The R&A - Working for Golf
Greens
The Rules of Golf
Zie Spelerseditie
Ga naar paragraaf
13.1
a
b
c
d
e
f
13.2
a
b
c
13.3
a
b

Doel van de regel: Regel 13 is een regel speciaal voor greens. Greens zijn speciaal bewerkt voor het spelen van de bal over de grond en er is een vlaggenstok voor de hole op elke green. Daarom zijn hier enkele andere regels van toepassing dan voor andere gebieden van de baan.

13.1
Toegestane of vereiste handelingen op greens

Doel van de regel: Deze regel staat de speler toe om handelingen te verrichten op de green die gewoonlijk niet zijn toegestaan buiten de green, zoals het markeren, opnemen, schoonmaken en terugplaatsen van de bal, het repareren van beschadigingen en het verwijderen van zand en losse aarde op de green. Er volgt geen straf na het per ongeluk veroorzaken van beweging van een bal of balmarker op de green.

 
a
Wanneer een bal op de green ligt

Een bal ligt op de green wanneer enig deel ervan:

  • de green raakt, of
  • binnen de grens van de green in of op iets ligt (zoals een los natuurlijk voorwerp of een obstakel).

Als een bal deels op de green en deels in een ander gebied van de baan ligt, zie Regel 2.2c.

b
Markeren, opnemen en schoonmaken van een bal op de green

Een bal op de green mag worden opgenomen en schoongemaakt (zie Regel 14.1).

De plek van de bal moet worden gemarkeerd voordat hij wordt opgenomen en de bal moet op zijn oorspronkelijke plek worden teruggeplaatst (zie Regel 14.2).

c
Verbeteringen die zijn toegestaan op de green

Gedurende een ronde en wanneer het spel is gestaakt volgens Regel 5.7a, mag een speler de volgende twee handelingen op de green verrichten, ongeacht of de bal op de green ligt of erbuiten:

(1) Verwijderen van zand en losse aarde. Zand en losse aarde mogen op de green (maar niet ergens anders op de baan) zonder straf worden verwijderd.

(2) Repareren van schade. Een speler mag zonder straf beschadigingen op de green repareren door deze met normale, redelijke handelingen zo goed mogelijk in de oorspronkelijke staat te herstellen, maar uitsluitend:

  • Door gebruik te maken van zijn hand, voet of ander deel van zijn lichaam of van een gangbare pitchfork, tee, club of soortgelijk onderdeel van een normale uitrusting.
  • Zonder het spel onnodig op te houden (zie Regel 5.6a).

Echter als de speler de green verbetert door handelingen die verder gaan dan wat redelijk is om de green in de oorspronkelijke staat te herstellen (zoals het maken van een spoor naar de hole of het gebruik van een voorwerp dat niet is toegestaan), krijgt de speler de algemene straf voor overtreding van Regel 8.1a.

“Beschadiging van de green” betekent elke beschadiging veroorzaakt door een persoon of invloed van buitenaf, zoals:

  • Beschadiging door inslag van een bal, beschadiging door schoenen (zoals spike marks) en sporen of oneffenheden veroorzaakt door uitrusting of een vlaggenstok;
  • Oude holepluggen, graspluggen, naden van graszoden en sporen of oneffenheden veroorzaakt door gereedschap of onderhoudsvoertuigen;
  • Sporen van dieren of hoefafdrukken;
  • Ingebedde voorwerpen (zoals een steen, eikel of tee).

[Clarification available:  Status of Damage From Hail]

Echter “beschadigingen van de green” omvat niet een beschadiging of staat van de green als gevolg van:

  • Gebruikelijke handelingen voor het onderhouden van de algehele staat van de green (zoals beluchtingsgaten en groeven van verticaal maaien);
  • Besproeien of regen of andere natuurkrachten;
  • Natuurlijke oneffenheden van het oppervlak (zoals onkruid, kale of aangetaste gebieden of gebieden met ongelijke groei).
  • Natuurlijke slijtage van de hole.
d
Wanneer een bal of balmarker op de green beweegt

Er zijn twee regels speciaal voor een bal of balmarker die beweegt op de green.

(1) Geen straf voor per ongeluk veroorzaken van beweging. Er volgt geen straf als de speler, tegenstander of een andere speler bij strokeplay per ongeluk de bal of balmarker van de speler op de green beweegt.

De speler moet:

  • de bal terugplaatsen op zijn oorspronkelijke plek (die bij benadering moet worden vastgesteld als die niet bekend is) (zie Regel 14.2), of
  • de oorspronkelijke plek markeren met een balmarker.

Uitzondering – Wanneer de bal begint te bewegen tijdens de backswing of tijdens de slag en de slag wordt afgemaakt, moet de bal worden gespeeld zoals hij ligt (zie Regel 9.1b).

Als de speler of tegenstander opzettelijk de bal of balmarker  van de speler op de green opneemt, zie Regel 9.4 of 9.5 om vast te stellen of er een straf van toepassing is.

(2) Wanneer een bal die bewogen is door natuurkrachten moet worden teruggeplaatst. Als natuurkrachten beweging van de bal van een speler op de green veroorzaken, is de plaats waarvan de speler moet spelen afhankelijk van het feit of de bal al was opgenomen en teruggeplaatst op zijn oorspronkelijke plek:

  • Bal al opgenomen en teruggeplaatst. De bal moet worden teruggeplaatst op zijn oorspronkelijke plek (die bij benadering moet worden vastgesteld als die niet bekend is) (zie Regel 14.2), ondanks dat hij is bewogen door natuurkrachten en niet door de speler, tegenstander of een invloed van buitenaf (zie Regel 9.3, uitzondering).
  • Bal nog niet opgenomen en teruggeplaatst. De bal moet van zijn nieuwe plek gespeeld worden (zie Regel 9.3).
e
Opzettelijk testen van greens niet toegestaan

Gedurende een ronde en wanneer het spel is onderbroken volgens Regel 5.7a mag een speler niet opzettelijk een van de volgende handelingen verrichten om de green of een verkeerde green te testen:

  • Over het oppervlak wrijven.
  • Een bal rollen.

Uitzondering – Testen van greens tussen twee holes: Tussen twee holes mag een speler over het oppervlak wrijven of een bal rollen op de green van de zojuist uitgespeelde hole en op iedere oefengreen (zie Regel 5.5b).

Straf voor het testen van de green of een verkeerde green in overtreding van Regel 13.1e: algemene straf.

Wanneer meerdere regelovertredingen het gevolg zijn van een enkele handeling of van gerelateerde handelingen, zie Regel 1.3c(4).

Zie Commissie procedures, Hoofdstuk 8; Voorbeeld plaatselijke regel I-2  (de Commissie kan een plaatselijke regel instellen die een speler verbiedt om een bal te rollen op de green van de zojuist uitgespeelde hole).

f
Verplicht ontwijken van een verkeerde green

(1) Betekenis van belemmering door een verkeerde green. Er is sprake van belemmering volgens deze regel wanneer:

  • enig deel van de bal van de speler de verkeerde green raakt of binnen de grens van de verkeerde green op of in iets ligt (zoals een los natuurlijk voorwerp of een obstakel), of
  • een verkeerde green een fysieke belemmering vormt voor de voorgenomen stand of voorgenomen swing van de speler.

(2) Verplicht ontwijken. Wanneer er sprake is van een belemmering door een verkeerde green, mag de speler de bal niet spelen zoals hij ligt.

In plaats daarvan moet de speler de belemmering ontwijken door de oorspronkelijke bal of een andere bal te droppen in deze dropzone (zie Regel 14.3):

  • Referentiepunt: Het dichtstbijzijnde punt waar de belemmering volledig wordt ontweken in hetzelfde gebied van de baan waar de oorspronkelijke bal tot stilstand is gekomen.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: Eén clublengte, maar met de volgende beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone:
    • De dropzone moet in hetzelfde gebied van de baan zijn als het referentiepunt.
    • De dropzone mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt.
    • Alle belemmeringen door de verkeerde green moeten volledig worden ontweken.

(3) Ontwijken niet toegestaan wanneer duidelijk onredelijk. Ontwijken volgens Regel 13.1f is niet toegestaan als er uitsluitend belemmering is doordat de speler een club, stand, swing of speelrichting kiest die onder de gegeven omstandigheden duidelijk onredelijk is.

Zie Commissie procedures, Hoofdstuk 8; Voorbeeld plaatselijke regel D-3 (de Commissie kan een plaatselijke regel instellen die een speler niet toestaat om een verkeerde green te ontwijken als deze uitsluitend een belemmering vormt voor de ruimte voor de voorgenomen stand).

Straf voor het spelen van een vervangende bal die in strijd met de regels is ingebracht of het spelen van een verkeerde plaats in overtreding van Regel 13.1: algemene straf volgens Regel 6.3b of 14.7a.

Wanneer meerdere regelovertredingen het gevolg zijn van een enkele handeling of van gerelateerde handelingen, zie Regel 1.3c(4).

13.2
De vlaggenstok

Doel van de regel: Deze regel beschrijft hoe de speler mag omgaan met de vlaggenstok. De speler mag de vlaggenstok in de hole laten staan of hem laten wegnemen (dit omvat ook de vlaggenstok door iemand laten bewaken en laten wegnemen nadat de bal is gespeeld), maar hij moet een keuze maken voordat hij een slag doet. Er is gewoonlijk geen straf wanneer een bal in beweging de vlaggenstok raakt.

Deze regel is van toepassing voor een bal gespeeld van elke plek op de baan, ongeacht of dit op de green is of erbuiten.

a
Vlaggenstok in de hole laten

(1) Speler mag de vlaggenstok in de hole laten. De speler mag een slag doen met de vlaggenstok in de hole, zodat het mogelijk is dat de bal in beweging de vlaggenstok raakt.

De speler moet dit beslissen voordat hij de slag doet door:

  • de vlaggenstok in de hole te laten zoals hij staat of hem zo te verplaatsen dat hij in het midden van de hole komt te staan, of
  • een weggenomen vlaggenstok terug in de hole te plaatsen of te laten plaatsen.

In beide gevallen:

  • Mag de speler niet proberen voordeel te behalen door de vlaggenstok opzettelijk in een andere positie te plaatsen dan in het midden van de hole.
  • Als de speler dit wel doet en de bal in beweging raakt vervolgens de vlaggenstok, krijgt de speler de algemene straf.

(2) Geen straf als de bal de vlaggenstok in de hole raakt. Als de speler de vlaggenstok in de hole laat en dan een slag doet en de bal in beweging vervolgens de vlaggenstok raakt:

  • Volgt er geen straf (behalve als beschreven onder (1)).
  • Moet de bal worden gespeeld zoals hij ligt.

(3) Beperkingen voor de speler voor het bewegen of wegnemen van de vlaggenstok in de hole wanneer een bal in beweging is. Na het doen van een slag waarbij de vlaggenstok in de hole is gelaten:

  • Mag de speler of zijn caddie niet opzettelijk de vlaggenstok bewegen of wegnemen om de plek waar de bal tot stilstand zou kunnen komen te beïnvloeden (zoals voorkomen dat de bal de vlaggenstok raakt). Als dit gedaan wordt, krijgt de speler de algemene straf.
  • Echter er volgt geen straf als de speler om een andere reden de vlaggenstok in de hole laat bewegen of wegnemen, zoals wanneer hij redelijkerwijs van mening is dat de bal in beweging de vlaggenstok niet zal raken voordat hij tot stilstand komt.

(4) Beperkingen voor andere spelers voor het bewegen of wegnemen van de vlaggenstok wanneer de speler heeft besloten hem in de hole te laten. Wanneer de speler de vlaggenstok in de hole heeft gelaten en niemand toestemming heeft gegeven om de vlaggenstok te bewaken (zie Regel 13.2b(1)), mag een andere speler niet opzettelijk de vlaggenstok bewegen of wegnemen om de plek waar de bal van de speler tot stilstand zou kunnen komen te beïnvloeden.

  • Als een andere speler of zijn caddie dit doet voor of gedurende de slag en de speler vervolgens de slag doet zonder dit te hebben waargenomen of dit doet terwijl de bal van de speler in beweging is na de slag, krijgt die andere speler de algemene straf.
  • Echter er volgt geen straf als de andere speler of zijn caddie om een andere reden de vlaggenstok in de hole beweegt of wegneemt, zoals wanneer hij:
    • redelijkerwijs van mening is dat de bal in beweging de vlaggenstok niet zal raken voordat hij tot stilstand komt, of
    • zich niet bewust is dat de speler gaat spelen of dat de bal van de speler in beweging is.

Zie Regel 22.2 (bij Foursomes mogen beide partners handelen voor de partij en wordt een handeling door de partner gezien als een handeling door de speler); 23.5 (bij Four-Ball mogen beide partners handelen voor de partij en wordt een handeling door de partner met betrekking tot de bal of uitrusting van de speler gezien als een handeling door de speler).

b
Vlaggenstok wegnemen uit de hole

(1) Speler mag de vlaggenstok wegnemen uit de hole. De speler mag een slag doen met de vlaggenstok weggenomen uit de hole, waardoor de bal in beweging de vlaggenstok in de hole niet zal raken.

De speler moet dit beslissen voordat hij de slag doet door:

  • de vlaggenstok uit de hole weg te nemen of te laten wegnemen voordat de bal wordt gespeeld, of
  • iemand toestemming te geven om de vlaggenstok te bewaken, wat betekent deze weg te nemen door:
    • voor en tijdens de slag de vlaggenstok vast te houden in, boven of nabij de hole om de speler de plaats van de hole aan te geven, en
    • nadat de slag is gedaan de vlaggenstok weg te nemen.

De speler wordt geacht toestemming te hebben gegeven om de vlaggenstok te bewaken als:

  • De caddie van de speler de vlaggenstok in, boven of nabij de hole vasthoudt of direct naast de hole staat wanneer de slag wordt gedaan, ongeacht of de speler zich ervan bewust is dat de caddie dit doet.
  • De speler iemand vraagt om de vlaggenstok te bewaken en die persoon dat ook doet.
  • De speler ziet dat een andere persoon de vlaggenstok in, boven of nabij de hole vasthoudt of direct naast de hole staat en de speler doet de slag zonder die persoon te vragen om weg te stappen of om de vlaggenstok in de hole te laten.

(2) Wat te doen als de bal de vlaggenstok of de persoon die de vlaggenstok bewaakt raakt. Als de bal in beweging een vlaggenstok raakt nadat de speler had besloten om deze weg te laten nemen volgens (1), of de persoon raakt die de vlaggenstok bewaakt (of iets dat deze persoon vasthoudt), zijn de gevolgen afhankelijk van of dit per ongeluk of met opzet gebeurde:

  • Bal raakt per ongeluk de vlaggenstok of de persoon die de vlaggenstok bewaakt. Als de bal in beweging per ongeluk de vlaggenstok raakt of de persoon die de vlaggenstok heeft weggenomen of bewaakt (of iets dat deze persoon vasthoudt), volgt er geen straf en moet de bal worden gespeeld zoals hij ligt.
  • Bal opzettelijk van richting veranderd of gestopt door de persoon die de vlaggenstok bewaakt. Als de persoon die de vlaggenstok bewaakt opzettelijk de bal in beweging van richting verandert of stopt is Regel 11.2c van toepassing:
    • Plaats waarvan de bal gespeeld moet worden. De speler mag de bal niet spelen zoals hij ligt maar moet handelen volgens Regel 11.2c.
    • Wanneer er straf volgt. Als de persoon die de bal opzettelijk van richting heeft veranderd of heeft gestopt een speler of zijn caddie was, krijgt die speler de algemene straf voor overtreding van Regel 11.2.

Voor toepassing van deze regel betekent “opzettelijk van richting veranderd of gestopt” hetzelfde als in Regel 11.2a en omvat ook wanneer de bal in beweging:

  • Een weggenomen vlaggenstok raakt die opzettelijk op een plek op de grond is neergelegd of gelaten, zodat deze de bal van richting zou kunnen veranderen of zou kunnen stoppen.
  • Een bewaakte vlaggenstok raakt die door de bewaker opzettelijk niet uit de hole of uit de baan van de bal is weggenomen.
  • De persoon die de vlaggenstok heeft bewaakt of weggenomen raakt (of iets dat deze persoon vasthoudt), wanneer deze opzettelijk niet uit de weg is gegaan voor de bal.

Uitzondering – Beperkingen bij het opzettelijk bewegen van de vlaggenstok om de beweging van de bal te beïnvloeden (zie Regel 11.3).

Zie Regel 22.2 (bij Foursomes mogen beide partners handelen voor de partij en wordt een handeling door de partner gezien als een handeling door de speler); 23.5 (bij Four-Ball mogen beide partners handelen voor de partij en wordt een handeling door de partner met betrekking tot de bal of uitrusting van de speler gezien als een handeling door de speler).

c
Bal ligt tegen vlaggenstok in de hole

Als de bal van een speler tot stilstand komt tegen de vlaggenstok in de hole:

  • Als enig deel van de bal zich in de hole onder het oppervlak van de green bevindt, wordt de bal beschouwd als uitgeholed, zelfs als niet de gehele bal onder het oppervlak van de green is.
  • Als geen enkel deel van de bal zich in de hole onder het oppervlak van de green bevindt:
    • Is de bal niet uitgeholed en moet hij worden gespeeld zoals hij ligt.
    • Als de vlaggenstok wordt weggenomen en de bal beweegt (of hij nu in de hole valt of wegrolt van de hole), volgt er geen straf en moet de bal worden teruggeplaatst op de rand van de hole zie Regel 14.2).

Straf voor het spelen van een vervangende bal die in strijd met de regels is ingebracht of het spelen van een verkeerde plaats in overtreding van Regel 13.2c: algemene straf volgens Regel  6.3b of 14.7a.

Wanneer meerdere regelovertredingen het gevolg zijn van een enkele handeling of van gerelateerde handelingen, zie Regel 1.3c(4).

Bij strokeplay wordt de speler gediskwalificeerd als hij niet uitholet zoals vereist volgens Regel 3.3c.

13.3
Bal op de rand van de hole
a
Wachttijd om vast te stellen of een bal op de rand van de hole in de hole gaat vallen

Als enig deel van de bal van een speler over de rand van de hole hangt:

  • Mag de speler voldoende tijd nemen om naar de hole te gaan en vervolgens tien seconden wachten om te zien of de bal in de hole zal vallen.
  • Als de bal binnen deze tijd in de hole valt, heeft de speler uitgeholed met de vorige slag.
  • Als de bal niet binnen deze tijd in de hole valt:
    • wordt de bal geacht stil te liggen;
    • als de bal daarna in de hole valt voordat hij wordt gespeeld, heeft de speler uitgeholed met de vorige slag, maar moet één strafslag worden opgeteld bij de score voor deze hole.
b
Wat te doen als een bal op de rand van de hole is opgenomen of bewogen voordat de wachttijd is verstreken

Als een bal op de rand van de hole is opgenomen of bewogen voordat de wachttijd volgens Regel 13.3a is verstreken, wordt de bal geacht tot stilstand te zijn gekomen:

  • De bal moet worden teruggeplaatst op de rand van de hole (zie Regel 14.2).
  • De wachttijd volgens Regel 13.3a is niet langer van toepassing voor de bal. (Zie Regel 9.3 voor wat te doen als de teruggeplaatste bal vervolgens wordt bewogen door natuurkrachten.)

Als de bal op de rand van de hole opzettelijk wordt opgenomen of bewogen door de tegenstander bij matchplay of een andere speler bij strokeplay voordat de wachttijd is verstreken:

  • Bij matchplay wordt de bal van de speler geacht te zijn uitgeholed met de vorige slag en volgt er geen straf voor de tegenstander volgens Regel 11.2b.
  • Bij strokeplay krijgt de speler die de bal heeft opgenomen of bewogen de algemene straf (twee strafslagen). De bal moet worden teruggeplaatst op de rand van de hole (zie Regel 14.2).
Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Los natuurlijk voorwerp

Elk natuurlijk voorwerp dat niet vastzit, zoals:

  • stenen, losse grassprieten, bladeren, takken en twijgen;
  • dode dieren en dierlijke uitwerpselen;
  • wormen, insecten en vergelijkbare dieren die eenvoudig kunnen worden verwijderd en de hoopjes of webben die ze maken (zoals wormenhoopjes en mierenhopen), en
  • kluiten aarde (waaronder proppen uit beluchtingsgaten).

Zulke natuurlijke voorwerpen zijn niet los als ze:

  • vastzitten of groeien;
  • stevig ingebed zijn in de grond (dus als ze niet gemakkelijk kunnen worden opgepakt), of
  • aan de bal kleven.

Bijzonderheden:

  • Zand en losse aarde zijn geen losse natuurlijke voorwerpen.
  • Dauw, rijp en water zijn geen losse natuurlijke voorwerpen.
  • Sneeuw en natuurlijk ijs (behalve rijp) zijn losse natuurlijke voorwerpen of, wanneer ze op de grond liggen, tijdelijk water, naar keuze van de speler.
  • Spinnenwebben zijn losse natuurlijke voorwerpen ook als ze vastzitten aan een ander voorwerp.

 

Interpretation Loose Impediment/1 - Status of Fruit

Fruit that is detached from its tree or bush is a loose impediment, even if the fruit is from a bush or tree not found on the course.

For example, fruit that has been partially eaten or cut into pieces, and the skin that has been peeled from a piece of fruit are loose impediments. But, when being carried by a player, it is his or her equipment.

Interpretation Loose Impediment/2 - When Loose Impediment Becomes Obstruction

Loose impediments may be transformed into obstructions through the processes of construction or manufacturing.

For example, a log (loose impediment) that has been split and had legs attached has been changed by construction into a bench (obstruction).

Interpretation Loose Impediment/3 - Status of Saliva

Saliva may be treated as either temporary water or a loose impediment, at the option of the player.

Interpretation Loose Impediment/4 - Loose Impediments Used to Surface a Road

Gravel is a loose impediment and a player may remove loose impediments under Rule 15.1a. This right is not affected by the fact that, when a road is covered with gravel, it becomes an artificially surfaced road, making it an immovable obstruction. The same principle applies to roads or paths constructed with stone, crushed shell, wood chips or the like.

In such a situation, the player may:

  • Play the ball as it lies on the obstruction and remove gravel (loose impediment) from the road (Rule 15.1a).
  • Take relief without penalty from the abnormal course condition (immovable obstruction) (Rule 16.1b).

The player may also remove some gravel from the road to determine the possibility of playing the ball as it lies before choosing to take free relief.

Interpretation Loose Impediment/5 - Living Insect Is Never Sticking to a Ball

Although dead insects may be considered to be sticking to a ball, living insects are never considered to be sticking to a ball, whether they are stationary or moving. Therefore, live insects on a ball are loose impediments.

Obstakel

Elk kunstmatig voorwerp behalve integrale delen van de baan en out-of-bounds markeringen.

Voorbeelden van obstakels:

  • Kunstmatig verharde wegen en paden en hun kunstmatige randen.
  • Gebouwen en schuilhutten.
  • Sproeikoppen, drainageputten en schakelkasten.
  • Palen, muren, leuningen, omheiningen (maar niet wanneer dit out-of-bounds markeringen zijn die de grens van de baan markeren of aanduiden).
  • Golfkarren, maaimachines, auto’s en andere voertuigen.
  • Afvalbakken, wegwijzers en banken.
  • Uitrusting van de speler, vlaggenstokken en harken.

Een obstakel is ofwel een los obstakel ofwel een vast obstakel. Als enig deel van een vast obstakel (zoals een poort of deur of een deel van een vastzittende kabel) voldoet aan de definitie van een los obstakel, dan wordt dat deel beschouwd als een los obstakel.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 8; Vorbeeld plaatselijke regel F-23  (de Commissie mag een plaatselijke regel invoeren die bepaalde obstakels definieert als tijdelijke vaste obstakels waarvoor speciale ontwijkprocedures gelden).

 

Interpretation Obstruction/1 - Status of Paint Dots and Paint Lines

Although artificial objects are obstructions so long as they are not boundary objects or integral objects, paint dots and paint lines are not obstructions.

Sometimes paint dots and lines are used for purposes other than course marking (such as indicating the front and back of putting greens). Such dots and lines are not an abnormal course condition unless the Committee declares them to be ground under repair (see Committee Procedures; Model Local Rule F-21).

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Markeren

De plek aangeven waar een bal stilligt door:

  • een balmarker neer te leggen direct achter of direct naast de bal, of
  • een club op de grond te zetten direct achter of direct naast de bal.

Dit wordt gedaan om de plek aan te geven waar de bal moet worden teruggeplaatst nadat hij is opgenomen.

Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Ronde

18 holes of minder, gespeeld in de volgorde zoals bepaald door de Commissie.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Baan

Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan:

  • Alle gebieden binnen de grenzen van de baan zijn binnen de baan en onderdeel van de baan.
  • Alle gebieden buiten de grenzen van de baan zijn buiten de baan (out-of-bounds) en geen onderdeel van de baan.
  • Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

De baan bestaat uit vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Tee

Een voorwerp dat wordt gebruikt om een bal op te plaatsen om vanaf de afslagplaats te spelen. Een tee mag niet langer zijn dan 4 inches (101,6 mm) en moet voldoen aan de regels voor uitrusting.

Uitrusting

Alles wat door jou of je caddie wordt gebruikt, gedragen, vastgehouden of meegevoerd.

Voorwerpen die worden gebruikt voor het onderhoud van de baan, zoals harken, zijn alleen uitrusting wanneer ze worden vastgehouden of meegevoerd door de speler of caddie.

 

Interpretation Equipment/1 - Status of Items Carried by Someone Else for the Player

Items, other than clubs, that are carried by someone other than a player or his or her caddie are outside influences, even if they belong to the player. However, they are the player's equipment when in the player's or his or her caddie's possession.

For example, if a player asks a spectator to carry his or her umbrella, the umbrella is an outside influence while in the spectator's possession. However, if the spectator hands the umbrella to the player, it is now his or her equipment.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Verbeteren

Het veranderen van een of meer omstandigheden die de slag beïnvloeden of andere fysieke omstandigheden die het spel beïnvloeden, zodat een speler er mogelijk voordeel mee behaalt voor een slag.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Invloed van buitenaf

Elk van de volgende mensen of zaken die invloed kunnen hebben op wat er gebeurt met de bal van de speler of zijn uitrusting of met de baan:

  • elke persoon (waaronder andere spelers), behalve de speler en zijn of haar caddie of de partner of tegenstander van de speler of ieder van hun caddies;
  • elk dier, en
  • elk natuurlijk of kunstmatig object of iets anders (waaronder een andere bal in beweging), behalve natuurkrachten.

 

Interpretation Outside Influence/1 - Status of Air and Water When Artificially Propelled

Although wind and water are natural forces and not outside influences, artificially propelled air and water are outside influences.

Examples include:

  • If a ball at rest on the putting green has not been lifted and replaced and is moved by air from a greenside fan, the ball must be replaced (Rule 9.6 and Rule 14.2).
  • If a ball at rest is moved by water coming from an irrigation system, the ball must be replaced (Rule 9.6 and Rule 14.2).
Uitrusting

Alles wat door jou of je caddie wordt gebruikt, gedragen, vastgehouden of meegevoerd.

Voorwerpen die worden gebruikt voor het onderhoud van de baan, zoals harken, zijn alleen uitrusting wanneer ze worden vastgehouden of meegevoerd door de speler of caddie.

 

Interpretation Equipment/1 - Status of Items Carried by Someone Else for the Player

Items, other than clubs, that are carried by someone other than a player or his or her caddie are outside influences, even if they belong to the player. However, they are the player's equipment when in the player's or his or her caddie's possession.

For example, if a player asks a spectator to carry his or her umbrella, the umbrella is an outside influence while in the spectator's possession. However, if the spectator hands the umbrella to the player, it is now his or her equipment.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Dier

Ieder dierlijk levend wezen (anders dan mensen), waaronder zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en ongewervelde dieren (zoals wormen, insecten, spinnen en schaaldieren).

Tee

Een voorwerp dat wordt gebruikt om een bal op te plaatsen om vanaf de afslagplaats te spelen. Een tee mag niet langer zijn dan 4 inches (101,6 mm) en moet voldoen aan de regels voor uitrusting.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Natuurkrachten

De invloeden van de natuur zoals wind, water of wanneer iets zonder duidelijke reden gebeurt onder invloed van de zwaartekracht.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Balmarker

Een kunstmatig voorwerp dat gebruikt wordt om de plek van de bal te markeren, zoals een tee, een muntje, een voorwerp dat als balmarker is gemaakt of een ander klein uitrustingsstuk.

Wanneer de Regels verwijzen naar een bewogen balmarker, wordt een balmarker bedoeld die op de baan is geplaatste om de plek van een opgenomen en nog niet teruggeplaatste bal te markeren.

Bal Bewogen

Wanneer een stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog kan worden gezien (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

Dit geldt voor een verplaatsing van de bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

Als de bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft de bal niet bewogen.

 

Interpretation Moved/1 - When Ball Resting on Object Has Moved

For the purpose of deciding whether a ball must be replaced or whether a player gets a penalty, a ball is treated as having moved only if it has moved in relation to a specific part of the larger condition or object it is resting on, unless the entire object the ball is resting on has moved in relation to the ground.

An example of when a ball has not moved includes when:

  • A ball is resting in the fork of a tree branch and the tree branch moves, but the ball's spot in the branch does not change.

Examples of when a ball has moved include when:

  • A ball is resting in a stationary plastic cup and the cup itself moves in relation to the ground because it is being blown by the wind.
  • A ball is resting in or on a stationary motorized cart that starts to move.

Interpretation Moved/2 - Television Evidence Shows Ball at Rest Changed Position but by Amount Not Reasonably Discernible to Naked Eye

When determining whether or not a ball at rest has moved, a player must make that judgment based on all the information reasonably available to him or her at the time, so that he or she can determine whether the ball must be replaced under the Rules. When the player's ball has left its original position and come to rest in another place by an amount that was not reasonably discernible to the naked eye at the time, a player's determination that the ball has not moved is conclusive, even if that determination is later shown to be incorrect through the use of sophisticated technology.

On the other hand, if the Committee determines, based on all of the evidence it has available, that the ball changed its position by an amount that was reasonably discernible to the naked eye at the time, the ball will be determined to have moved even though no-one actually saw it move.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Strokeplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij het opneemt tegen alle andere spelers of partijen in de wedstrijd.

In de reguliere vorm van strokeplay (zie Regel 3.3):

  • Is de score van een speler of partij voor een ronde het totaal aantal slagen dat hij of zij nodig heeft om op iedere hole uit te holen (gespeelde slagen en opgelopen strafslagen inbegrepen).
  • Is de winnaar de speler of partij die alle rondes met in totaal het minst aantal slagen uitspeelt.

Andere vormen van strokeplay  met andere methodes om de score te bepalen zijn Stableford, Maximum Score en Par/Bogey (zie Regel 21).

Alle vormen van strokeplay  kunnen worden gespeeld in zowel individuele wedstrijden (iedere speler speelt voor zichzelf) als in wedstrijden met partijen of partners (Foursomes of Four-Ball).

Balmarker

Een kunstmatig voorwerp dat gebruikt wordt om de plek van de bal te markeren, zoals een tee, een muntje, een voorwerp dat als balmarker is gemaakt of een ander klein uitrustingsstuk.

Wanneer de Regels verwijzen naar een bewogen balmarker, wordt een balmarker bedoeld die op de baan is geplaatste om de plek van een opgenomen en nog niet teruggeplaatste bal te markeren.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Bal Bewogen

Wanneer een stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog kan worden gezien (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

Dit geldt voor een verplaatsing van de bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

Als de bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft de bal niet bewogen.

 

Interpretation Moved/1 - When Ball Resting on Object Has Moved

For the purpose of deciding whether a ball must be replaced or whether a player gets a penalty, a ball is treated as having moved only if it has moved in relation to a specific part of the larger condition or object it is resting on, unless the entire object the ball is resting on has moved in relation to the ground.

An example of when a ball has not moved includes when:

  • A ball is resting in the fork of a tree branch and the tree branch moves, but the ball's spot in the branch does not change.

Examples of when a ball has moved include when:

  • A ball is resting in a stationary plastic cup and the cup itself moves in relation to the ground because it is being blown by the wind.
  • A ball is resting in or on a stationary motorized cart that starts to move.

Interpretation Moved/2 - Television Evidence Shows Ball at Rest Changed Position but by Amount Not Reasonably Discernible to Naked Eye

When determining whether or not a ball at rest has moved, a player must make that judgment based on all the information reasonably available to him or her at the time, so that he or she can determine whether the ball must be replaced under the Rules. When the player's ball has left its original position and come to rest in another place by an amount that was not reasonably discernible to the naked eye at the time, a player's determination that the ball has not moved is conclusive, even if that determination is later shown to be incorrect through the use of sophisticated technology.

On the other hand, if the Committee determines, based on all of the evidence it has available, that the ball changed its position by an amount that was reasonably discernible to the naked eye at the time, the ball will be determined to have moved even though no-one actually saw it move.

Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Balmarker

Een kunstmatig voorwerp dat gebruikt wordt om de plek van de bal te markeren, zoals een tee, een muntje, een voorwerp dat als balmarker is gemaakt of een ander klein uitrustingsstuk.

Wanneer de Regels verwijzen naar een bewogen balmarker, wordt een balmarker bedoeld die op de baan is geplaatste om de plek van een opgenomen en nog niet teruggeplaatste bal te markeren.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Balmarker

Een kunstmatig voorwerp dat gebruikt wordt om de plek van de bal te markeren, zoals een tee, een muntje, een voorwerp dat als balmarker is gemaakt of een ander klein uitrustingsstuk.

Wanneer de Regels verwijzen naar een bewogen balmarker, wordt een balmarker bedoeld die op de baan is geplaatste om de plek van een opgenomen en nog niet teruggeplaatste bal te markeren.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Natuurkrachten

De invloeden van de natuur zoals wind, water of wanneer iets zonder duidelijke reden gebeurt onder invloed van de zwaartekracht.

Bal Bewogen

Wanneer een stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog kan worden gezien (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

Dit geldt voor een verplaatsing van de bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

Als de bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft de bal niet bewogen.

 

Interpretation Moved/1 - When Ball Resting on Object Has Moved

For the purpose of deciding whether a ball must be replaced or whether a player gets a penalty, a ball is treated as having moved only if it has moved in relation to a specific part of the larger condition or object it is resting on, unless the entire object the ball is resting on has moved in relation to the ground.

An example of when a ball has not moved includes when:

  • A ball is resting in the fork of a tree branch and the tree branch moves, but the ball's spot in the branch does not change.

Examples of when a ball has moved include when:

  • A ball is resting in a stationary plastic cup and the cup itself moves in relation to the ground because it is being blown by the wind.
  • A ball is resting in or on a stationary motorized cart that starts to move.

Interpretation Moved/2 - Television Evidence Shows Ball at Rest Changed Position but by Amount Not Reasonably Discernible to Naked Eye

When determining whether or not a ball at rest has moved, a player must make that judgment based on all the information reasonably available to him or her at the time, so that he or she can determine whether the ball must be replaced under the Rules. When the player's ball has left its original position and come to rest in another place by an amount that was not reasonably discernible to the naked eye at the time, a player's determination that the ball has not moved is conclusive, even if that determination is later shown to be incorrect through the use of sophisticated technology.

On the other hand, if the Committee determines, based on all of the evidence it has available, that the ball changed its position by an amount that was reasonably discernible to the naked eye at the time, the ball will be determined to have moved even though no-one actually saw it move.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Bal Bewogen

Wanneer een stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog kan worden gezien (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

Dit geldt voor een verplaatsing van de bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

Als de bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft de bal niet bewogen.

 

Interpretation Moved/1 - When Ball Resting on Object Has Moved

For the purpose of deciding whether a ball must be replaced or whether a player gets a penalty, a ball is treated as having moved only if it has moved in relation to a specific part of the larger condition or object it is resting on, unless the entire object the ball is resting on has moved in relation to the ground.

An example of when a ball has not moved includes when:

  • A ball is resting in the fork of a tree branch and the tree branch moves, but the ball's spot in the branch does not change.

Examples of when a ball has moved include when:

  • A ball is resting in a stationary plastic cup and the cup itself moves in relation to the ground because it is being blown by the wind.
  • A ball is resting in or on a stationary motorized cart that starts to move.

Interpretation Moved/2 - Television Evidence Shows Ball at Rest Changed Position but by Amount Not Reasonably Discernible to Naked Eye

When determining whether or not a ball at rest has moved, a player must make that judgment based on all the information reasonably available to him or her at the time, so that he or she can determine whether the ball must be replaced under the Rules. When the player's ball has left its original position and come to rest in another place by an amount that was not reasonably discernible to the naked eye at the time, a player's determination that the ball has not moved is conclusive, even if that determination is later shown to be incorrect through the use of sophisticated technology.

On the other hand, if the Committee determines, based on all of the evidence it has available, that the ball changed its position by an amount that was reasonably discernible to the naked eye at the time, the ball will be determined to have moved even though no-one actually saw it move.

Natuurkrachten

De invloeden van de natuur zoals wind, water of wanneer iets zonder duidelijke reden gebeurt onder invloed van de zwaartekracht.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Invloed van buitenaf

Elk van de volgende mensen of zaken die invloed kunnen hebben op wat er gebeurt met de bal van de speler of zijn uitrusting of met de baan:

  • elke persoon (waaronder andere spelers), behalve de speler en zijn of haar caddie of de partner of tegenstander van de speler of ieder van hun caddies;
  • elk dier, en
  • elk natuurlijk of kunstmatig object of iets anders (waaronder een andere bal in beweging), behalve natuurkrachten.

 

Interpretation Outside Influence/1 - Status of Air and Water When Artificially Propelled

Although wind and water are natural forces and not outside influences, artificially propelled air and water are outside influences.

Examples include:

  • If a ball at rest on the putting green has not been lifted and replaced and is moved by air from a greenside fan, the ball must be replaced (Rule 9.6 and Rule 14.2).
  • If a ball at rest is moved by water coming from an irrigation system, the ball must be replaced (Rule 9.6 and Rule 14.2).
Ronde

18 holes of minder, gespeeld in de volgorde zoals bepaald door de Commissie.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Verkeerde green

Elke andere green op de baan dan de green van de hole die de speler aan het spelen is.

Verkeerde greens omvatten ook:

  • De green van alle andere holes die door de speler op dat moment niet worden gespeeld.
  • De normale green van een hole wanneer op die hole een tijdelijke green in gebruik is.
  • Alle oefengreens voor putten, chippen of pitchen, tenzij deze door de Commissie met een plaatselijke regel zijn uitgesloten.

Verkeerde greens zijn onderdeel van het algemene gebied.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Verkeerde green

Elke andere green op de baan dan de green van de hole die de speler aan het spelen is.

Verkeerde greens omvatten ook:

  • De green van alle andere holes die door de speler op dat moment niet worden gespeeld.
  • De normale green van een hole wanneer op die hole een tijdelijke green in gebruik is.
  • Alle oefengreens voor putten, chippen of pitchen, tenzij deze door de Commissie met een plaatselijke regel zijn uitgesloten.

Verkeerde greens zijn onderdeel van het algemene gebied.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Commissie

De persoon of groep verantwoordelijk voor de wedstrijd of de baan.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 1 (uitleg van de rol van de Commissie).

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Verkeerde green

Elke andere green op de baan dan de green van de hole die de speler aan het spelen is.

Verkeerde greens omvatten ook:

  • De green van alle andere holes die door de speler op dat moment niet worden gespeeld.
  • De normale green van een hole wanneer op die hole een tijdelijke green in gebruik is.
  • Alle oefengreens voor putten, chippen of pitchen, tenzij deze door de Commissie met een plaatselijke regel zijn uitgesloten.

Verkeerde greens zijn onderdeel van het algemene gebied.

Verkeerde green

Elke andere green op de baan dan de green van de hole die de speler aan het spelen is.

Verkeerde greens omvatten ook:

  • De green van alle andere holes die door de speler op dat moment niet worden gespeeld.
  • De normale green van een hole wanneer op die hole een tijdelijke green in gebruik is.
  • Alle oefengreens voor putten, chippen of pitchen, tenzij deze door de Commissie met een plaatselijke regel zijn uitgesloten.

Verkeerde greens zijn onderdeel van het algemene gebied.

Los natuurlijk voorwerp

Elk natuurlijk voorwerp dat niet vastzit, zoals:

  • stenen, losse grassprieten, bladeren, takken en twijgen;
  • dode dieren en dierlijke uitwerpselen;
  • wormen, insecten en vergelijkbare dieren die eenvoudig kunnen worden verwijderd en de hoopjes of webben die ze maken (zoals wormenhoopjes en mierenhopen), en
  • kluiten aarde (waaronder proppen uit beluchtingsgaten).

Zulke natuurlijke voorwerpen zijn niet los als ze:

  • vastzitten of groeien;
  • stevig ingebed zijn in de grond (dus als ze niet gemakkelijk kunnen worden opgepakt), of
  • aan de bal kleven.

Bijzonderheden:

  • Zand en losse aarde zijn geen losse natuurlijke voorwerpen.
  • Dauw, rijp en water zijn geen losse natuurlijke voorwerpen.
  • Sneeuw en natuurlijk ijs (behalve rijp) zijn losse natuurlijke voorwerpen of, wanneer ze op de grond liggen, tijdelijk water, naar keuze van de speler.
  • Spinnenwebben zijn losse natuurlijke voorwerpen ook als ze vastzitten aan een ander voorwerp.

 

Interpretation Loose Impediment/1 - Status of Fruit

Fruit that is detached from its tree or bush is a loose impediment, even if the fruit is from a bush or tree not found on the course.

For example, fruit that has been partially eaten or cut into pieces, and the skin that has been peeled from a piece of fruit are loose impediments. But, when being carried by a player, it is his or her equipment.

Interpretation Loose Impediment/2 - When Loose Impediment Becomes Obstruction

Loose impediments may be transformed into obstructions through the processes of construction or manufacturing.

For example, a log (loose impediment) that has been split and had legs attached has been changed by construction into a bench (obstruction).

Interpretation Loose Impediment/3 - Status of Saliva

Saliva may be treated as either temporary water or a loose impediment, at the option of the player.

Interpretation Loose Impediment/4 - Loose Impediments Used to Surface a Road

Gravel is a loose impediment and a player may remove loose impediments under Rule 15.1a. This right is not affected by the fact that, when a road is covered with gravel, it becomes an artificially surfaced road, making it an immovable obstruction. The same principle applies to roads or paths constructed with stone, crushed shell, wood chips or the like.

In such a situation, the player may:

  • Play the ball as it lies on the obstruction and remove gravel (loose impediment) from the road (Rule 15.1a).
  • Take relief without penalty from the abnormal course condition (immovable obstruction) (Rule 16.1b).

The player may also remove some gravel from the road to determine the possibility of playing the ball as it lies before choosing to take free relief.

Interpretation Loose Impediment/5 - Living Insect Is Never Sticking to a Ball

Although dead insects may be considered to be sticking to a ball, living insects are never considered to be sticking to a ball, whether they are stationary or moving. Therefore, live insects on a ball are loose impediments.

Obstakel

Elk kunstmatig voorwerp behalve integrale delen van de baan en out-of-bounds markeringen.

Voorbeelden van obstakels:

  • Kunstmatig verharde wegen en paden en hun kunstmatige randen.
  • Gebouwen en schuilhutten.
  • Sproeikoppen, drainageputten en schakelkasten.
  • Palen, muren, leuningen, omheiningen (maar niet wanneer dit out-of-bounds markeringen zijn die de grens van de baan markeren of aanduiden).
  • Golfkarren, maaimachines, auto’s en andere voertuigen.
  • Afvalbakken, wegwijzers en banken.
  • Uitrusting van de speler, vlaggenstokken en harken.

Een obstakel is ofwel een los obstakel ofwel een vast obstakel. Als enig deel van een vast obstakel (zoals een poort of deur of een deel van een vastzittende kabel) voldoet aan de definitie van een los obstakel, dan wordt dat deel beschouwd als een los obstakel.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 8; Vorbeeld plaatselijke regel F-23  (de Commissie mag een plaatselijke regel invoeren die bepaalde obstakels definieert als tijdelijke vaste obstakels waarvoor speciale ontwijkprocedures gelden).

 

Interpretation Obstruction/1 - Status of Paint Dots and Paint Lines

Although artificial objects are obstructions so long as they are not boundary objects or integral objects, paint dots and paint lines are not obstructions.

Sometimes paint dots and lines are used for purposes other than course marking (such as indicating the front and back of putting greens). Such dots and lines are not an abnormal course condition unless the Committee declares them to be ground under repair (see Committee Procedures; Model Local Rule F-21).

Verkeerde green

Elke andere green op de baan dan de green van de hole die de speler aan het spelen is.

Verkeerde greens omvatten ook:

  • De green van alle andere holes die door de speler op dat moment niet worden gespeeld.
  • De normale green van een hole wanneer op die hole een tijdelijke green in gebruik is.
  • Alle oefengreens voor putten, chippen of pitchen, tenzij deze door de Commissie met een plaatselijke regel zijn uitgesloten.

Verkeerde greens zijn onderdeel van het algemene gebied.

Stand

De positie van voeten en lichaam van de speler in voorbereiding op en voor het doen van een slag.

Verkeerde green

Elke andere green op de baan dan de green van de hole die de speler aan het spelen is.

Verkeerde greens omvatten ook:

  • De green van alle andere holes die door de speler op dat moment niet worden gespeeld.
  • De normale green van een hole wanneer op die hole een tijdelijke green in gebruik is.
  • Alle oefengreens voor putten, chippen of pitchen, tenzij deze door de Commissie met een plaatselijke regel zijn uitgesloten.

Verkeerde greens zijn onderdeel van het algemene gebied.

Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering

Het referentiepunt voor het ontwijken zonder straf van een belemmering door een abnormale baanomstandigheid (Regel 16.1), een situatie met gevaarlijke dieren (Regel 16.2), een verkeerde green (Regel 13.1f) of een verboden speelzone (Regel 16.1f en 17.1e) of bij het handelen volgens een plaatselijke regel.

Het is het bij benadering vastgestelde punt dat als de bal daar zou liggen:

  • het dichtst bij de oorspronkelijke plek van de bal is, maar niet dichter bij de hole dan die plek;
  • in het vereiste gebied van de baan ligt, en
  • waar, als de bal daar zou liggen, de belemmering die de speler wil ontwijken niet meer bestaat voor de slag zoals de speler die op de oorspronkelijke plek, zonder de belemmering, zou hebben gedaan.

Om dit referentiepunt te bepalen, moet de speler vaststellen met welke club, stand, swing en speellijn hij of zij de slag zou hebben gedaan.

Het is niet verplicht voor de speler om de slag te simuleren door echt een stand in te nemen en met de gekozen club een swing te maken (maar het wordt aanbevolen om dit doorgaans wel te doen om een zo nauwkeurig mogelijk het referentiepunt te kunnen bepalen).

Het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering heeft alleen betrekking op de belemmering die de speler wil ontwijken en kan zich op een plek bevinden waar iets anders voor hinder zorgt:

  • Als de speler de belemmering ontwijkt en dan last heeft van een andere belemmering die mag worden ontweken, dan mag de speler opnieuw een dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering bepalen om deze nieuwe belemmering te ontwijken.
  • De belemmeringen moeten apart worden ontweken, behalve dat de speler de belemmeringen gezamenlijk in één keer mag ontwijken (door het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering voor beide belemmeringen te bepalen) wanneer het, na al een keer beide belemmeringen apart te hebben ontweken, redelijkerwijs duidelijk wordt dat hiermee doorgaan voortdurend leidt tot hinder door een van deze belemmeringen.

 

Interpretation Nearest Point of Complete Relief/1 - Diagrams Illustrating Nearest Point of Complete Relief

In the diagrams, the term "nearest point of complete relief" in Rule 16.1 (Abnormal Course Conditions) for relief from interference by ground under repair is illustrated in the case of both a right-handed and a left-handed player.

The nearest point of complete relief must be strictly interpreted. A player is not allowed to choose on which side of the ground under repair the ball will be dropped, unless there are two equidistant nearest points of complete relief. Even if one side of the ground under repair is fairway and the other is bushes, if the nearest point of complete relief is in the bushes, then that is the player's nearest point of complete relief.

Interpretation Nearest Point of Complete Relief/2 – Player Does Not Follow Recommended Procedure in Determining Nearest Point of Complete Relief

Although there is a recommended procedure for determining the nearest point of complete relief, the Rules do not require a player to determine this point when taking relief under a relevant Rule (such as when taking relief from an abnormal course condition under Rule 16.1b (Relief for Ball in General Area)). If a player does not determine a nearest point of complete relief accurately or identifies an incorrect nearest point of complete relief, the player only gets a penalty if this results in him or her dropping a ball into a relief area that does not satisfy the requirements of the Rule and the ball is then played.

Interpretation Nearest Point of Complete Relief/3 – Whether Player Has Taken Relief Incorrectly If Condition Still Interferes for Stroke with Club Not Used to Determine Nearest Point of Complete Relief

When a player is taking relief from an abnormal course condition, he or she is taking relief only for interference that he or she had with the club, stance, swing and line of play that would have been used to play the ball from that spot. After the player has taken relief and there is no longer interference for the stroke the player would have made, any further interference is a new situation.

For example, the player's ball lies in heavy rough in the general area approximately 230 yards from the green. The player selects a wedge to make the next stroke and finds that his or her stance touches a line defining an area of ground under repair. The player determines the nearest point of complete relief and drops a ball in the prescribed relief area according to Rule 14.3b(3) (Ball Must Be Dropped in Relief Area) and Rule 16.1 (Relief from Abnormal Course Conditions).

The ball rolls into a good lie within the relief area from where the player believes that the next stroke could be played with a 3-wood. If the player used a wedge for the next stroke there would be no interference from the ground under repair. However, using the 3-wood, the player again touches the line defining the ground under repair with his or her foot. This is a new situation and the player may play the ball as it lies or take relief for the new situation.

Interpretation Nearest Point of Complete Relief/4 - Player Determines Nearest Point of Complete Relief but Is Physically Unable to Make Intended Stroke

The purpose of determining the nearest point of complete relief is to find a reference point in a location that is as near as possible to where the interfering condition no longer interferes. In determining the nearest point of complete relief, the player is not guaranteed a good or playable lie.

For example, if a player is unable to make a stroke from what appears to be the required relief area as measured from the nearest point of complete relief because either the direction of play is blocked by a tree, or the player is unable to take the backswing for the intended stroke due to a bush, this does not change the fact that the identified point is the nearest point of complete relief.

After the ball is in play, the player must then decide what type of stroke he or she will make. This stroke, which includes the choice of club, may be different than the one that would have been made from the ball's original spot had the condition not been there.

If it is not physically possible to drop the ball in any part of the identified relief area, the player is not allowed relief from the condition.

Interpretation Nearest Point of Complete Relief/5 - Player Physically Unable to Determine Nearest Point of Complete Relief

If a player is physically unable to determine his or her nearest point of complete relief, it must be estimated, and the relief area is then based on the estimated point.

For example, in taking relief under Rule 16.1, a player is physically unable to determine the nearest point of complete relief because that point is within the trunk of a tree or a boundary fence prevents the player from adopting the required stance.

The player must estimate the nearest point of complete relief and drop a ball in the identified relief area.

If it is not physically possible to drop the ball in the identified relief area, the player is not allowed relief under Rule 16.1.

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Algemeen gebied

Het gebied van de baan dat de hele baan omvat, behalve de overige vier gedefinieerde gebieden: (1) de afslagplaats waarvan de speler moet spelen bij aanvang van de hole die hij of zij speelt, (2) alle  hindernissen, (3) alle bunkers en (4) de green van de hole die de speler speelt.

Het algemene gebied omvat ook:

  • alle afslaglocaties op de baan anders dan de afslagplaats, en
  • alle verkeerde greens.
Clublengte

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld als de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Clarification - Meaning of “Club-Length” When Playing with Partner

In partner forms of play, either partner’s longest club, except a putter, may be used for defining the teeing area or determining the size of a relief area.
(Clarification added 12/2018)

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Algemeen gebied

Het gebied van de baan dat de hele baan omvat, behalve de overige vier gedefinieerde gebieden: (1) de afslagplaats waarvan de speler moet spelen bij aanvang van de hole die hij of zij speelt, (2) alle  hindernissen, (3) alle bunkers en (4) de green van de hole die de speler speelt.

Het algemene gebied omvat ook:

  • alle afslaglocaties op de baan anders dan de afslagplaats, en
  • alle verkeerde greens.
Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Verkeerde green

Elke andere green op de baan dan de green van de hole die de speler aan het spelen is.

Verkeerde greens omvatten ook:

  • De green van alle andere holes die door de speler op dat moment niet worden gespeeld.
  • De normale green van een hole wanneer op die hole een tijdelijke green in gebruik is.
  • Alle oefengreens voor putten, chippen of pitchen, tenzij deze door de Commissie met een plaatselijke regel zijn uitgesloten.

Verkeerde greens zijn onderdeel van het algemene gebied.

Stand

De positie van voeten en lichaam van de speler in voorbereiding op en voor het doen van een slag.

Commissie

De persoon of groep verantwoordelijk voor de wedstrijd of de baan.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 1 (uitleg van de rol van de Commissie).

Verkeerde green

Elke andere green op de baan dan de green van de hole die de speler aan het spelen is.

Verkeerde greens omvatten ook:

  • De green van alle andere holes die door de speler op dat moment niet worden gespeeld.
  • De normale green van een hole wanneer op die hole een tijdelijke green in gebruik is.
  • Alle oefengreens voor putten, chippen of pitchen, tenzij deze door de Commissie met een plaatselijke regel zijn uitgesloten.

Verkeerde greens zijn onderdeel van het algemene gebied.

Stand

De positie van voeten en lichaam van de speler in voorbereiding op en voor het doen van een slag.

Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Verkeerde plaats

Iedere andere plaats op de baan dan waar de speler volgens de regels zijn of haar bal moet of mag spelen.

Voorbeelden van het spelen van een verkeerde plaats zijn:

  • Het spelen van een bal na het terugplaatsen op de verkeerde plek of zonder deze terug te plaatsen als de regels dat vereisen.
  • Het spelen van een gedropte bal buiten de vereiste dropzone.
  • Het volgens een verkeerde regel zodanig ontwijken van een belemmering dat de bal is gedropt op en gespeeld van een plaats die niet is toegestaan volgens de regels.
  • Het spelen van een bal uit een verboden speelzone of vanaf een plek waar een verboden speelzone een belemmering vormt voor de stand van de speler of voor de ruimte van zijn voorgenomen swing.

Het spelen van een bal van buiten de afslagplaats bij het beginnen van een hole of bij het herstellen van deze vergissing is niet spelen van de verkeerde plaats (zie Regel 6.1b).

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Baan

Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan:

  • Alle gebieden binnen de grenzen van de baan zijn binnen de baan en onderdeel van de baan.
  • Alle gebieden buiten de grenzen van de baan zijn buiten de baan (out-of-bounds) en geen onderdeel van de baan.
  • Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

De baan bestaat uit vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Caddie

Iemand die een speler helpt tijdens een ronde, onder andere op de volgende manier:

  • Dragen, vervoeren of verzorgen van clubs: Iemand die de clubs van de speler draagt, vervoert (zoals met een golfkar of trolley) of verzorgt tijdens het spel is de spelers caddie, zelfs als deze niet door de speler als caddie is benoemd, behalve wanneer dit wordt gedaan om de clubs, tas of golfkar van de speler uit de weg te zetten of uit beleefdheid (zoals een club halen die de speler heeft achtergelaten).
  • Advies geven: De caddie van een speler is de enige persoon (behalve een partner of partners caddie) aan wie een speler advies mag vragen.

Een caddie mag de speler ook op andere manieren helpen (zie Regel 10.3b).

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Caddie

Iemand die een speler helpt tijdens een ronde, onder andere op de volgende manier:

  • Dragen, vervoeren of verzorgen van clubs: Iemand die de clubs van de speler draagt, vervoert (zoals met een golfkar of trolley) of verzorgt tijdens het spel is de spelers caddie, zelfs als deze niet door de speler als caddie is benoemd, behalve wanneer dit wordt gedaan om de clubs, tas of golfkar van de speler uit de weg te zetten of uit beleefdheid (zoals een club halen die de speler heeft achtergelaten).
  • Advies geven: De caddie van een speler is de enige persoon (behalve een partner of partners caddie) aan wie een speler advies mag vragen.

Een caddie mag de speler ook op andere manieren helpen (zie Regel 10.3b).

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Caddie

Iemand die een speler helpt tijdens een ronde, onder andere op de volgende manier:

  • Dragen, vervoeren of verzorgen van clubs: Iemand die de clubs van de speler draagt, vervoert (zoals met een golfkar of trolley) of verzorgt tijdens het spel is de spelers caddie, zelfs als deze niet door de speler als caddie is benoemd, behalve wanneer dit wordt gedaan om de clubs, tas of golfkar van de speler uit de weg te zetten of uit beleefdheid (zoals een club halen die de speler heeft achtergelaten).
  • Advies geven: De caddie van een speler is de enige persoon (behalve een partner of partners caddie) aan wie een speler advies mag vragen.

Een caddie mag de speler ook op andere manieren helpen (zie Regel 10.3b).

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Foursomes

Een spelvorm waarbij twee partners spelend als één partij op elke hole om de beurt met één bal spelen.

Een Foursomes kan worden gespeeld als een matchplaywedstrijd tussen twee partijen van twee partners of als een strokeplaywedstrijd tussen meerdere partijen van twee partners.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Partij

Twee of meer partners die als partij spelen in een ronde bij matchplay of strokeplay.

Iedere groep van partners is een partij, ongeacht of iedere partner zijn of haar eigen bal speelt (Four-Ball) of de partners samen één bal spelen (Foursomes).

Een partij is niet hetzelfde als een team. In een teamwedstrijd, bestaat ieder team uit spelers die individueel of als partij spelen.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Four-Ball

Een spelvorm met partijen van twee partners, waarbij iedere speler zijn of haar eigen bal speelt. De score van een partij voor een hole is de laagste score van beide partners op die hole.

Een Four-Ball kan worden gespeeld als een matchplaywedstrijd tussen twee partijen van twee partners of als een strokeplaywedstrijd tussen meerdere partijen van twee partners.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Partij

Twee of meer partners die als partij spelen in een ronde bij matchplay of strokeplay.

Iedere groep van partners is een partij, ongeacht of iedere partner zijn of haar eigen bal speelt (Four-Ball) of de partners samen één bal spelen (Foursomes).

Een partij is niet hetzelfde als een team. In een teamwedstrijd, bestaat ieder team uit spelers die individueel of als partij spelen.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Uitrusting

Alles wat door jou of je caddie wordt gebruikt, gedragen, vastgehouden of meegevoerd.

Voorwerpen die worden gebruikt voor het onderhoud van de baan, zoals harken, zijn alleen uitrusting wanneer ze worden vastgehouden of meegevoerd door de speler of caddie.

 

Interpretation Equipment/1 - Status of Items Carried by Someone Else for the Player

Items, other than clubs, that are carried by someone other than a player or his or her caddie are outside influences, even if they belong to the player. However, they are the player's equipment when in the player's or his or her caddie's possession.

For example, if a player asks a spectator to carry his or her umbrella, the umbrella is an outside influence while in the spectator's possession. However, if the spectator hands the umbrella to the player, it is now his or her equipment.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Caddie

Iemand die een speler helpt tijdens een ronde, onder andere op de volgende manier:

  • Dragen, vervoeren of verzorgen van clubs: Iemand die de clubs van de speler draagt, vervoert (zoals met een golfkar of trolley) of verzorgt tijdens het spel is de spelers caddie, zelfs als deze niet door de speler als caddie is benoemd, behalve wanneer dit wordt gedaan om de clubs, tas of golfkar van de speler uit de weg te zetten of uit beleefdheid (zoals een club halen die de speler heeft achtergelaten).
  • Advies geven: De caddie van een speler is de enige persoon (behalve een partner of partners caddie) aan wie een speler advies mag vragen.

Een caddie mag de speler ook op andere manieren helpen (zie Regel 10.3b).

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Caddie

Iemand die een speler helpt tijdens een ronde, onder andere op de volgende manier:

  • Dragen, vervoeren of verzorgen van clubs: Iemand die de clubs van de speler draagt, vervoert (zoals met een golfkar of trolley) of verzorgt tijdens het spel is de spelers caddie, zelfs als deze niet door de speler als caddie is benoemd, behalve wanneer dit wordt gedaan om de clubs, tas of golfkar van de speler uit de weg te zetten of uit beleefdheid (zoals een club halen die de speler heeft achtergelaten).
  • Advies geven: De caddie van een speler is de enige persoon (behalve een partner of partners caddie) aan wie een speler advies mag vragen.

Een caddie mag de speler ook op andere manieren helpen (zie Regel 10.3b).

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Caddie

Iemand die een speler helpt tijdens een ronde, onder andere op de volgende manier:

  • Dragen, vervoeren of verzorgen van clubs: Iemand die de clubs van de speler draagt, vervoert (zoals met een golfkar of trolley) of verzorgt tijdens het spel is de spelers caddie, zelfs als deze niet door de speler als caddie is benoemd, behalve wanneer dit wordt gedaan om de clubs, tas of golfkar van de speler uit de weg te zetten of uit beleefdheid (zoals een club halen die de speler heeft achtergelaten).
  • Advies geven: De caddie van een speler is de enige persoon (behalve een partner of partners caddie) aan wie een speler advies mag vragen.

Een caddie mag de speler ook op andere manieren helpen (zie Regel 10.3b).

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Foursomes

Een spelvorm waarbij twee partners spelend als één partij op elke hole om de beurt met één bal spelen.

Een Foursomes kan worden gespeeld als een matchplaywedstrijd tussen twee partijen van twee partners of als een strokeplaywedstrijd tussen meerdere partijen van twee partners.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Partij

Twee of meer partners die als partij spelen in een ronde bij matchplay of strokeplay.

Iedere groep van partners is een partij, ongeacht of iedere partner zijn of haar eigen bal speelt (Four-Ball) of de partners samen één bal spelen (Foursomes).

Een partij is niet hetzelfde als een team. In een teamwedstrijd, bestaat ieder team uit spelers die individueel of als partij spelen.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Four-Ball

Een spelvorm met partijen van twee partners, waarbij iedere speler zijn of haar eigen bal speelt. De score van een partij voor een hole is de laagste score van beide partners op die hole.

Een Four-Ball kan worden gespeeld als een matchplaywedstrijd tussen twee partijen van twee partners of als een strokeplaywedstrijd tussen meerdere partijen van twee partners.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Partij

Twee of meer partners die als partij spelen in een ronde bij matchplay of strokeplay.

Iedere groep van partners is een partij, ongeacht of iedere partner zijn of haar eigen bal speelt (Four-Ball) of de partners samen één bal spelen (Foursomes).

Een partij is niet hetzelfde als een team. In een teamwedstrijd, bestaat ieder team uit spelers die individueel of als partij spelen.

Partner

Een speler die samen met een andere speler in dezelfde partij speelt, bij matchplay of strokeplay.

Uitrusting

Alles wat door jou of je caddie wordt gebruikt, gedragen, vastgehouden of meegevoerd.

Voorwerpen die worden gebruikt voor het onderhoud van de baan, zoals harken, zijn alleen uitrusting wanneer ze worden vastgehouden of meegevoerd door de speler of caddie.

 

Interpretation Equipment/1 - Status of Items Carried by Someone Else for the Player

Items, other than clubs, that are carried by someone other than a player or his or her caddie are outside influences, even if they belong to the player. However, they are the player's equipment when in the player's or his or her caddie's possession.

For example, if a player asks a spectator to carry his or her umbrella, the umbrella is an outside influence while in the spectator's possession. However, if the spectator hands the umbrella to the player, it is now his or her equipment.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Vlaggenstok

Een losse stok, aangeleverd door de Commissie, die in de hole is geplaatst om de spelers te laten zien waar de hole is. De vlaggenstok omvat de vlag en andere voorwerpen die aan de stok vastzitten.

De eisen die aan een vlaggenstok worden gesteld staan in de regels voor uitrusting.

 

Interpretation Flagstick/1 - Objects Are Treated as Flagstick When Used as Flagstick

If an artificial or natural object is being used to mark the position of the hole, that object is treated the same as the flagstick would be.

For example, if the flagstick has been removed and a player wants the position of the hole indicated but does not want to waste time getting the flagstick, someone else may indicate the position of the hole with a club. But, for the purpose of applying the Rules, the club is treated as if it were the flagstick.

Bal Bewogen

Wanneer een stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog kan worden gezien (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

Dit geldt voor een verplaatsing van de bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

Als de bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft de bal niet bewogen.

 

Interpretation Moved/1 - When Ball Resting on Object Has Moved

For the purpose of deciding whether a ball must be replaced or whether a player gets a penalty, a ball is treated as having moved only if it has moved in relation to a specific part of the larger condition or object it is resting on, unless the entire object the ball is resting on has moved in relation to the ground.

An example of when a ball has not moved includes when:

  • A ball is resting in the fork of a tree branch and the tree branch moves, but the ball's spot in the branch does not change.

Examples of when a ball has moved include when:

  • A ball is resting in a stationary plastic cup and the cup itself moves in relation to the ground because it is being blown by the wind.
  • A ball is resting in or on a stationary motorized cart that starts to move.

Interpretation Moved/2 - Television Evidence Shows Ball at Rest Changed Position but by Amount Not Reasonably Discernible to Naked Eye

When determining whether or not a ball at rest has moved, a player must make that judgment based on all the information reasonably available to him or her at the time, so that he or she can determine whether the ball must be replaced under the Rules. When the player's ball has left its original position and come to rest in another place by an amount that was not reasonably discernible to the naked eye at the time, a player's determination that the ball has not moved is conclusive, even if that determination is later shown to be incorrect through the use of sophisticated technology.

On the other hand, if the Committee determines, based on all of the evidence it has available, that the ball changed its position by an amount that was reasonably discernible to the naked eye at the time, the ball will be determined to have moved even though no-one actually saw it move.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Verkeerde plaats

Iedere andere plaats op de baan dan waar de speler volgens de regels zijn of haar bal moet of mag spelen.

Voorbeelden van het spelen van een verkeerde plaats zijn:

  • Het spelen van een bal na het terugplaatsen op de verkeerde plek of zonder deze terug te plaatsen als de regels dat vereisen.
  • Het spelen van een gedropte bal buiten de vereiste dropzone.
  • Het volgens een verkeerde regel zodanig ontwijken van een belemmering dat de bal is gedropt op en gespeeld van een plaats die niet is toegestaan volgens de regels.
  • Het spelen van een bal uit een verboden speelzone of vanaf een plek waar een verboden speelzone een belemmering vormt voor de stand van de speler of voor de ruimte van zijn voorgenomen swing.

Het spelen van een bal van buiten de afslagplaats bij het beginnen van een hole of bij het herstellen van deze vergissing is niet spelen van de verkeerde plaats (zie Regel 6.1b).

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Strokeplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij het opneemt tegen alle andere spelers of partijen in de wedstrijd.

In de reguliere vorm van strokeplay (zie Regel 3.3):

  • Is de score van een speler of partij voor een ronde het totaal aantal slagen dat hij of zij nodig heeft om op iedere hole uit te holen (gespeelde slagen en opgelopen strafslagen inbegrepen).
  • Is de winnaar de speler of partij die alle rondes met in totaal het minst aantal slagen uitspeelt.

Andere vormen van strokeplay  met andere methodes om de score te bepalen zijn Stableford, Maximum Score en Par/Bogey (zie Regel 21).

Alle vormen van strokeplay  kunnen worden gespeeld in zowel individuele wedstrijden (iedere speler speelt voor zichzelf) als in wedstrijden met partijen of partners (Foursomes of Four-Ball).

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Bal Bewogen

Wanneer een stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog kan worden gezien (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

Dit geldt voor een verplaatsing van de bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

Als de bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft de bal niet bewogen.

 

Interpretation Moved/1 - When Ball Resting on Object Has Moved

For the purpose of deciding whether a ball must be replaced or whether a player gets a penalty, a ball is treated as having moved only if it has moved in relation to a specific part of the larger condition or object it is resting on, unless the entire object the ball is resting on has moved in relation to the ground.

An example of when a ball has not moved includes when:

  • A ball is resting in the fork of a tree branch and the tree branch moves, but the ball's spot in the branch does not change.

Examples of when a ball has moved include when:

  • A ball is resting in a stationary plastic cup and the cup itself moves in relation to the ground because it is being blown by the wind.
  • A ball is resting in or on a stationary motorized cart that starts to move.

Interpretation Moved/2 - Television Evidence Shows Ball at Rest Changed Position but by Amount Not Reasonably Discernible to Naked Eye

When determining whether or not a ball at rest has moved, a player must make that judgment based on all the information reasonably available to him or her at the time, so that he or she can determine whether the ball must be replaced under the Rules. When the player's ball has left its original position and come to rest in another place by an amount that was not reasonably discernible to the naked eye at the time, a player's determination that the ball has not moved is conclusive, even if that determination is later shown to be incorrect through the use of sophisticated technology.

On the other hand, if the Committee determines, based on all of the evidence it has available, that the ball changed its position by an amount that was reasonably discernible to the naked eye at the time, the ball will be determined to have moved even though no-one actually saw it move.

Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Bal Bewogen

Wanneer een stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog kan worden gezien (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

Dit geldt voor een verplaatsing van de bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

Als de bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft de bal niet bewogen.

 

Interpretation Moved/1 - When Ball Resting on Object Has Moved

For the purpose of deciding whether a ball must be replaced or whether a player gets a penalty, a ball is treated as having moved only if it has moved in relation to a specific part of the larger condition or object it is resting on, unless the entire object the ball is resting on has moved in relation to the ground.

An example of when a ball has not moved includes when:

  • A ball is resting in the fork of a tree branch and the tree branch moves, but the ball's spot in the branch does not change.

Examples of when a ball has moved include when:

  • A ball is resting in a stationary plastic cup and the cup itself moves in relation to the ground because it is being blown by the wind.
  • A ball is resting in or on a stationary motorized cart that starts to move.

Interpretation Moved/2 - Television Evidence Shows Ball at Rest Changed Position but by Amount Not Reasonably Discernible to Naked Eye

When determining whether or not a ball at rest has moved, a player must make that judgment based on all the information reasonably available to him or her at the time, so that he or she can determine whether the ball must be replaced under the Rules. When the player's ball has left its original position and come to rest in another place by an amount that was not reasonably discernible to the naked eye at the time, a player's determination that the ball has not moved is conclusive, even if that determination is later shown to be incorrect through the use of sophisticated technology.

On the other hand, if the Committee determines, based on all of the evidence it has available, that the ball changed its position by an amount that was reasonably discernible to the naked eye at the time, the ball will be determined to have moved even though no-one actually saw it move.

Natuurkrachten

De invloeden van de natuur zoals wind, water of wanneer iets zonder duidelijke reden gebeurt onder invloed van de zwaartekracht.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Bal Bewogen

Wanneer een stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog kan worden gezien (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

Dit geldt voor een verplaatsing van de bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

Als de bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft de bal niet bewogen.

 

Interpretation Moved/1 - When Ball Resting on Object Has Moved

For the purpose of deciding whether a ball must be replaced or whether a player gets a penalty, a ball is treated as having moved only if it has moved in relation to a specific part of the larger condition or object it is resting on, unless the entire object the ball is resting on has moved in relation to the ground.

An example of when a ball has not moved includes when:

  • A ball is resting in the fork of a tree branch and the tree branch moves, but the ball's spot in the branch does not change.

Examples of when a ball has moved include when:

  • A ball is resting in a stationary plastic cup and the cup itself moves in relation to the ground because it is being blown by the wind.
  • A ball is resting in or on a stationary motorized cart that starts to move.

Interpretation Moved/2 - Television Evidence Shows Ball at Rest Changed Position but by Amount Not Reasonably Discernible to Naked Eye

When determining whether or not a ball at rest has moved, a player must make that judgment based on all the information reasonably available to him or her at the time, so that he or she can determine whether the ball must be replaced under the Rules. When the player's ball has left its original position and come to rest in another place by an amount that was not reasonably discernible to the naked eye at the time, a player's determination that the ball has not moved is conclusive, even if that determination is later shown to be incorrect through the use of sophisticated technology.

On the other hand, if the Committee determines, based on all of the evidence it has available, that the ball changed its position by an amount that was reasonably discernible to the naked eye at the time, the ball will be determined to have moved even though no-one actually saw it move.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Matchplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij rechtstreeks tegen een tegenstander of tegenpartij speelt in een onderlinge wedstrijd van een of meerdere rondes:

  • Een speler of partij wint een hole in de wedstrijd door de hole in minder slagen uit te spelen (met inbegrip van gespeelde slagen en strafslagen).
  • De wedstrijd is gewonnen wanneer een speler of partij meer holes voor staat op de tegenstander of tegenpartij dan er nog te spelen zijn.

Matchplay kan worden gespeeld als een één-tegen-éénwedstrijd (waarbij één speler rechtstreeks tegen één tegenstander speelt), een Driebal-wedstrijd of een Foursomes of Four-Ball-wedstrijd tussen partijen van twee partners.

Strokeplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij het opneemt tegen alle andere spelers of partijen in de wedstrijd.

In de reguliere vorm van strokeplay (zie Regel 3.3):

  • Is de score van een speler of partij voor een ronde het totaal aantal slagen dat hij of zij nodig heeft om op iedere hole uit te holen (gespeelde slagen en opgelopen strafslagen inbegrepen).
  • Is de winnaar de speler of partij die alle rondes met in totaal het minst aantal slagen uitspeelt.

Andere vormen van strokeplay  met andere methodes om de score te bepalen zijn Stableford, Maximum Score en Par/Bogey (zie Regel 21).

Alle vormen van strokeplay  kunnen worden gespeeld in zowel individuele wedstrijden (iedere speler speelt voor zichzelf) als in wedstrijden met partijen of partners (Foursomes of Four-Ball).

Matchplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij rechtstreeks tegen een tegenstander of tegenpartij speelt in een onderlinge wedstrijd van een of meerdere rondes:

  • Een speler of partij wint een hole in de wedstrijd door de hole in minder slagen uit te spelen (met inbegrip van gespeelde slagen en strafslagen).
  • De wedstrijd is gewonnen wanneer een speler of partij meer holes voor staat op de tegenstander of tegenpartij dan er nog te spelen zijn.

Matchplay kan worden gespeeld als een één-tegen-éénwedstrijd (waarbij één speler rechtstreeks tegen één tegenstander speelt), een Driebal-wedstrijd of een Foursomes of Four-Ball-wedstrijd tussen partijen van twee partners.

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Strokeplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij het opneemt tegen alle andere spelers of partijen in de wedstrijd.

In de reguliere vorm van strokeplay (zie Regel 3.3):

  • Is de score van een speler of partij voor een ronde het totaal aantal slagen dat hij of zij nodig heeft om op iedere hole uit te holen (gespeelde slagen en opgelopen strafslagen inbegrepen).
  • Is de winnaar de speler of partij die alle rondes met in totaal het minst aantal slagen uitspeelt.

Andere vormen van strokeplay  met andere methodes om de score te bepalen zijn Stableford, Maximum Score en Par/Bogey (zie Regel 21).

Alle vormen van strokeplay  kunnen worden gespeeld in zowel individuele wedstrijden (iedere speler speelt voor zichzelf) als in wedstrijden met partijen of partners (Foursomes of Four-Ball).

Bal Bewogen

Wanneer een stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog kan worden gezien (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

Dit geldt voor een verplaatsing van de bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

Als de bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft de bal niet bewogen.

 

Interpretation Moved/1 - When Ball Resting on Object Has Moved

For the purpose of deciding whether a ball must be replaced or whether a player gets a penalty, a ball is treated as having moved only if it has moved in relation to a specific part of the larger condition or object it is resting on, unless the entire object the ball is resting on has moved in relation to the ground.

An example of when a ball has not moved includes when:

  • A ball is resting in the fork of a tree branch and the tree branch moves, but the ball's spot in the branch does not change.

Examples of when a ball has moved include when:

  • A ball is resting in a stationary plastic cup and the cup itself moves in relation to the ground because it is being blown by the wind.
  • A ball is resting in or on a stationary motorized cart that starts to move.

Interpretation Moved/2 - Television Evidence Shows Ball at Rest Changed Position but by Amount Not Reasonably Discernible to Naked Eye

When determining whether or not a ball at rest has moved, a player must make that judgment based on all the information reasonably available to him or her at the time, so that he or she can determine whether the ball must be replaced under the Rules. When the player's ball has left its original position and come to rest in another place by an amount that was not reasonably discernible to the naked eye at the time, a player's determination that the ball has not moved is conclusive, even if that determination is later shown to be incorrect through the use of sophisticated technology.

On the other hand, if the Committee determines, based on all of the evidence it has available, that the ball changed its position by an amount that was reasonably discernible to the naked eye at the time, the ball will be determined to have moved even though no-one actually saw it move.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).