The R&A - Working for Golf
Ontwijken van abnormale baanomstandigheden (met inbegrip van vaste obstakels), situaties met gevaarlijke dieren, ingebedde bal
Spelerseditie
Zie Golfregels
Ga naar paragraaf
16.1
a
b
c
d
e
f
16.2
16.3
a
b
16.4

Doel van de regel: Regel 16 beschrijft wanneer en hoe je een situatie zonder straf mag ontwijken door een bal van een andere plek te spelen, bijvoorbeeld wanneer je in je spel wordt belemmerd door een abnormale baanomstandigheid of een situatie met gevaarlijke dieren.

  • Dit soort omstandigheden worden niet beschouwd als onderdeel van de uitdaging die bij het spelen van de baan hoort. Daarom mag je ze meestal zonder straf ontwijken, behalve in een hindernis.
  • Gewoonlijk doe je dat door een bal te droppen in een dropzone die wordt bepaald op basis van het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering.

Deze regel beschrijft ook de procedure om de dropzone te bepalen, waarin je zonder straf mag droppen, wanneer je je bal die in zijn eigen pitchmark is ingebed in het algemene gebied niet wil of kan spelen.

16.1
Abnormale baanomstandigheden (met inbegrip van vaste obstakels)

Deze regel beschrijft het zonder straf ontwijken van een belemmering door grond in bewerking, gaten gegraven door dieren, vaste obstakels of tijdelijk water.

Deze omstandigheden worden gezamenlijk abnormale baanomstandigheden genoemd, waarbij ieder zijn eigen definitie heeft.

a
Wanneer ontwijken is toegestaan

Er is sprake van een belemmering in ieder van de volgende gevallen:

  • je bal raakt of ligt in of op een abnormale baanomstandigheid;
  • een abnormale baanomstandigheid belemmert fysiek de ruimte voor het innemen van je stand of voor je voorgenomen swing, of
  • alleen wanneer je bal op de green ligt: een abnormale baanomstandigheid op of naast de green belemmert je speellijn.

Je mag een abnormale baanomstandigheid niet zonder straf ontwijken wanneer deze zich buiten de baan bevindt of wanneer je bal in een hindernis ligt.

Ontwijken niet toegestaan wanneer het duidelijk onredelijk is je bal te spelen. Ontwijken is niet toegestaan:

  • wanneer het spelen van je bal zoals hij ligt duidelijk onredelijk is door iets anders dan de abnormale baanomstandigheid (bijvoorbeeld wanneer je op een vast obstakel staat, maar je geen slag kunt doen omdat je bal in een struik ligt), of
  • omdat de belemmering alleen maar bestaat vanwege je keuze van club, type stand, swing of slagrichting en die keuze onder de gegeven omstandigheden duidelijk onredelijk is.
b
Ontwijken als je bal in het algemene gebied ligt

Als je bal in het algemene gebied ligt en er is sprake van een belemmering door een abnormale baanomstandigheid in de baan, mag je die belemmering zonder straf ontwijken door je oorspronkelijke bal of een andere bal te droppen zoals weergegeven in afbeelding 16.1b.

Ontwijken zonder straf is toegestaan, wanneer de bal in het algemene gebied ligt en er sprake is van een belemmering door een abnormale baanomstandigheid. Het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering behoort te worden vastgesteld en een bal moet worden gedropt in de dropzone en moet ook daarbinnen tot stilstand komen.

Referentiepunt: het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering.

Afmeting van de dropzone: één clublengte gemeten vanaf het referentiepunt.

Beperkingen van de dropzone. De dropzone:

  • mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt, en
  • moet in het algemene gebied liggen.

Opmerking voor spelers: Als je de belemmering ontwijkt, dan moet je de belemmering door een abnormale baanomstandigheid volledig ontwijken.

c
Ontwijken als je bal in een bunker ligt

Als je bal in een bunker ligt en er is sprake van een belemmering door een abnormale baanomstandigheid op de baan, heb je de keuze om:

  • Zonder straf de belemmering te ontwijken volgens Regel 16.1b met dien verstande dat:
    • Zowel het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering als de dropzone zich in de bunker moeten bevinden.
    • Als er geen dichtstbijzijnd punt zonder belemmering in de bunker kan worden gevonden, je de belemmering nog steeds mag ontwijken door als referentiepunt in de bunker het punt met de minste belemmering te kiezen.
  • De belemmering te ontwijken met straf door van buiten de bunker te spelen (ontwijken in een rechte lijn naar achteren). Met één strafslag mag je een bal droppen zoals weergegeven in afbeelding 16.1c.

De afbeelding gaat uit van een rechtshandige speler. Wanneer er sprake is van een belemmering door een abnormale baanomstandigheid in een bunker mag je die belemmering zonder straf ontwijken in de bunker volgens Regel 16.1b.

Je mag de belemmering buiten de bunker ontwijken met één strafslag. Ontwijken van de belemmering buiten de bunker gaat langs de referentielijn die in een rechte lijn loopt vanaf de hole door de oorspronkelijke plek van de bal in de bunker.

Referentiepunt: een door de speler op de baan maar buiten de bunker gekozen punt dat zich op de referentielijn bevindt en verder van de hole is gelegen dan de oorspronkelijke plek. Je mag daarbij zo ver naar achteren gaan als je wilt.

Afmeting van de dropzone: één clublengte gemeten vanaf het referentiepunt.

Beperkingen van de dropzone. De dropzone:

  • mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt, en
  • mag in ieder gebied van de baan zijn gelegen.

Opmerking voor spelers: Bij de keuze van het referentiepunt behoor je dat punt met een voorwerp te markeren (bijvoorbeeld met een tee).

d
Ontwijken als je bal op de green ligt

Als je bal op de green ligt en er is sprake van een belemmering door een abnormale baanomstandigheid, mag je die belemmering zonder straf ontwijken door je oorspronkelijk bal of een andere bal te plaatsen zoals weergegeven in afbeelding 16.1d.

De afbeelding gaat uit van een linkshandige speler. Wanneer een bal op de green ligt en er is sprake van een belemmering door een abnormale baanomstandigheid, mag je die belemmering zonder straf ontwijken door een bal te plaatsen op het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering (P1).

Beperkingen. Het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering moet zich bevinden:

  • op de green, of
  • in het algemene gebied.

Opmerking voor spelers:

  • Als je de belemmering ontwijkt, dan moet je de belemmering door een abnormale baanomstandigheid volledig ontwijken.
  • Als er geen dichtstbijzijnd punt zonder enige belemmering is, mag je de belemmering nog steeds zonder straf ontwijken door het punt van de minste belemmering als referentiepunt aan te houden, welk punt op de green of in het algemene gebied moet liggen.
e
Ontwijken indien je bal niet wordt gevonden in of op een abnormale baanomstandigheid

Als je bal niet wordt gevonden terwijl het bekend of praktisch zeker is dat deze binnen de baan in of op een abnormale baanomstandigheid terecht is gekomen, mag je deze situatie ontwijken volgens Regel 16.1b, c of d. Dat doe je door het punt waar de bal voor het laatst de grens van de abnormale baanomstandigheid binnen de baan heeft gekruist bij benadering vast te stellen en als referentiepunt te nemen.

Zie volledige regels Voor meer informatie over hoe te ontwijken als je bal in of op een abnormale baanomstandigheid ligt maar niet wordt gevonden.

f
Verplicht ontwijken van een belemmering in een verboden speelzone die binnen een abnormale baanomstandigheid ligt

In elk van de volgende situaties mag je bal niet worden gespeeld zoals hij ligt:

  • Indien je bal in een verboden speelzone ligt die binnen een abnormale baanomstandigheid ligt. Je moet deze situatie ontwijken volgens Regel 16.1b, c of d.
  • Indien je bal niet in een verboden speelzone ligt, maar een verboden speelzone (ongeacht of die zone zich binnen een abnormale baanomstandigheid of in een hindernis bevindt) belemmert wel de ruimte voor het innemen van je stand of voorgenomen swing. Je moet deze situatie ontwijken volgens Regel 16.1 of je bal onspeelbaar verklaren volgens Regel 19 (behalve wanneer je bal in een hindernis ligt).

Straf voor het spelen van een verkeerde plaats in overtreding van Regel 16.1: algemene straf.

16.2
Situatie met gevaarlijke dieren

Er is sprake van een "situatie met gevaarlijke dieren" wanneer door een gevaarlijk dier (zoals een giftige slang of een alligator) in de nabijheid van je bal de mogelijkheid bestaat dat je ernstige fysieke verwondingen oploopt als je je bal zou spelen zoals hij ligt.

Zie volledige regels Voor informatie hoe te handelen bij het ontwijken van een situatie met gevaarlijke dieren.

16.3
Ingebedde bal
a
Wanneer ontwijken is toegestaan

Ontwijken is alleen toegestaan wanneer je bal is ingebed in het algemene gebied. Maar als je bal is ingebed op de green, mag je de plek van je bal markeren, je bal opnemen en schoonmaken en de schade repareren. Je bal moet vervolgens worden teruggeplaatst op zijn oorspronkelijke plek.

Uitzonderingen - Ontwijken is niet toegestaan voor je ingebedde bal in het algemene gebied:

  • wanneer je bal is ingebed in zand in een gedeelte van het algemene gebied waar het gras niet op fairwayhoogte of korter is gemaaid, of
  • wanneer de belemmering door iets anders dan je ingebedde bal het doen van een slag duidelijk onredelijk maakt (bijvoorbeeld als je niet in staat bent een slag te doen omdat je bal in een struik ligt).

Je bal is alleen dan ingebed, wanneer hij als gevolg van je vorige slag in zijn eigen pitchmark ligt zodanig dat een deel van je bal zich onder het grondoppervlak bevindt.

b
Ontwijken vanwege een ingebedde bal

Wanneer je bal is ingebed in het algemene gebied, mag je die situatie zonder straf ontwijken door je oorspronkelijke bal of een andere bal te droppen zoals weergegeven in afbeelding 16.3b

Wanneer een bal is ingebed in het algemene gebied, mag deze belemmering worden ontweken zonder straf. Het referentiepunt voor het ontwijken zonder straf is de plek direct achter waar de bal is ingebed. Je moet een bal droppen in de dropzone en de bal moet ook in de dropzone tot stilstand komen.

Referentiepunt: het punt direct achter waar de bal is ingebed.

Afmeting van de dropzone: één clublengte gemeten vanaf het referentiepunt.

Beperkingen van de dropzone. De dropzone:

  • mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt, en
  • moet in het algemene gebied liggen.

Straf voor het spelen van een verkeerde plaats in strijd met Regel 16.3: algemene straf.

16.4
Opnemen van je bal om te zien of er sprake is van een situatie waarbij ontwijken is toegestaan

Wanneer je redelijkerwijs van mening bent dat sprake is van een situatie waarbij volgens de regels zonder straf ontwijken is toegestaan, maar je kunt dat niet vaststellen zonder je bal op te nemen, mag je de plek van de bal markeren en je bal opnemen om te zien of ontwijken is toegestaan. De opgenomen bal mag niet worden schoongemaakt (behalve wanneer deze op de green ligt).

Zie volledige regels Voor meer informatie over het opnemen van je bal om na te gaan of er sprake is van een omstandigheid waarbij ontwijken is toegestaan, met inbegrip van het opnemen van je bal zonder redelijke overtuiging dat dit ook zou mogen.

Grond in bewerking - Ground Under Repair

Elk deel van de baan dat door de Commissie tot grond in bewerking is verklaard (door het te markeren of op een andere manier aan te duiden).

Grond in bewerking omvat ook de volgende zaken, zelfs als de Commissie deze niet als zodanig heeft vastgesteld:

  • Elk gat gemaakt door de Commissie of het baanpersoneel om:
    • de baan in te richten (zoals een gat waar een paal is verwijderd of de hole op een dubbele green die wordt gebruikt bij het spelen van een andere hole), of
    • de baan te onderhouden (zoals een gat gemaakt bij het verwijderen van graszoden of een boomstronk of om leidingen te leggen, met uitzondering van beluchtingsgaten).
    • Maaisel, bladeren en elk ander materiaal dat is opgehoopt om later te verwijderen, maar:
      • alle natuurlijke materialen opgehoopt om te verwijderen zijn ook losse natuurlijke voorwerpen en
      • alle materialen die op de baan zijn achtergelaten zonder de bedoeling ze op te ruimen zijn geen grond in bewerking, tenzij de Commissie ze als zodanig heeft gedefinieerd.
    • Enig leefgebied (habitat) van dieren (zoals een vogelnest) dat zich zo dicht bij je bal bevindt dat je stand of slag het zou kunnen beschadigen, behalve als het leefgebieden (habitats) betreft van dieren die als losse natuurlijke voorwerpen zijn gedefinieerd (zoals wormen en insecten).

    De grens van grond in bewerking behoort te worden gemarkeerd door palen of lijnen:

    • Palen: In het geval van palen wordt de grens van de grond in bewerking bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de grond in bewerking) van die palen op grondhoogte en staan de palen zelf in de grond in bewerking.
    • Lijnen: In het geval van geverfde lijnen op de grond is de grens van de grond in bewerking de buitenkant (gezien vanuit de grond in bewerking) van die lijnen en zijn die lijnen zelf in de grond in bewerking.
    Gat gemaakt door een dier

    Elk gat door een dier in de grond gegraven, behalve gaten gegraven door dieren die ook zijn gedefinieerd als losse natuurlijke voorwerpen (zoals wormen of insecten).

    Het begrip gat gemaakt door een dier omvat:

    • het losse materiaal dat het dier uit het gat heeft gegraven;
    • elk uitgesleten spoor of pad dat naar het gat leidt, en
    • elk gebied op de grond dat omhoog is geduwd of veranderd, doordat het dier het gat onder de grond heeft gegraven.
    Vast obstakel

    Elk obstakel dat niet kan worden bewogen zonder onredelijke inspanning of zonder beschadiging van het obstakel of de baan en dat verder niet voldoet aan de definitie van een los obstakel.

    Tijdelijk water

    Iedere tijdelijke concentratie van water op de grond (zoals regen- of beregeningsplassen of plassen als gevolg van het overlopen van enige waterpartij) die zich buiten een hindernis bevindt en die zichtbaar is voor of nadat je je stand inneemt (zonder daarbij overdreven met je voeten druk uit te oefenen op de grond).

    Het is niet voldoende als de grond alleen nat, modderig of zacht is of dat er alleen even water zichtbaar is als je op de grond stapt; er moet een concentratie van water zichtbaar blijven voor of nadat je je stand hebt ingenomen.

    Bijzonderheden:

    • Dauw en rijp zijn geen tijdelijk water.
    • Sneeuw en natuurlijk ijs (behalve rijp) zijn losse natuurlijke voorwerpen of, als ze op de grond liggen, tijdelijk water, naar jouw keuze.
    • Gefabriceerd ijs is een obstakel.
    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Stand

    De positie van je voeten en lichaam in voorbereiding op en voor het doen van je slag.

    Green

    Dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat speciaal is geprepareerd voor putten of door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Green

    Dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat speciaal is geprepareerd voor putten of door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

    Speellijn

    De lijn waarlangs je je bal wilt laten gaan na een slag plus een redelijke ruimte boven de grond en aan beide zijden van deze lijn.

    De speellijn is niet noodzakelijkerwijs een rechte lijn tussen twee punten (het kan bijvoorbeeld een gebogen lijn zijn afhankelijk van de baan die je je bal wilt laten afleggen).

    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Hindernis

    Een gebied dat je met één strafslag mag ontwijken wanneer je bal erin ligt.

    Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

    • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heb je twee ontwijkopties (Regels 17.1d(1) en (2)).
    • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heb je naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

    Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

    De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag.

    De grens van een hindernis behoort te zijn aangegeven met palen of lijnen:

    • Palen: In het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
    • Lijnen: In het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis bepaald door de buitenkant (gezien vanuit de hindernis) van die lijnen en zijn die lijnen zelf in de hindernis.
    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Vast obstakel

    Elk obstakel dat niet kan worden bewogen zonder onredelijke inspanning of zonder beschadiging van het obstakel of de baan en dat verder niet voldoet aan de definitie van een los obstakel.

    Slag

    De voorwaartse beweging van je club om de bal te slaan.

    Stand

    De positie van je voeten en lichaam in voorbereiding op en voor het doen van je slag.

    Algemeen gebied

    Het gebied van de baan dat de hele baan omvat, behalve de overige vier gedefinieerde gebieden: (1) de afslagplaats waarvan je moet spelen bij aanvang van de hole je speelt, (2) alle hindernissen, (3) alle bunkers en (4) de green van de hole die je speelt.

    Het algemene gebied omvat ook alle andere afslaglocaties op de baan, anders dan de afslagplaats en alle verkeerde greens.

    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Baan

    Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan. Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Bunker

    Een speciaal bewerkt gebied met zand dat vaak een kuil is waaruit gras of aarde is verwijderd. Geen onderdeel van de bunker zijn:

    • de lip, muur of wand aan de rand van een bewerkt gebied bestaand uit aarde, gras, gestapelde graszoden of kunstmatig materiaal;
    • aarde of enig groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp binnen de grenzen van een bewerkt gebied (zoals gras, struiken of bomen);
    • zand dat over de grens van het bewerkte gebied heen of daarbuiten ligt, en
    • alle andere gebieden met zand op de baan die niet binnen de grenzen van een bewerkt gebied liggen (zoals woestijn en andere natuurlijke gebieden met zand of gebieden die ook wel "waste areas" worden genoemd).
    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Baan

    Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan. Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

    Dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering

    Het referentiepunt voor het ontwijken zonder straf van een belemmering door een abnormale baanomstandigheid (Regel 16.1), een situatie met gevaarlijke dieren (Regel 16.2), een verkeerde green (Regel 13.1f) of een verboden speelzone (Regels 16.1f en 17.1e) of bij het handelen volgens een plaatselijke regel.

    Het is het bij benadering vastgestelde punt dat, als je bal daar zou liggen:

    • het dichtst bij de oorspronkelijke plek van je bal is, maar niet dichter bij de hole dan die plek;
    • in het vereiste gebied van de baan is, en
    • waar, als je bal daar zou liggen, de belemmering die je wilt ontwijken niet meer bestaat voor de slag zoals je die op de oorspronkelijke plek, zonder de belemmering, zou hebben gedaan.

    Om dit referentiepunt te bepalen, moet je vaststellen met welke club, stand, swing en speellijn je de slag zou hebben gedaan.

    Dropzone

    Het gebied waarbinnen je een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft het gebruik van een dropzone voor waarvan de afmeting en plaats gebaseerd zijn op de volgende criteria:

    • Referentiepunt: het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentie punt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
    • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
      • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis,
      • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
      • Deze bevindt zich daar waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.
    Bunker

    Een speciaal bewerkt gebied met zand dat vaak een kuil is waaruit gras of aarde is verwijderd. Geen onderdeel van de bunker zijn:

    • de lip, muur of wand aan de rand van een bewerkt gebied bestaand uit aarde, gras, gestapelde graszoden of kunstmatig materiaal;
    • aarde of enig groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp binnen de grenzen van een bewerkt gebied (zoals gras, struiken of bomen);
    • zand dat over de grens van het bewerkte gebied heen of daarbuiten ligt, en
    • alle andere gebieden met zand op de baan die niet binnen de grenzen van een bewerkt gebied liggen (zoals woestijn en andere natuurlijke gebieden met zand of gebieden die ook wel "waste areas" worden genoemd).
    Dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering

    Het referentiepunt voor het ontwijken zonder straf van een belemmering door een abnormale baanomstandigheid (Regel 16.1), een situatie met gevaarlijke dieren (Regel 16.2), een verkeerde green (Regel 13.1f) of een verboden speelzone (Regels 16.1f en 17.1e) of bij het handelen volgens een plaatselijke regel.

    Het is het bij benadering vastgestelde punt dat, als je bal daar zou liggen:

    • het dichtst bij de oorspronkelijke plek van je bal is, maar niet dichter bij de hole dan die plek;
    • in het vereiste gebied van de baan is, en
    • waar, als je bal daar zou liggen, de belemmering die je wilt ontwijken niet meer bestaat voor de slag zoals je die op de oorspronkelijke plek, zonder de belemmering, zou hebben gedaan.

    Om dit referentiepunt te bepalen, moet je vaststellen met welke club, stand, swing en speellijn je de slag zou hebben gedaan.

    Bunker

    Een speciaal bewerkt gebied met zand dat vaak een kuil is waaruit gras of aarde is verwijderd. Geen onderdeel van de bunker zijn:

    • de lip, muur of wand aan de rand van een bewerkt gebied bestaand uit aarde, gras, gestapelde graszoden of kunstmatig materiaal;
    • aarde of enig groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp binnen de grenzen van een bewerkt gebied (zoals gras, struiken of bomen);
    • zand dat over de grens van het bewerkte gebied heen of daarbuiten ligt, en
    • alle andere gebieden met zand op de baan die niet binnen de grenzen van een bewerkt gebied liggen (zoals woestijn en andere natuurlijke gebieden met zand of gebieden die ook wel "waste areas" worden genoemd).
    Bunker

    Een speciaal bewerkt gebied met zand dat vaak een kuil is waaruit gras of aarde is verwijderd. Geen onderdeel van de bunker zijn:

    • de lip, muur of wand aan de rand van een bewerkt gebied bestaand uit aarde, gras, gestapelde graszoden of kunstmatig materiaal;
    • aarde of enig groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp binnen de grenzen van een bewerkt gebied (zoals gras, struiken of bomen);
    • zand dat over de grens van het bewerkte gebied heen of daarbuiten ligt, en
    • alle andere gebieden met zand op de baan die niet binnen de grenzen van een bewerkt gebied liggen (zoals woestijn en andere natuurlijke gebieden met zand of gebieden die ook wel "waste areas" worden genoemd).
    Punt met de minste belemmering

    Het referentiepunt om zonder straf een belemmering door een abnormale baanomstandigheid te ontwijken in een bunker (Regel 16.1c) of op een green (Regel 16.1d) wanneer er geen dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering is.

    Het is het bij benadering vastgestelde punt dat, als je bal daar zou liggen:

    • het dichtst bij de oorspronkelijke plek van de bal is, maar niet dichter bij de hole dan die plek;
    • in het vereiste gebied van de baan is, en
    • waar de abnormale baanomstandigheid de minste hinder oplevert voor de slag die je van de oorspronkelijke plek zou hebben gedaan als deze belemmering er niet geweest zou zijn.

    Om dit referentiepunt te bepalen, moet je vaststellen met welke club, stand, swing en speellijn je de slag zou hebben gedaan.

    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Green

    Dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat speciaal is geprepareerd voor putten of door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Bekend of praktisch zeker

    De maatstaf om te bepalen wat er met je bal is gebeurd – bijvoorbeeld of je bal tot stilstand is gekomen in een hindernis, of hij is bewogen of waardoor hij is bewogen.

    Bekend of praktisch zeker betekent meer dan alleen mogelijk of waarschijnlijk. Het betekent dat:

    • er afdoende bewijs is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden met je bal, zoals wanneer jij of een andere getuige het hebben zien gebeuren, of
    • hoewel er een geringe mate van twijfel is, alle redelijkerwijs beschikbare informatie aantoont dat het ten minste voor 95% zeker is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.
    Baan

    Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan. Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Baan

    Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan. Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

    Verboden speelzone

    Een deel van de baan waar de Commissie het spelen van een bal heeft verboden. Een verboden speelzone moet worden gemarkeerd als een deel van óf een abnormale baanomstandigheid óf een hindernis.

    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Verboden speelzone

    Een deel van de baan waar de Commissie het spelen van een bal heeft verboden. Een verboden speelzone moet worden gemarkeerd als een deel van óf een abnormale baanomstandigheid óf een hindernis.

    Verboden speelzone

    Een deel van de baan waar de Commissie het spelen van een bal heeft verboden. Een verboden speelzone moet worden gemarkeerd als een deel van óf een abnormale baanomstandigheid óf een hindernis.

    Abnormale baanomstandigheden

    Een gat van een dier, grond in bewerking, een vast obstakel of tijdelijk water.

    Hindernis

    Een gebied dat je met één strafslag mag ontwijken wanneer je bal erin ligt.

    Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

    • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heb je twee ontwijkopties (Regels 17.1d(1) en (2)).
    • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heb je naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

    Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

    De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag.

    De grens van een hindernis behoort te zijn aangegeven met palen of lijnen:

    • Palen: In het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
    • Lijnen: In het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis bepaald door de buitenkant (gezien vanuit de hindernis) van die lijnen en zijn die lijnen zelf in de hindernis.
    Stand

    De positie van je voeten en lichaam in voorbereiding op en voor het doen van je slag.

    Hindernis

    Een gebied dat je met één strafslag mag ontwijken wanneer je bal erin ligt.

    Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

    • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heb je twee ontwijkopties (Regels 17.1d(1) en (2)).
    • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heb je naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

    Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

    De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag.

    De grens van een hindernis behoort te zijn aangegeven met palen of lijnen:

    • Palen: In het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
    • Lijnen: In het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis bepaald door de buitenkant (gezien vanuit de hindernis) van die lijnen en zijn die lijnen zelf in de hindernis.
    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Algemene straf

    Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

    Dier

    Ieder dierlijk levend wezen (anders dan mensen).

    Ingebed

    Je bal is ingebed wanneer deze als gevolg van de vorige slag in zijn eigen pitchmark ligt, zodanig dat enig deel van de bal zich onder het grondoppervlak bevindt. Om ingebed te zijn, is het niet noodzakelijk dat je bal aarde raakt (er mag bijvoorbeeld gras of losse natuurlijke voorwerpen tussen je bal en de aarde zitten).

    Algemeen gebied

    Het gebied van de baan dat de hele baan omvat, behalve de overige vier gedefinieerde gebieden: (1) de afslagplaats waarvan je moet spelen bij aanvang van de hole je speelt, (2) alle hindernissen, (3) alle bunkers en (4) de green van de hole die je speelt.

    Het algemene gebied omvat ook alle andere afslaglocaties op de baan, anders dan de afslagplaats en alle verkeerde greens.

    Ingebed

    Je bal is ingebed wanneer deze als gevolg van de vorige slag in zijn eigen pitchmark ligt, zodanig dat enig deel van de bal zich onder het grondoppervlak bevindt. Om ingebed te zijn, is het niet noodzakelijk dat je bal aarde raakt (er mag bijvoorbeeld gras of losse natuurlijke voorwerpen tussen je bal en de aarde zitten).

    Green

    Dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat speciaal is geprepareerd voor putten of door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

    Markeren

    De plek aangeven waar een bal stilligt door een balmarker neer te leggen direct achter of direct naast de bal of een club op de grond te zetten direct achter of direct naast de bal.

    Terugplaatsen

    Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

    Ingebed

    Je bal is ingebed wanneer deze als gevolg van de vorige slag in zijn eigen pitchmark ligt, zodanig dat enig deel van de bal zich onder het grondoppervlak bevindt. Om ingebed te zijn, is het niet noodzakelijk dat je bal aarde raakt (er mag bijvoorbeeld gras of losse natuurlijke voorwerpen tussen je bal en de aarde zitten).

    Algemeen gebied

    Het gebied van de baan dat de hele baan omvat, behalve de overige vier gedefinieerde gebieden: (1) de afslagplaats waarvan je moet spelen bij aanvang van de hole je speelt, (2) alle hindernissen, (3) alle bunkers en (4) de green van de hole die je speelt.

    Het algemene gebied omvat ook alle andere afslaglocaties op de baan, anders dan de afslagplaats en alle verkeerde greens.

    Ingebed

    Je bal is ingebed wanneer deze als gevolg van de vorige slag in zijn eigen pitchmark ligt, zodanig dat enig deel van de bal zich onder het grondoppervlak bevindt. Om ingebed te zijn, is het niet noodzakelijk dat je bal aarde raakt (er mag bijvoorbeeld gras of losse natuurlijke voorwerpen tussen je bal en de aarde zitten).

    Slag

    De voorwaartse beweging van je club om de bal te slaan.

    Slag

    De voorwaartse beweging van je club om de bal te slaan.

    Ingebed

    Je bal is ingebed wanneer deze als gevolg van de vorige slag in zijn eigen pitchmark ligt, zodanig dat enig deel van de bal zich onder het grondoppervlak bevindt. Om ingebed te zijn, is het niet noodzakelijk dat je bal aarde raakt (er mag bijvoorbeeld gras of losse natuurlijke voorwerpen tussen je bal en de aarde zitten).

    Slag

    De voorwaartse beweging van je club om de bal te slaan.

    Ingebed

    Je bal is ingebed wanneer deze als gevolg van de vorige slag in zijn eigen pitchmark ligt, zodanig dat enig deel van de bal zich onder het grondoppervlak bevindt. Om ingebed te zijn, is het niet noodzakelijk dat je bal aarde raakt (er mag bijvoorbeeld gras of losse natuurlijke voorwerpen tussen je bal en de aarde zitten).

    Algemeen gebied

    Het gebied van de baan dat de hele baan omvat, behalve de overige vier gedefinieerde gebieden: (1) de afslagplaats waarvan je moet spelen bij aanvang van de hole je speelt, (2) alle hindernissen, (3) alle bunkers en (4) de green van de hole die je speelt.

    Het algemene gebied omvat ook alle andere afslaglocaties op de baan, anders dan de afslagplaats en alle verkeerde greens.

    Droppen

    De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt. Iedere regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

    Bij het droppen moet je de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

    • recht naar beneden valt zonder dat je deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats kan beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt, en
    • nergens je lichaam of uitrusting raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
    Verkeerde plaats

    Iedere andere plaats op de baan dan waar je volgens de regels je bal moet of mag spelen.

    Algemene straf

    Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

    Markeren

    De plek aangeven waar een bal stilligt door een balmarker neer te leggen direct achter of direct naast de bal of een club op de grond te zetten direct achter of direct naast de bal.

    Green

    Dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat speciaal is geprepareerd voor putten of door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).