The R&A - Working for Golf
Bal in beweging raakt per ongeluk een persoon, dier of voorwerp; Opzettelijke handelingen om invloed uit te oefenen op een bal in beweging
The Rules of Golf
Zie Spelerseditie
Ga naar paragraaf
11.1
a
b
11.2
a
b
c
11.3

Doel van de regel: Regel 11 beschrijft wat de speler moet doen als zijn bal in beweging een persoon, een dier, uitrusting of iets anders op de baan raakt. Er volgt geen straf wanneer dit per ongeluk gebeurt en gewoonlijk moet de speler het resultaat accepteren, of dat nu gunstig is of niet, en de bal spelen vanwaar hij tot stilstand komt. Regel 11 beperkt ook de mogelijkheid om opzettelijk handelingen te verrichten die van invloed zijn op de plaats waar de bal tot stilstand kan komen.

11
Bal in beweging raakt per ongeluk een persoon, dier of voorwerp; Opzettelijke handelingen om invloed uit te oefenen op een bal in beweging

Deze regel is van toepassing op elk moment dat een bal in het spel in beweging is (na een slag of anderszins), behalve wanneer een bal is gedropt in een dropzone en nog niet tot stilstand is gekomen. Die situatie wordt behandeld in Regel 14.3.

11.1
Bal in beweging raakt per ongeluk een persoon of een invloed van buitenaf
a
Geen enkele speler krijgt straf

Als de bal in beweging van de speler per ongeluk een persoon raakt of een invloed van buitenaf:

  • Krijgt geen enkele speler straf.
  • Dit geldt ongeacht of de bal de speler raakt, de tegenstander of elke andere speler of hun caddies of uitrusting.

Uitzondering – Bal gespeeld op de green bij strokeplay: Als de bal in beweging van de speler een andere stilliggende bal op de green raakt en beide ballen lagen op de green voordat de slag werd gedaan, krijgt de speler de algemene straf (twee strafslagen).

 
b
De bal moet worden gespeeld zoals hij ligt

Als de bal in beweging van de speler per ongeluk een persoon of een invloed van buitenaf raakt, moet de bal worden gespeeld zoals hij ligt, behalve in twee situaties:

Uitzondering 1 – Wanneer de bal waar vandaan ook gespeeld maar niet op de green tot stilstand komt op een persoon, een dier of een bewegende invloed van buitenaf: De speler mag de bal niet spelen zoals hij ligt. In plaats daarvan moet de speler de situatie ontwijken:

  • Wanneer de bal ergens op de baan ligt, maar niet op de green. De speler moet de oorspronkelijke bal of een vervangende bal droppen in deze dropzone (zie Regel 14.3):
    • Referentiepunt: Het bij benadering vastgestelde punt, recht onder de plek waar de bal initieel tot stilstand kwam op de persoon, het dier of de bewegende invloed van buitenaf.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: Eén clublengte, maar met de volgende beperkingen:
    • Beperkingen voor de plaats van de dropzone:
      • De dropzone moet in hetzelfde gebied van de baan zijn als het referentiepunt.
      • De dropzone mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt.
  • Wanneer de bal op de green ligt. De speler moet de oorspronkelijke bal of een vervangende bal plaatsen op de bij benadering vastgestelde plek recht onder de plek waar de bal initieel tot stilstand kwam op de persoon, het dier of de bewegende invloed van buitenaf met toepassing van de procedures om een bal terug te plaatsen volgens Regel 14.2(2) en 14.2e.

Uitzondering 2 – Wanneer een bal gespeeld op de green per ongeluk een persoon, een dier of een los obstakel (met inbegrip van een andere bal in beweging) op de green raakt: De slag telt niet en de oorspronkelijke bal of een vervangende bal moet op zijn oorspronkelijke plek teruggeplaatst worden (die bij benadering moet worden vastgesteld als die niet bekend is) (zie Regel 14.2), behalve in deze twee situaties:

  • Bal in beweging raakt een andere stilliggende bal of balmarker op de green. De slag telt en de bal moet worden gespeeld zoals hij ligt. (Zie Regel 11.1a of een strafslag volgt bij strokeplay).
  • Bal in beweging raakt per ongeluk vlaggenstok of persoon die de vlaggenstok bewaakt. Regel 13.2b(2) is van toepassing, niet deze regel.

[Clarifications available: 
How To Apply Exception 2 to Rule 11.1b
Living Insects Are Animals]

Straf voor het spelen van een vervangende bal die in strijd met de regels is ingebracht of het spelen van een verkeerde plaats in overtreding van Regel 11.1: algemene straf volgens Regel  6.3b of 14.7a.

Wanneer meerdere regelovertredingen het gevolg zijn van een enkele handeling of van gerelateerde handelingen, zie Regel 1.3c(4).

11.2
Bal in beweging opzettelijk van richting veranderd of gestopt door een persoon
a
Wanneer Regel 11.2 van toepassing is

Deze regel is alleen van toepassing wanneer het bekend of praktisch zeker is dat een bal in beweging van een speler opzettelijk van richting is veranderd of gestopt door een persoon, dit is wanneer:

  • Een persoon opzettelijk de bal in beweging raakt.
  • De bal in beweging enige uitrusting of ander voorwerp raakt (behalve een balmarker of een andere stilliggende bal voordat de bal werd gespeeld of anderszins in beweging kwam) of enige persoon (zoals de caddie van de speler) die opzettelijk door de speler is neergezet of op die plek gelaten zodat de uitrusting, het voorwerp of de persoon de bal in beweging van richting zou kunnen veranderen of stoppen.

Uitzondering – Bal opzettelijk van richting veranderd of gestopt bij matchplay wanneer deze redelijkerwijs niet uitgeholed kan worden: Wanneer de bal in beweging van een tegenstander opzettelijk van richting is veranderd of gestopt terwijl deze redelijkerwijs niet meer uitgeholed kon worden en de handeling is gedaan om de volgende slag te geven of wanneer de bal moest worden uitgeholed om de hole te halveren, is Regel 3.2a(1) of 3.2b(1) van toepassing, niet deze regel.

Voor het recht van de speler om een bal of balmarker op te laten nemen voordat een slag wordt gedaan, omdat de speler redelijkerwijs van mening is dat de bal of balmarker het spel zou kunnen helpen of hinderen, zie Regel 15.3.

b
Wanneer een speler straf krijgt
  • Als een speler opzettelijk een bal in beweging van richting verandert of stopt krijgt hij de algemene straf.
  • Dit geldt ongeacht of het de bal van de speler is of een bal van een tegenstander of een andere speler bij strokeplay.

Uitzondering – Bal beweegt in water: Een speler mag zonder straf zijn bal opnemen die beweegt in tijdelijk water of in water in een hindernis om de situatie te ontwijken volgens Regel 16.1 of 17 (zie Regel 10.1d, Uitzondering 3).

Zie Regel 22.2 (bij Foursomes mogen beide partners handelen voor de partij en wordt een handeling door de partner gezien als een handeling door de speler); 23.5 (bij Four-Ball mogen beide partners handelen voor de partij en wordt een handeling door de partner met betrekking tot de bal of uitrusting van de speler gezien als een handeling door de speler).

c
Plaats waarvan een bal die opzettelijk van richting is veranderd of gestopt gespeeld moet worden

Als het bekend of praktisch zeker is dat een bal in beweging van een speler (ongeacht of de bal gevonden is) opzettelijk van richting is veranderd of gestopt door een persoon, mag hij niet worden gespeeld zoals hij ligt. In plaats daarvan moet de speler de situatie ontwijken:

(1) Na een slag ergens op de baan maar niet op de green. De speler moet de situatie ontwijken met als referentie de bij benadering vastgestelde plek waar de bal terecht zou zijn gekomen als hij niet van richting was veranderd of gestopt:

  • Wanneer de bal ergens op de baan terecht zou zijn gekomen, maar niet op de green. De speler moet de oorspronkelijke bal of een vervangende bal droppen in deze dropzone (zie Regel 14.3):
    • Referentiepunt: De bij benadering vastgestelde plek waar de bal tot stilstand zou zijn gekomen.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: Eén clublengte, maar met de volgende beperkingen:
    • Beperkingen voor de plaats van de dropzone:
      • De dropzone moet in hetzelfde gebied van de baan zijn als het referentiepunt.
      • De dropzone mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt.
  • Wanneer de bal op de green tot stilstand zou zijn gekomen. De speler moet de oorspronkelijke bal of een vervangende bal plaatsen op de bij benadering vastgestelde plek waar de bal tot stilstand zou zijn gekomen, met gebruik van de procedures om een bal terug te plaatsen volgens Regel 14.2b(2) en 14.2e.
  • Wanneer de bal buiten de baan tot stilstand zou zijn gekomen. De speler moet handelen volgens de procedure van slag en afstand, Regel 18.2.

(2) Na een slag op de green. De slag telt niet en de oorspronkelijke bal of een andere bal moet worden teruggeplaatst op zijn oorspronkelijke plek (die bij benadering moet worden vastgesteld als die niet bekend is) (zie Regel 14.2).

Straf voor het spelen van een vervangende bal die in strijd met de regels is ingebracht of het spelen van een verkeerde plaats in overtreding van Regel 11.2: algemene straf volgens Regel 6.3b of 14.7a.

Wanneer meerdere regelovertredingen het gevolg zijn van een enkele handeling of van gerelateerde handelingen, zie Regel 1.3c(4).

11.3
Opzettelijk voorwerpen verplaatsen of omstandigheden veranderen om een bewegende bal te beïnvloeden

Wanneer een bal in beweging is, mag een speler niet opzettelijk een van deze handelingen verrichten om invloed uit te oefenen op de plaats waar die bal (ongeacht of het de bal van de speler zelf of van een andere speler is) tot stilstand zou kunnen komen:

  • Veranderen van de fysieke omgeving door handelingen beschreven in Regel 8.1a (zoals het terugplaatsen van een plag of het platdrukken van een verhoogde graszode).
  • Opnemen of verplaatsen van:
    • Een los natuurlijk voorwerp (zie Regel 15.1a, Uitzondering 2).
    • Een los obstakel (zie Regel 15.2a, Uitzondering 2).

Uitzondering – Wegnemen van de vlaggenstok, stilliggende bal op de green of enig ander deel van de uitrusting van de speler: Deze regel verbiedt de speler niet om de volgende voorwerpen op te nemen of te verplaatsen:

  • Een weggenomen vlaggenstok.
  • Een stilliggende bal op de green.
  • Enig ander deel van een uitrusting van een speler (anders dan een stilliggende bal ergens op de baan maar niet op de green of een balmarker ergens op de baan).

Het wegnemen van de vlaggenstok uit de hole (ook wanneer deze wordt bewaakt) terwijl een bal in beweging is, valt onder Regel 13.2, niet onder deze regel.

Straf voor overtreding van Regel 11.3: algemene straf.

Zie Regel 22.2 (bij Foursomes mogen beide partners handelen voor de partij en wordt een handeling door de partner gezien als een handeling door de speler); 23.5 (bij Four-Ball mogen beide partners handelen voor de partij en wordt een handeling door de partner met betrekking tot de bal of uitrusting van de speler gezien als een handeling door de speler).

In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Invloed van buitenaf

Elk van de volgende mensen of zaken die invloed kunnen hebben op wat er gebeurt met de bal van de speler of zijn uitrusting of met de baan:

  • elke persoon (waaronder andere spelers), behalve de speler en zijn of haar caddie of de partner of tegenstander van de speler of ieder van hun caddies;
  • elk dier, en
  • elk natuurlijk of kunstmatig object of iets anders (waaronder een andere bal in beweging), behalve natuurkrachten.

 

Interpretation Outside Influence/1 - Status of Air and Water When Artificially Propelled

Although wind and water are natural forces and not outside influences, artificially propelled air and water are outside influences.

Examples include:

  • If a ball at rest on the putting green has not been lifted and replaced and is moved by air from a greenside fan, the ball must be replaced (Rule 9.6 and Rule 14.2).
  • If a ball at rest is moved by water coming from an irrigation system, the ball must be replaced (Rule 9.6 and Rule 14.2).
Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Dier

Ieder dierlijk levend wezen (anders dan mensen), waaronder zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en ongewervelde dieren (zoals wormen, insecten, spinnen en schaaldieren).

Invloed van buitenaf

Elk van de volgende mensen of zaken die invloed kunnen hebben op wat er gebeurt met de bal van de speler of zijn uitrusting of met de baan:

  • elke persoon (waaronder andere spelers), behalve de speler en zijn of haar caddie of de partner of tegenstander van de speler of ieder van hun caddies;
  • elk dier, en
  • elk natuurlijk of kunstmatig object of iets anders (waaronder een andere bal in beweging), behalve natuurkrachten.

 

Interpretation Outside Influence/1 - Status of Air and Water When Artificially Propelled

Although wind and water are natural forces and not outside influences, artificially propelled air and water are outside influences.

Examples include:

  • If a ball at rest on the putting green has not been lifted and replaced and is moved by air from a greenside fan, the ball must be replaced (Rule 9.6 and Rule 14.2).
  • If a ball at rest is moved by water coming from an irrigation system, the ball must be replaced (Rule 9.6 and Rule 14.2).
Clublengte

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld als de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Clarification - Meaning of “Club-Length” When Playing with Partner

In partner forms of play, either partner’s longest club, except a putter, may be used for defining the teeing area or determining the size of a relief area.
(Clarification added 12/2018)

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Invloed van buitenaf

Elk van de volgende mensen of zaken die invloed kunnen hebben op wat er gebeurt met de bal van de speler of zijn uitrusting of met de baan:

  • elke persoon (waaronder andere spelers), behalve de speler en zijn of haar caddie of de partner of tegenstander van de speler of ieder van hun caddies;
  • elk dier, en
  • elk natuurlijk of kunstmatig object of iets anders (waaronder een andere bal in beweging), behalve natuurkrachten.

 

Interpretation Outside Influence/1 - Status of Air and Water When Artificially Propelled

Although wind and water are natural forces and not outside influences, artificially propelled air and water are outside influences.

Examples include:

  • If a ball at rest on the putting green has not been lifted and replaced and is moved by air from a greenside fan, the ball must be replaced (Rule 9.6 and Rule 14.2).
  • If a ball at rest is moved by water coming from an irrigation system, the ball must be replaced (Rule 9.6 and Rule 14.2).
Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Strokeplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij het opneemt tegen alle andere spelers of partijen in de wedstrijd.

In de reguliere vorm van strokeplay (zie Regel 3.3):

  • Is de score van een speler of partij voor een ronde het totaal aantal slagen dat hij of zij nodig heeft om op iedere hole uit te holen (gespeelde slagen en opgelopen strafslagen inbegrepen).
  • Is de winnaar de speler of partij die alle rondes met in totaal het minst aantal slagen uitspeelt.

Andere vormen van strokeplay  met andere methodes om de score te bepalen zijn Stableford, Maximum Score en Par/Bogey (zie Regel 21).

Alle vormen van strokeplay  kunnen worden gespeeld in zowel individuele wedstrijden (iedere speler speelt voor zichzelf) als in wedstrijden met partijen of partners (Foursomes of Four-Ball).

Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Verkeerde plaats

Iedere andere plaats op de baan dan waar de speler volgens de regels zijn of haar bal moet of mag spelen.

Voorbeelden van het spelen van een verkeerde plaats zijn:

  • Het spelen van een bal na het terugplaatsen op de verkeerde plek of zonder deze terug te plaatsen als de regels dat vereisen.
  • Het spelen van een gedropte bal buiten de vereiste dropzone.
  • Het volgens een verkeerde regel zodanig ontwijken van een belemmering dat de bal is gedropt op en gespeeld van een plaats die niet is toegestaan volgens de regels.
  • Het spelen van een bal uit een verboden speelzone of vanaf een plek waar een verboden speelzone een belemmering vormt voor de stand van de speler of voor de ruimte van zijn voorgenomen swing.

Het spelen van een bal van buiten de afslagplaats bij het beginnen van een hole of bij het herstellen van deze vergissing is niet spelen van de verkeerde plaats (zie Regel 6.1b).

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Bekend of praktisch zeker

De maatstaf om te bepalen wat er met de bal is gebeurd – bijvoorbeeld of de bal tot stilstand is gekomen in een hindernis, of hij is bewogen of waardoor hij is bewogen.

Bekend of praktisch zeker betekent meer dan alleen mogelijk of waarschijnlijk. Het betekent dat:

  • er afdoende bewijs is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden met de bal van de speler, zoals wanneer de speler of andere getuigen het hebben zien gebeuren, of
  • hoewel er een geringe mate van twijfel is, alle redelijkerwijs beschikbare informatie aantoont dat het ten minste voor 95% zeker is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

"Alle redelijkerwijs beschikbare informatie" omvat alle informatie die de speler kent of weet en alle andere informatie die hij of zij met redelijke inspanning en zonder onredelijk oponthoud kan verkrijgen.

 

Interpretation Known or Virtually Certain/1 - Applying "Known or Virtually Certain" Standard When Ball Moves

When it is not "known" what caused the ball to move, all reasonably available information must be considered and the evidence must be evaluated to determine if it is "virtually certain" that the player, opponent or outside influence caused the ball to move.

Depending on the circumstances, reasonably available information may include, but is not limited to:

  • The effect of any actions taken near the ball (such as movement of loose impediments, practice swings, grounding club and taking a stance),
  • Time elapsed between such actions and the movement of the ball,
  • The lie of the ball before it moved (such as on a fairway, perched on longer grass, on a surface imperfection or on the putting green),
  • The conditions of the ground near the ball (such as the degree of slope or presence of surface irregularities, etc), and
  • Wind speed and direction, rain and other weather conditions.

Interpretation Known or Virtually Certain/2 - Virtual Certainty Is Irrelevant if It Comes to Light After Three-Minute Search Expires

Determining whether there is knowledge or virtual certainty must be based on evidence known to the player at the time the three-minute search time expires.

Examples of when the player's later findings are irrelevant include when:

  • A player's tee shot comes to rest in an area containing heavy rough and a large animal hole. After a three-minute search, it is determined that it is not known or virtually certain that the ball is in the animal hole. As the player returns to the teeing area, the ball is found in the animal hole.
  • Even though the player has not yet put another ball in play, the player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b - What to Do When Ball is Lost or Out of Bounds) since it was not known or virtually certain that the ball was in the animal hole, when the search time expired.
  • A player cannot find his or her ball and believes it may have been picked up by a spectator (outside influence), but there is not enough evidence to be virtually certain of this. A short time after the three-minute search time expires, a spectator is found to have the player's ball.

The player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b) since the movement by the outside influence only became known after the search time expired.

Interpretation Known or Virtually Certain/3 - Player Unaware Ball Played by Another Player

It must be known or virtually certain that a player's ball has been played by another player as a wrong ball to treat it as being moved.

For example, in stroke play, Player A and Player B hit their tee shots into the same general location. Player A finds a ball and plays it. Player B goes forward to look for his or her ball and cannot find it. After three minutes, Player B starts back to the tee to play another ball. On the way, Player B finds Player A's ball and knows then that Player A has played his or her ball in error.

Player A gets the general penalty for playing a wrong ball and must then play his or her own ball (Rule 6.3c). Player A's ball was not lost even though both players searched for more than three minutes because Player A did not start searching for his or her ball; the searching was for Player B's ball. Regarding Player B's ball, Player B's original ball was lost and he or she must put another ball in play under penalty of stroke and distance (Rule 18.2b), because it was not known or virtually certain when the three-minute search time expired that the ball had been played by another player.

Uitrusting

Alles wat door jou of je caddie wordt gebruikt, gedragen, vastgehouden of meegevoerd.

Voorwerpen die worden gebruikt voor het onderhoud van de baan, zoals harken, zijn alleen uitrusting wanneer ze worden vastgehouden of meegevoerd door de speler of caddie.

 

Interpretation Equipment/1 - Status of Items Carried by Someone Else for the Player

Items, other than clubs, that are carried by someone other than a player or his or her caddie are outside influences, even if they belong to the player. However, they are the player's equipment when in the player's or his or her caddie's possession.

For example, if a player asks a spectator to carry his or her umbrella, the umbrella is an outside influence while in the spectator's possession. However, if the spectator hands the umbrella to the player, it is now his or her equipment.

Balmarker

Een kunstmatig voorwerp dat gebruikt wordt om de plek van de bal te markeren, zoals een tee, een muntje, een voorwerp dat als balmarker is gemaakt of een ander klein uitrustingsstuk.

Wanneer de Regels verwijzen naar een bewogen balmarker, wordt een balmarker bedoeld die op de baan is geplaatste om de plek van een opgenomen en nog niet teruggeplaatste bal te markeren.

Caddie

Iemand die een speler helpt tijdens een ronde, onder andere op de volgende manier:

  • Dragen, vervoeren of verzorgen van clubs: Iemand die de clubs van de speler draagt, vervoert (zoals met een golfkar of trolley) of verzorgt tijdens het spel is de spelers caddie, zelfs als deze niet door de speler als caddie is benoemd, behalve wanneer dit wordt gedaan om de clubs, tas of golfkar van de speler uit de weg te zetten of uit beleefdheid (zoals een club halen die de speler heeft achtergelaten).
  • Advies geven: De caddie van een speler is de enige persoon (behalve een partner of partners caddie) aan wie een speler advies mag vragen.

Een caddie mag de speler ook op andere manieren helpen (zie Regel 10.3b).

Uitrusting

Alles wat door jou of je caddie wordt gebruikt, gedragen, vastgehouden of meegevoerd.

Voorwerpen die worden gebruikt voor het onderhoud van de baan, zoals harken, zijn alleen uitrusting wanneer ze worden vastgehouden of meegevoerd door de speler of caddie.

 

Interpretation Equipment/1 - Status of Items Carried by Someone Else for the Player

Items, other than clubs, that are carried by someone other than a player or his or her caddie are outside influences, even if they belong to the player. However, they are the player's equipment when in the player's or his or her caddie's possession.

For example, if a player asks a spectator to carry his or her umbrella, the umbrella is an outside influence while in the spectator's possession. However, if the spectator hands the umbrella to the player, it is now his or her equipment.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Balmarker

Een kunstmatig voorwerp dat gebruikt wordt om de plek van de bal te markeren, zoals een tee, een muntje, een voorwerp dat als balmarker is gemaakt of een ander klein uitrustingsstuk.

Wanneer de Regels verwijzen naar een bewogen balmarker, wordt een balmarker bedoeld die op de baan is geplaatste om de plek van een opgenomen en nog niet teruggeplaatste bal te markeren.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Balmarker

Een kunstmatig voorwerp dat gebruikt wordt om de plek van de bal te markeren, zoals een tee, een muntje, een voorwerp dat als balmarker is gemaakt of een ander klein uitrustingsstuk.

Wanneer de Regels verwijzen naar een bewogen balmarker, wordt een balmarker bedoeld die op de baan is geplaatste om de plek van een opgenomen en nog niet teruggeplaatste bal te markeren.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Strokeplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij het opneemt tegen alle andere spelers of partijen in de wedstrijd.

In de reguliere vorm van strokeplay (zie Regel 3.3):

  • Is de score van een speler of partij voor een ronde het totaal aantal slagen dat hij of zij nodig heeft om op iedere hole uit te holen (gespeelde slagen en opgelopen strafslagen inbegrepen).
  • Is de winnaar de speler of partij die alle rondes met in totaal het minst aantal slagen uitspeelt.

Andere vormen van strokeplay  met andere methodes om de score te bepalen zijn Stableford, Maximum Score en Par/Bogey (zie Regel 21).

Alle vormen van strokeplay  kunnen worden gespeeld in zowel individuele wedstrijden (iedere speler speelt voor zichzelf) als in wedstrijden met partijen of partners (Foursomes of Four-Ball).

Tijdelijk water

Iedere tijdelijke concentratie van water op de grond (zoals regen- of beregeningsplassen of plassen als gevolg van het overlopen van enige waterpartij) die:

  • zich buiten een hindernis bevindt, en
  • zichtbaar is voor of nadat de speler een stand inneemt (zonder daarbij overdreven met zijn of haar voeten druk uit te oefenen op de grond).

Het is niet voldoende als de grond alleen nat, modderig of zacht is of dat er alleen even water zichtbaar is als de speler op de grond stapt; Er moet een concentratie van water zichtbaar blijven voor of nadat de stand is ingenomen.

Bijzonderheden:

  • Dauw en rijp zijn geen tijdelijk water.
  • Sneeuw en natuurlijk ijs (behalve rijp) zijn losse natuurlijke voorwerpen of, wanneer ze op de grond liggen, tijdelijk water, naar keuze van de speler.
  • Gefabriceerd ijs is een obstakel.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Foursomes

Een spelvorm waarbij twee partners spelend als één partij op elke hole om de beurt met één bal spelen.

Een Foursomes kan worden gespeeld als een matchplaywedstrijd tussen twee partijen van twee partners of als een strokeplaywedstrijd tussen meerdere partijen van twee partners.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Partij

Twee of meer partners die als partij spelen in een ronde bij matchplay of strokeplay.

Iedere groep van partners is een partij, ongeacht of iedere partner zijn of haar eigen bal speelt (Four-Ball) of de partners samen één bal spelen (Foursomes).

Een partij is niet hetzelfde als een team. In een teamwedstrijd, bestaat ieder team uit spelers die individueel of als partij spelen.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Four-Ball

Een spelvorm met partijen van twee partners, waarbij iedere speler zijn of haar eigen bal speelt. De score van een partij voor een hole is de laagste score van beide partners op die hole.

Een Four-Ball kan worden gespeeld als een matchplaywedstrijd tussen twee partijen van twee partners of als een strokeplaywedstrijd tussen meerdere partijen van twee partners.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Partij

Twee of meer partners die als partij spelen in een ronde bij matchplay of strokeplay.

Iedere groep van partners is een partij, ongeacht of iedere partner zijn of haar eigen bal speelt (Four-Ball) of de partners samen één bal spelen (Foursomes).

Een partij is niet hetzelfde als een team. In een teamwedstrijd, bestaat ieder team uit spelers die individueel of als partij spelen.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Uitrusting

Alles wat door jou of je caddie wordt gebruikt, gedragen, vastgehouden of meegevoerd.

Voorwerpen die worden gebruikt voor het onderhoud van de baan, zoals harken, zijn alleen uitrusting wanneer ze worden vastgehouden of meegevoerd door de speler of caddie.

 

Interpretation Equipment/1 - Status of Items Carried by Someone Else for the Player

Items, other than clubs, that are carried by someone other than a player or his or her caddie are outside influences, even if they belong to the player. However, they are the player's equipment when in the player's or his or her caddie's possession.

For example, if a player asks a spectator to carry his or her umbrella, the umbrella is an outside influence while in the spectator's possession. However, if the spectator hands the umbrella to the player, it is now his or her equipment.

Bekend of praktisch zeker

De maatstaf om te bepalen wat er met de bal is gebeurd – bijvoorbeeld of de bal tot stilstand is gekomen in een hindernis, of hij is bewogen of waardoor hij is bewogen.

Bekend of praktisch zeker betekent meer dan alleen mogelijk of waarschijnlijk. Het betekent dat:

  • er afdoende bewijs is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden met de bal van de speler, zoals wanneer de speler of andere getuigen het hebben zien gebeuren, of
  • hoewel er een geringe mate van twijfel is, alle redelijkerwijs beschikbare informatie aantoont dat het ten minste voor 95% zeker is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

"Alle redelijkerwijs beschikbare informatie" omvat alle informatie die de speler kent of weet en alle andere informatie die hij of zij met redelijke inspanning en zonder onredelijk oponthoud kan verkrijgen.

 

Interpretation Known or Virtually Certain/1 - Applying "Known or Virtually Certain" Standard When Ball Moves

When it is not "known" what caused the ball to move, all reasonably available information must be considered and the evidence must be evaluated to determine if it is "virtually certain" that the player, opponent or outside influence caused the ball to move.

Depending on the circumstances, reasonably available information may include, but is not limited to:

  • The effect of any actions taken near the ball (such as movement of loose impediments, practice swings, grounding club and taking a stance),
  • Time elapsed between such actions and the movement of the ball,
  • The lie of the ball before it moved (such as on a fairway, perched on longer grass, on a surface imperfection or on the putting green),
  • The conditions of the ground near the ball (such as the degree of slope or presence of surface irregularities, etc), and
  • Wind speed and direction, rain and other weather conditions.

Interpretation Known or Virtually Certain/2 - Virtual Certainty Is Irrelevant if It Comes to Light After Three-Minute Search Expires

Determining whether there is knowledge or virtual certainty must be based on evidence known to the player at the time the three-minute search time expires.

Examples of when the player's later findings are irrelevant include when:

  • A player's tee shot comes to rest in an area containing heavy rough and a large animal hole. After a three-minute search, it is determined that it is not known or virtually certain that the ball is in the animal hole. As the player returns to the teeing area, the ball is found in the animal hole.
  • Even though the player has not yet put another ball in play, the player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b - What to Do When Ball is Lost or Out of Bounds) since it was not known or virtually certain that the ball was in the animal hole, when the search time expired.
  • A player cannot find his or her ball and believes it may have been picked up by a spectator (outside influence), but there is not enough evidence to be virtually certain of this. A short time after the three-minute search time expires, a spectator is found to have the player's ball.

The player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b) since the movement by the outside influence only became known after the search time expired.

Interpretation Known or Virtually Certain/3 - Player Unaware Ball Played by Another Player

It must be known or virtually certain that a player's ball has been played by another player as a wrong ball to treat it as being moved.

For example, in stroke play, Player A and Player B hit their tee shots into the same general location. Player A finds a ball and plays it. Player B goes forward to look for his or her ball and cannot find it. After three minutes, Player B starts back to the tee to play another ball. On the way, Player B finds Player A's ball and knows then that Player A has played his or her ball in error.

Player A gets the general penalty for playing a wrong ball and must then play his or her own ball (Rule 6.3c). Player A's ball was not lost even though both players searched for more than three minutes because Player A did not start searching for his or her ball; the searching was for Player B's ball. Regarding Player B's ball, Player B's original ball was lost and he or she must put another ball in play under penalty of stroke and distance (Rule 18.2b), because it was not known or virtually certain when the three-minute search time expired that the ball had been played by another player.

Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Clublengte

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld als de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Clarification - Meaning of “Club-Length” When Playing with Partner

In partner forms of play, either partner’s longest club, except a putter, may be used for defining the teeing area or determining the size of a relief area.
(Clarification added 12/2018)

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Slag en afstand

De procedure en straf die van toepassing is wanneer een speler een belemmering ontwijkt volgens Regel 17, 18 of 19 door het spelen van een bal van de plaats waar de vorige slag is gedaan (zie Regel 14.6).

Het begrip slag en afstand betekent dat de speler:

  • één strafslag krijgt, en
  • terug moet naar de plaats waar de vorige slag is gedaan. Hierbij gaat de afstand gemaakt bij die vorige slag verloren.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Verkeerde plaats

Iedere andere plaats op de baan dan waar de speler volgens de regels zijn of haar bal moet of mag spelen.

Voorbeelden van het spelen van een verkeerde plaats zijn:

  • Het spelen van een bal na het terugplaatsen op de verkeerde plek of zonder deze terug te plaatsen als de regels dat vereisen.
  • Het spelen van een gedropte bal buiten de vereiste dropzone.
  • Het volgens een verkeerde regel zodanig ontwijken van een belemmering dat de bal is gedropt op en gespeeld van een plaats die niet is toegestaan volgens de regels.
  • Het spelen van een bal uit een verboden speelzone of vanaf een plek waar een verboden speelzone een belemmering vormt voor de stand van de speler of voor de ruimte van zijn voorgenomen swing.

Het spelen van een bal van buiten de afslagplaats bij het beginnen van een hole of bij het herstellen van deze vergissing is niet spelen van de verkeerde plaats (zie Regel 6.1b).

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Los natuurlijk voorwerp

Elk natuurlijk voorwerp dat niet vastzit, zoals:

  • stenen, losse grassprieten, bladeren, takken en twijgen;
  • dode dieren en dierlijke uitwerpselen;
  • wormen, insecten en vergelijkbare dieren die eenvoudig kunnen worden verwijderd en de hoopjes of webben die ze maken (zoals wormenhoopjes en mierenhopen), en
  • kluiten aarde (waaronder proppen uit beluchtingsgaten).

Zulke natuurlijke voorwerpen zijn niet los als ze:

  • vastzitten of groeien;
  • stevig ingebed zijn in de grond (dus als ze niet gemakkelijk kunnen worden opgepakt), of
  • aan de bal kleven.

Bijzonderheden:

  • Zand en losse aarde zijn geen losse natuurlijke voorwerpen.
  • Dauw, rijp en water zijn geen losse natuurlijke voorwerpen.
  • Sneeuw en natuurlijk ijs (behalve rijp) zijn losse natuurlijke voorwerpen of, wanneer ze op de grond liggen, tijdelijk water, naar keuze van de speler.
  • Spinnenwebben zijn losse natuurlijke voorwerpen ook als ze vastzitten aan een ander voorwerp.

 

Interpretation Loose Impediment/1 - Status of Fruit

Fruit that is detached from its tree or bush is a loose impediment, even if the fruit is from a bush or tree not found on the course.

For example, fruit that has been partially eaten or cut into pieces, and the skin that has been peeled from a piece of fruit are loose impediments. But, when being carried by a player, it is his or her equipment.

Interpretation Loose Impediment/2 - When Loose Impediment Becomes Obstruction

Loose impediments may be transformed into obstructions through the processes of construction or manufacturing.

For example, a log (loose impediment) that has been split and had legs attached has been changed by construction into a bench (obstruction).

Interpretation Loose Impediment/3 - Status of Saliva

Saliva may be treated as either temporary water or a loose impediment, at the option of the player.

Interpretation Loose Impediment/4 - Loose Impediments Used to Surface a Road

Gravel is a loose impediment and a player may remove loose impediments under Rule 15.1a. This right is not affected by the fact that, when a road is covered with gravel, it becomes an artificially surfaced road, making it an immovable obstruction. The same principle applies to roads or paths constructed with stone, crushed shell, wood chips or the like.

In such a situation, the player may:

  • Play the ball as it lies on the obstruction and remove gravel (loose impediment) from the road (Rule 15.1a).
  • Take relief without penalty from the abnormal course condition (immovable obstruction) (Rule 16.1b).

The player may also remove some gravel from the road to determine the possibility of playing the ball as it lies before choosing to take free relief.

Interpretation Loose Impediment/5 - Living Insect Is Never Sticking to a Ball

Although dead insects may be considered to be sticking to a ball, living insects are never considered to be sticking to a ball, whether they are stationary or moving. Therefore, live insects on a ball are loose impediments.

Los obstakel

Een obstakel dat met een redelijke inspanning kan worden verplaatst zonder het obstakel of de baan te beschadigen.

Als een deel van een vast obstakel of integraal deel van de baan (zoals een poort of deur of een deel van een vastzittende kabel) voldoet aan deze twee eisen, wordt dat deel beschouwd als een los obstakel.

Echter dit is niet van toepassing als het losse deel van een vast obstakel of integraal deel van de baan niet bedoeld is om te bewegen (zoals een losse steen in een stenen muur).

Zelfs wanneer een obstakel los is, kan de Commissie deze aanwijzen als vast obstakel.

 

Interpretation Movable Obstruction/1 - Abandoned Ball Is a Movable Obstruction

An abandoned ball is a movable obstruction.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Uitrusting

Alles wat door jou of je caddie wordt gebruikt, gedragen, vastgehouden of meegevoerd.

Voorwerpen die worden gebruikt voor het onderhoud van de baan, zoals harken, zijn alleen uitrusting wanneer ze worden vastgehouden of meegevoerd door de speler of caddie.

 

Interpretation Equipment/1 - Status of Items Carried by Someone Else for the Player

Items, other than clubs, that are carried by someone other than a player or his or her caddie are outside influences, even if they belong to the player. However, they are the player's equipment when in the player's or his or her caddie's possession.

For example, if a player asks a spectator to carry his or her umbrella, the umbrella is an outside influence while in the spectator's possession. However, if the spectator hands the umbrella to the player, it is now his or her equipment.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Balmarker

Een kunstmatig voorwerp dat gebruikt wordt om de plek van de bal te markeren, zoals een tee, een muntje, een voorwerp dat als balmarker is gemaakt of een ander klein uitrustingsstuk.

Wanneer de Regels verwijzen naar een bewogen balmarker, wordt een balmarker bedoeld die op de baan is geplaatste om de plek van een opgenomen en nog niet teruggeplaatste bal te markeren.

Baan

Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan:

  • Alle gebieden binnen de grenzen van de baan zijn binnen de baan en onderdeel van de baan.
  • Alle gebieden buiten de grenzen van de baan zijn buiten de baan (out-of-bounds) en geen onderdeel van de baan.
  • Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

De baan bestaat uit vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Foursomes

Een spelvorm waarbij twee partners spelend als één partij op elke hole om de beurt met één bal spelen.

Een Foursomes kan worden gespeeld als een matchplaywedstrijd tussen twee partijen van twee partners of als een strokeplaywedstrijd tussen meerdere partijen van twee partners.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Partij

Twee of meer partners die als partij spelen in een ronde bij matchplay of strokeplay.

Iedere groep van partners is een partij, ongeacht of iedere partner zijn of haar eigen bal speelt (Four-Ball) of de partners samen één bal spelen (Foursomes).

Een partij is niet hetzelfde als een team. In een teamwedstrijd, bestaat ieder team uit spelers die individueel of als partij spelen.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Four-Ball

Een spelvorm met partijen van twee partners, waarbij iedere speler zijn of haar eigen bal speelt. De score van een partij voor een hole is de laagste score van beide partners op die hole.

Een Four-Ball kan worden gespeeld als een matchplaywedstrijd tussen twee partijen van twee partners of als een strokeplaywedstrijd tussen meerdere partijen van twee partners.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Partij

Twee of meer partners die als partij spelen in een ronde bij matchplay of strokeplay.

Iedere groep van partners is een partij, ongeacht of iedere partner zijn of haar eigen bal speelt (Four-Ball) of de partners samen één bal spelen (Foursomes).

Een partij is niet hetzelfde als een team. In een teamwedstrijd, bestaat ieder team uit spelers die individueel of als partij spelen.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Uitrusting

Alles wat door jou of je caddie wordt gebruikt, gedragen, vastgehouden of meegevoerd.

Voorwerpen die worden gebruikt voor het onderhoud van de baan, zoals harken, zijn alleen uitrusting wanneer ze worden vastgehouden of meegevoerd door de speler of caddie.

 

Interpretation Equipment/1 - Status of Items Carried by Someone Else for the Player

Items, other than clubs, that are carried by someone other than a player or his or her caddie are outside influences, even if they belong to the player. However, they are the player's equipment when in the player's or his or her caddie's possession.

For example, if a player asks a spectator to carry his or her umbrella, the umbrella is an outside influence while in the spectator's possession. However, if the spectator hands the umbrella to the player, it is now his or her equipment.