tot de "plek" van je bal.
  • Betekent dit dat je bal moet worden teruggeplaatst op zijn oorspronkelijke plek op, onder of tegen een dergelijk voorwerp.
d
Waar de bal moet worden teruggeplaatst als de oorspronkelijke ligging is veranderd

Indien de ligging van je bal die is opgenomen of bewogen is veranderd, moet je de bal op de volgende manier terugplaatsen:

  • Als de bal in het zand lag:
    • Moet je de oorspronkelijke ligging zo goed mogelijk namaken.
    • Als de bal bedekt was met zand, mag je bij het namaken van de ligging een klein deel van de bal zichtbaar laten.
    Indien je de ligging niet goed namaakt en vervolgens de bal speelt, overtreed je deze regel en heb je van een verkeerde plaats gespeeld.
  • Behalve als je bal in het zand lag, moet je de bal terugplaatsen door deze te plaatsen op de dichtstbijzijnde plek met een ligging die zoveel mogelijk lijkt op de oorspronkelijke ligging die:
    • zich binnen één clublengte van de oorspronkelijke plek bevindt (die bij benadering moet worden vastgesteld als die niet bekend is);
    • zich niet dichter bij de hole bevindt, en
    • zich in hetzelfde gebied van de baan bevindt als die plek.

Als je weet dat de oorspronkelijke ligging is veranderd maar niet weet wat de ligging was, moet je de oorspronkelijke ligging schatten en je bal terugplaatsen.

Uitzondering - Voor liggingen die veranderd zijn terwijl het spel is stilgelegd en de bal is opgenomen, zie Regel 5.7d.

e
Wat te doen als de teruggeplaatste bal niet op de oorspronkelijke plek blijft liggen

Wanneer je probeert je bal terug te plaatsen, maar hij blijft niet liggen op de oorspronkelijke plek, moet je het een tweede keer proberen.

Wanneer je bal opnieuw niet op die plek blijft liggen, moet je de bal terugplaatsen door hem te plaatsen op de dichtstbijzijnde plek waar hij stil blijft liggen, maar met de volgende beperkingen die gerelateerd zijn aan de locatie van de oorspronkelijke plek:

  • De plek mag niet dichter bij de hole zijn.
  • Oorspronkelijke plek in het algemene gebied: de dichtstbijzijnde plek moet in het algemene gebied zijn.
  • Oorspronkelijke plek in een bunker of hindernis: de dichtstbijzijnde plek moet in dezelfde bunker of in dezelfde hindernis zijn.
  • Oorspronkelijke plek op de green: de dichtstbijzijnde plek moet op de green of in het algemene gebied zijn.

Straf voor het spelen van een vervangende bal die in strijd met de regels is ingebracht of het spelen van een verkeerde plaats in overtreding van Regel 14.2: algemene straf.

14.3
De bal droppen in de dropzone
a
De oorspronkelijke bal of een andere bal mag worden gebruikt

Elke keer als je een bal dropt of plaatst volgens deze regel mag je een andere bal gebruiken.

b
De bal moet op de juiste wijze worden gedropt

Je moet de bal op de juiste wijze droppen, hiervoor moet aan de volgende eisen worden voldaan:

  • Je moet de bal zelf droppen (dit mag niet worden gedaan door je caddie of iemand anders).
  • Je moet de bal loslaten van een plaats op kniehoogte zodat de bal:
    • recht naar beneden valt, zonder dat je hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die de plaats waar je bal tot stilstand zal komen zou kunnen beïnvloeden, en
    • geen enkel deel van je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt.
    “Kniehoogte” betekent de hoogte van je knie wanneer je rechtop staat.
    • De bal moet worden gedropt binnen de dropzone. Je mag zowel binnen als buiten de dropzone staan wanneer je de bal dropt.

    Indien je bal op een verkeerde manier is gedropt in overtreding van een of meer van bovenstaande eisen, moet je de bal opnieuw droppen op de juiste wijze. Er is geen beperking voor het aantal keren dat je dit moet doen.

    Een bal die op een verkeerde manier is gedropt telt niet mee als een van de twee vereiste drops voordat je bal moet worden geplaatst.

    Zie volledige regels Voor informatie over het doen van een slag naar een bal die op een verkeerde manier is gedropt en of één strafslag of de algemene straf van toepassing is.

    c
    Een bal die op de juiste wijze is gedropt moet tot stilstand komen in de dropzone

    Deze regel is alleen van toepassing wanneer de bal op de juiste wijze is gedropt volgens Regel 14.3b.

    Wanneer je het ontwijken van een belemmering hebt voltooid. Je hebt het ontwijken van een belemmering pas voltooid wanneer je bal op de juiste wijze is gedropt en tot stilstand is gekomen binnen de dropzone.

    Het maakt niet uit of je bal, nadat hij de grond heeft geraakt, een persoon, uitrusting of andere invloed van buitenaf raakt voordat hij tot stilstand komt:

    • Wanneer je bal tot stilstand is gekomen binnen de dropzone, heb je het ontwijken van de belemmering voltooid en moet de bal gespeeld worden zoals hij ligt.
    • Wanneer je bal tot stilstand komt buiten de dropzone, zie onderstaand “Wat te doen als een bal die op de juiste wijze is gedropt tot stilstand komt buiten de dropzone”.

    In beide gevallen is er voor geen enkele speler straf.

    Uitzondering - Wanneer een bal die op de juiste wijze is gedropt opzettelijk van richting wordt veranderd of gestopt door een persoon.

    Wat te doen als een bal die op de juiste wijze is gedropt tot stilstand komt buiten de dropzone. Je moet voor een tweede keer een bal op de juiste wijze droppen. Wanneer die bal ook tot stilstand komt buiten de dropzone, moet je het ontwijken van de belemmering voltooien door:

    • Een bal te plaatsen op de plek waar de bal die de tweede keer is gedropt voor het eerst de grond raakte.
    • Als de geplaatste bal niet blijft stilliggen op die plek, moet je nogmaals een bal op die plek plaatsen.
    • Als de bal die voor de tweede keer is geplaatst ook niet stil blijft liggen op die plek, moet je een bal plaatsen op de dichtstbijzijnde plek waar de bal stil blijft liggen in overeenstemming met de beperkingen in Regel 14.2e.
    d
    Wat te doen wanneer een bal, die op de juiste wijze is gedropt, opzettelijk van richting wordt veranderd of gestopt door een persoon

    Zie volledige regels Voor informatie over wat te doen wanneer je een bal op de juiste manier hebt gedropt maar hij is opzettelijk van richting veranderd of gestopt.

    Straf voor het spelen van een bal van een verkeerde plaats of het spelen van een bal die is geplaatst in plaats van gedropt in overtreding van Regel 14.3: algemene straf.

    14.4
    Wanneer je bal weer in het spel is nadat je oorspronkelijke bal uit het spel was

    Zie volledige regels Voor informatie over wanneer je bal weer in het spel is, waaronder ook wanneer je een bal vervangt terwijl dat niet is toegestaan of een procedure gebruikt die niet van toepassing is.

    14.5
    Herstellen van een fout bij het vervangen, terugplaatsen, droppen of plaatsen van je bal

    Je mag je bal zonder straf opnemen en je fout herstellen voordat je je bal speelt:

    • wanneer je de oorspronkelijke bal hebt vervangen door een ander bal terwijl dat niet is toegestaan, of
    • wanneer je jouw bal hebt teruggeplaatst, gedropt, of geplaatst (1) op een verkeerde plaats of hij is tot stilstand gekomen op een verkeerde plaats, (2) op een verkeerde manier of (3) door een procedure te gebruiken die niet van toepassing is.

    Zie volledige regels Voor meer informatie over het herstellen van een fout voordat je bal is gespeeld.

    14.6
    De volgende slag doen van de plek waar de vorige slag is gedaan

    Deze regel is van toepassing telkens als je verplicht bent of als het is toegestaan om je volgende slag te doen van de plek waar de vorige slag is gedaan (dit is bij het ontwijken met slag-en-afstand of bij het opnieuw spelen nadat een slag is vervallen of anderszins niet telt).

    a
    De vorige slag is gedaan van de afslagplaats

    Je oorspronkelijke bal of een vervangende bal moet worden gespeeld van een plek binnen de afslagplaats (en mag worden opgeteed).

    b
    De vorige slag is gedaan in het algemene gebied, hindernis of bunker

    Je oorspronkelijke bal of een vervangende bal moet worden gedropt in de dropzone die wordt bepaald door:

    • Referentiepunt: de plek waar je vorige slag is gedaan (die bij benadering moet worden vastgesteld als die niet bekend is).
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: één clublengte, maar met de volgende beperkingen:
    • Beperkingen van de plaats van de dropzone:
      • moet in hetzelfde gebied van de baan zijn als je referentiepunt, en
      • mag niet dichter bij de hole zijn dan je referentiepunt.
    c
    De vorige slag is gedaan op de green

    Je oorspronkelijke bal of een vervangende bal moet worden geplaatst op de plek waar je vorige slag is gedaan (die bij benadering moet worden vastgesteld als die niet bekend is).

    Straf voor het spelen van een bal van een verkeerde plaats in overtreding van Regel 14.6: algemene straf.

    14.7
    Spelen van een verkeerde plaats
    a
    De plaats van waar de bal gespeeld moet worden

    Na het beginnen van een hole moet je elke slag doen van de plaats waar je bal tot stilstand is gekomen, behalve als de regels eisen of toestaan dat je een bal speelt vanaf een andere plaats.

    Straf voor het spelen van een bal van een verkeerde plaats in overtreding van Regel 14.7a: algemene straf.

    b
    Hoe een hole uit te spelen nadat van een verkeerde plaats is gespeeld in strokeplay

    Indien je van een verkeerde plaats hebt gespeeld maar er geen sprake is van een ernstige overtreding, krijg je de algemene straf volgens Regel 14.7a. Je moet doorgaan met het spelen van de hole met de bal die is gespeeld van de verkeerde plaats.

    Indien je van een verkeerde plaats hebt gespeeld en er is sprake van een ernstige overtreding, moet je de fout herstellen door de hole uit te spelen van de juiste plaats. Indien je de fout niet herstelt, ben je gediskwalificeerd.

    Zie volledige regels Voor een uitleg over wat te doen wanneer je een ernstige overtreding hebt begaan door het spelen van een verkeerde plaats of als je niet zeker weet of je een ernstige overtreding hebt begaan.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Markeren

    De plek aangeven waar een bal stilligt door een balmarker neer te leggen direct achter of direct naast de bal of een club op de grond te zetten direct achter of direct naast de bal.

    Balmarker

    Een kunstmatig voorwerp dat wordt gebruikt om de plek van de bal te markeren, zoals een tee, een muntje, een voorwerp dat als balmarker is gemaakt of een ander klein uitrustingsstuk.

    Markeren

    De plek aangeven waar een bal stilligt door een balmarker neer te leggen direct achter of direct naast de bal of een club op de grond te zetten direct achter of direct naast de bal.

    Markeren

    De plek aangeven waar een bal stilligt door een balmarker neer te leggen direct achter of direct naast de bal of een club op de grond te zetten direct achter of direct naast de bal.

    Slag

    De voorwaartse beweging van je club om de bal te slaan.

    Balmarker

    Een kunstmatig voorwerp dat wordt gebruikt om de plek van de bal te markeren, zoals een tee, een muntje, een voorwerp dat als balmarker is gemaakt of een ander klein uitrustingsstuk.

    Markeren

    De plek aangeven waar een bal stilligt door een balmarker neer te leggen direct achter of direct naast de bal of een club op de grond te zetten direct achter of direct naast de bal.

    Ronde

    18 holes of minder, gespeeld in de volgorde zoals bepaald door de Commissie.

    Green

    Dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat speciaal is geprepareerd voor putten of door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Bal Bewogen

    Wanneer je stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog waarneembaar is (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

    Dit geldt voor een verplaatsing van je bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

    Indien je bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft je bal niet bewogen.

    Verkeerde bal

    Elke andere bal dan jouw:

    • bal in het spel (je oorspronkelijke bal of een vervangen bal);
    • provisionele bal (voordat je deze opgeeft onder Regel 18.3c), of
    • tweede bal bij strokeplay gespeeld volgens Regel 14.7b of 20.1c.

    Voorbeelden van een verkeerde bal zijn de bal in het spel van een andere speler, een achtergelaten bal en je eigen bal als die buiten de baan of verloren is of opgenomen is en nog niet terug in het spel is gebracht.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Bal Bewogen

    Wanneer je stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog waarneembaar is (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

    Dit geldt voor een verplaatsing van je bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

    Indien je bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft je bal niet bewogen.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Vast obstakel

    Elk obstakel dat niet kan worden bewogen zonder onredelijke inspanning of zonder beschadiging van het obstakel of de baan en dat verder niet voldoet aan de definitie van een los obstakel.

    Integraal deel van de baan

    Een kunstmatig object dat door de Commissie verklaard is een onderdeel te vormen van de uitdaging van het spelen van de baan waarvan ontwijken zonder straf niet is toegestaan.

    Kunstmatige objecten die door de Commissie tot integraal deel van de baan zijn verklaard, worden als vast beschouwd (zie Regel 8.1a). Echter indien een onderdeel van een integraal deel van de baan (zoals een poort of deur of een deel van een vastzittende kabel) voldoet aan de definitie van een los obstakel, wordt dat deel beschouwd als een los obstakel.

    Integrale delen zijn geen obstakels of out-of-bounds markeringen.

    Out-of-boundsmarkering

    Kunstmatige voorwerpen die buiten de baan (out-of-bounds) markeren of aangeven, zoals muren, omheiningen, palen en hekken waarvan ontwijken zonder straf niet is toegestaan.

    Daarbij hoort ook elke voet en paal van een omheining die buiten de baan aangeeft, maar geen schuinstaande schoren of tuidraden die zijn bevestigd aan een muur of omheining of enige opstap of trap, brug of soortgelijke constructie die gebruikt wordt om over de muur of omheining te komen.

    Out-of-bounds markeringen worden beschouwd als vast, zelfs als ze los staan of een onderdeel ervan los zit (zie Regel 8.1a).

    Out-of-bounds markeringen zijn geen obstakels of integrale delen van de baan.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Ligging

    De plek waar je bal stilligt en elk groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp, vast obstakel, integraal deel van de baan of out-of-bounds markering dat je bal raakt of zich er direct naast bevindt. Losse natuurlijke voorwerpen en losse obstakels maken geen deel uit van de ligging van een bal.

    Bal Bewogen

    Wanneer je stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog waarneembaar is (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

    Dit geldt voor een verplaatsing van je bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

    Indien je bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft je bal niet bewogen.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Ligging

    De plek waar je bal stilligt en elk groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp, vast obstakel, integraal deel van de baan of out-of-bounds markering dat je bal raakt of zich er direct naast bevindt. Losse natuurlijke voorwerpen en losse obstakels maken geen deel uit van de ligging van een bal.

    Ligging

    De plek waar je bal stilligt en elk groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp, vast obstakel, integraal deel van de baan of out-of-bounds markering dat je bal raakt of zich er direct naast bevindt. Losse natuurlijke voorwerpen en losse obstakels maken geen deel uit van de ligging van een bal.

    Ligging

    De plek waar je bal stilligt en elk groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp, vast obstakel, integraal deel van de baan of out-of-bounds markering dat je bal raakt of zich er direct naast bevindt. Losse natuurlijke voorwerpen en losse obstakels maken geen deel uit van de ligging van een bal.

    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Ligging

    De plek waar je bal stilligt en elk groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp, vast obstakel, integraal deel van de baan of out-of-bounds markering dat je bal raakt of zich er direct naast bevindt. Losse natuurlijke voorwerpen en losse obstakels maken geen deel uit van de ligging van een bal.

    Ligging

    De plek waar je bal stilligt en elk groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp, vast obstakel, integraal deel van de baan of out-of-bounds markering dat je bal raakt of zich er direct naast bevindt. Losse natuurlijke voorwerpen en losse obstakels maken geen deel uit van de ligging van een bal.

    Clublengte

    De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die je bij je hebt tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b (1)), anders dan een putter. Bijvoorbeeld als de langste club (anders dan een putter) die je bij je hebt tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is een clublengte voor jou voor die ronde 43 inch (109,22 cm).

    Hole

    Het eindpunt op de green van de hole die je speelt.

    Gebieden van de baan

    De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen: (1) het algemene gebied, (2) de afslagplaats waar je het spelen van een hole moet beginnen, (3) alle hindernissen, (4) alle bunkers en (5) de green van de hole die je speelt.

    Ligging

    De plek waar je bal stilligt en elk groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp, vast obstakel, integraal deel van de baan of out-of-bounds markering dat je bal raakt of zich er direct naast bevindt. Losse natuurlijke voorwerpen en losse obstakels maken geen deel uit van de ligging van een bal.

    Ligging

    De plek waar je bal stilligt en elk groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp, vast obstakel, integraal deel van de baan of out-of-bounds markering dat je bal raakt of zich er direct naast bevindt. Losse natuurlijke voorwerpen en losse obstakels maken geen deel uit van de ligging van een bal.

    Ligging

    De plek waar je bal stilligt en elk groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp, vast obstakel, integraal deel van de baan of out-of-bounds markering dat je bal raakt of zich er direct naast bevindt. Losse natuurlijke voorwerpen en losse obstakels maken geen deel uit van de ligging van een bal.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Hole

    Het eindpunt op de green van de hole die je speelt.

    Algemeen gebied

    Het gebied van de baan dat de hele baan omvat, behalve de overige vier gedefinieerde gebieden: (1) de afslagplaats waarvan je moet spelen bij aanvang van de hole je speelt, (2) alle hindernissen, (3) alle bunkers en (4) de green van de hole die je speelt.

    Het algemene gebied omvat ook alle andere afslaglocaties op de baan, anders dan de afslagplaats en alle verkeerde greens.

    Algemeen gebied

    Het gebied van de baan dat de hele baan omvat, behalve de overige vier gedefinieerde gebieden: (1) de afslagplaats waarvan je moet spelen bij aanvang van de hole je speelt, (2) alle hindernissen, (3) alle bunkers en (4) de green van de hole die je speelt.

    Het algemene gebied omvat ook alle andere afslaglocaties op de baan, anders dan de afslagplaats en alle verkeerde greens.

    Bunker

    Een speciaal bewerkt gebied met zand dat vaak een kuil is waaruit gras of aarde is verwijderd. Geen onderdeel van de bunker zijn:

    • de lip, muur of wand aan de rand van een bewerkt gebied bestaand uit aarde, gras, gestapelde graszoden of kunstmatig materiaal;
    • aarde of enig groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp binnen de grenzen van een bewerkt gebied (zoals gras, struiken of bomen);
    • zand dat over de grens van het bewerkte gebied heen of daarbuiten ligt, en
    • alle andere gebieden met zand op de baan die niet binnen de grenzen van een bewerkt gebied liggen (zoals woestijn en andere natuurlijke gebieden met zand of gebieden die ook wel "waste areas" worden genoemd).
    Hindernis

    Een gebied dat je met één strafslag mag ontwijken wanneer je bal erin ligt.

    Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

    • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heb je twee ontwijkmogelijkheden (Regels 17. 1d (1) en (2)).
    • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heb je naast de twee ontwijkmogelijkheden voor de gele hindernissen nog een extra zijwaartse ontwijkmogelijkheid (Regel 17. 1d (3)).

    Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

    De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag.

    De grens van een hindernis behoort te zijn aangegeven met palen of lijnen:

    • Palen: In het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
    • Lijnen: In het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis bepaald door de buitenkant (gezien vanuit de hindernis) van die lijnen en zijn die lijnen zelf in de hindernis.
    Bunker

    Een speciaal bewerkt gebied met zand dat vaak een kuil is waaruit gras of aarde is verwijderd. Geen onderdeel van de bunker zijn:

    • de lip, muur of wand aan de rand van een bewerkt gebied bestaand uit aarde, gras, gestapelde graszoden of kunstmatig materiaal;
    • aarde of enig groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp binnen de grenzen van een bewerkt gebied (zoals gras, struiken of bomen);
    • zand dat over de grens van het bewerkte gebied heen of daarbuiten ligt, en
    • alle andere gebieden met zand op de baan die niet binnen de grenzen van een bewerkt gebied liggen (zoals woestijn en andere natuurlijke gebieden met zand of gebieden die ook wel "waste areas" worden genoemd).
    Hindernis

    Een gebied dat je met één strafslag mag ontwijken wanneer je bal erin ligt.

    Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

    • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heb je twee ontwijkmogelijkheden (Regels 17. 1d (1) en (2)).
    • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heb je naast de twee ontwijkmogelijkheden voor de gele hindernissen nog een extra zijwaartse ontwijkmogelijkheid (Regel 17. 1d (3)).

    Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

    De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag.

    De grens van een hindernis behoort te zijn aangegeven met palen of lijnen:

    • Palen: In het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
    • Lijnen: In het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis bepaald door de buitenkant (gezien vanuit de hindernis) van die lijnen en zijn die lijnen zelf in de hindernis.
    Green

    Dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat speciaal is geprepareerd voor putten of door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

    Green

    Dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat speciaal is geprepareerd voor putten of door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

    Algemeen gebied

    Het gebied van de baan dat de hele baan omvat, behalve de overige vier gedefinieerde gebieden: (1) de afslagplaats waarvan je moet spelen bij aanvang van de hole je speelt, (2) alle hindernissen, (3) alle bunkers en (4) de green van de hole die je speelt.

    Het algemene gebied omvat ook alle andere afslaglocaties op de baan, anders dan de afslagplaats en alle verkeerde greens.

    Vervangen

    De bal die je gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Algemene straf

    Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Caddie

    Iemand die je tijdens een ronde helpt om je clubs te dragen, vervoeren of te verzorgen en/of om je advies te geven. Een caddie mag jou ook op andere manieren helpen (zie Regel 10.3b).

    Uitrusting

    Alles wat door jou of jouw caddie wordt gebruikt, gedragen, vastgehouden of meegevoerd. Voorwerpen die worden gebruikt voor het onderhoud van de baan, zoals harken, zijn alleen uitrusting als ze worden vastgehouden of meegevoerd door jou of jou caddie.

    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Dropzone

    Het gebied waarbinnen je een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft het gebruik van een dropzone voor waarvan de afmeting en plaats gebaseerd zijn op de volgende criteria:

    • Referentiepunt: het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentie punt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
    • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
      • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis,
      • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
      • Deze bevindt zich daar waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.
    Dropzone

    Het gebied waarbinnen je een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft het gebruik van een dropzone voor waarvan de afmeting en plaats gebaseerd zijn op de volgende criteria:

    • Referentiepunt: het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentie punt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
    • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
      • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis,
      • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
      • Deze bevindt zich daar waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Dropzone

    Het gebied waarbinnen je een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft het gebruik van een dropzone voor waarvan de afmeting en plaats gebaseerd zijn op de volgende criteria:

    • Referentiepunt: het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentie punt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
    • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
      • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis,
      • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
      • Deze bevindt zich daar waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.
    Uitrusting

    Alles wat door jou of jouw caddie wordt gebruikt, gedragen, vastgehouden of meegevoerd. Voorwerpen die worden gebruikt voor het onderhoud van de baan, zoals harken, zijn alleen uitrusting als ze worden vastgehouden of meegevoerd door jou of jou caddie.

    Invloed van buitenaf

    Elk van de volgende mensen of zaken die invloed kunnen hebben op wat er gebeurt met je bal of uitrusting of met de baan:

    • elke persoon (waaronder andere spelers), behalve jij en jouw caddie of jouw partner of tegenstander of ieder van hun caddies;
    • elk dier, en
    • elk natuurlijk of kunstmatig object of iets anders (waaronder een andere bal in beweging), behalve natuurkrachten.
    Dropzone

    Het gebied waarbinnen je een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft het gebruik van een dropzone voor waarvan de afmeting en plaats gebaseerd zijn op de volgende criteria:

    • Referentiepunt: het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentie punt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
    • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
      • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis,
      • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
      • Deze bevindt zich daar waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.
    Dropzone

    Het gebied waarbinnen je een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft het gebruik van een dropzone voor waarvan de afmeting en plaats gebaseerd zijn op de volgende criteria:

    • Referentiepunt: het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentie punt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
    • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
      • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis,
      • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
      • Deze bevindt zich daar waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Dropzone

    Het gebied waarbinnen je een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft het gebruik van een dropzone voor waarvan de afmeting en plaats gebaseerd zijn op de volgende criteria:

    • Referentiepunt: het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentie punt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
    • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
      • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis,
      • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
      • Deze bevindt zich daar waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Algemene straf

    Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

    Vervangen

    De bal die je gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Slag

    De voorwaartse beweging van je club om de bal te slaan.

    Slag

    De voorwaartse beweging van je club om de bal te slaan.

    Slag en afstand

    De procedure en straf wanneer je om een belemmering te ontwijken volgens Regels 17, 18 of 19 een bal speelt van de plaats waar je je vorige slag hebt gedaan (zie Regel 14.6).

    Slag

    De voorwaartse beweging van je club om de bal te slaan.

    Afslagplaats

    Het gebied waar je het spelen van een hole moet beginnen. De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

    • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
    • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.
    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Dropzone

    Het gebied waarbinnen je een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft het gebruik van een dropzone voor waarvan de afmeting en plaats gebaseerd zijn op de volgende criteria:

    • Referentiepunt: het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentie punt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
    • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
      • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis,
      • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
      • Deze bevindt zich daar waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.
    Slag

    De voorwaartse beweging van je club om de bal te slaan.

    Dropzone

    Het gebied waarbinnen je een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft het gebruik van een dropzone voor waarvan de afmeting en plaats gebaseerd zijn op de volgende criteria:

    • Referentiepunt: het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentie punt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
    • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
      • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis,
      • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
      • Deze bevindt zich daar waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.
    Clublengte

    De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die je bij je hebt tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b (1)), anders dan een putter. Bijvoorbeeld als de langste club (anders dan een putter) die je bij je hebt tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is een clublengte voor jou voor die ronde 43 inch (109,22 cm).

    Dropzone

    Het gebied waarbinnen je een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft het gebruik van een dropzone voor waarvan de afmeting en plaats gebaseerd zijn op de volgende criteria:

    • Referentiepunt: het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentie punt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
    • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
      • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis,
      • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
      • Deze bevindt zich daar waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.
    Gebieden van de baan

    De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen: (1) het algemene gebied, (2) de afslagplaats waar je het spelen van een hole moet beginnen, (3) alle hindernissen, (4) alle bunkers en (5) de green van de hole die je speelt.

    Hole

    Het eindpunt op de green van de hole die je speelt.

    Slag

    De voorwaartse beweging van je club om de bal te slaan.

    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Algemene straf

    Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

    Slag

    De voorwaartse beweging van je club om de bal te slaan.

    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Algemene straf

    Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Ernstige overtreding

    Bij strokeplay: wanneer het spelen van een verkeerde plaats je een beduidend voordeel op kan leveren ten opzichte van het spelen van de juiste plaats.

    Algemene straf

    Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Ernstige overtreding

    Bij strokeplay: wanneer het spelen van een verkeerde plaats je een beduidend voordeel op kan leveren ten opzichte van het spelen van de juiste plaats.