The R&A - Working for Golf
Hindernissen
The Rules of Golf
Zie Spelerseditie
Ga naar paragraaf
17.1
a
b
c
d
e
17.2
a
b
17.3

Doel van de regel: Regel 17 is speciaal voor hindernissen. Hindernissen zijn waterpartijen of andere door de Commissie aangewezen gebieden, waarin ballen vaak verloren worden of niet te spelen zijn. Met één strafslag mogen spelers gebruikmaken van één van de specifieke opties om de hindernis te ontwijken en de bal van buiten de hindernis verder te spelen.

17.1
Opties voor een bal in een hindernis

Hindernissen worden met rood of met geel gemarkeerd. De kleur bepaalt de mogelijkheden die de speler heeft om de hindernis te ontwijken (zie Regel 17.1d).

De speler mag in een hindernis staan om zijn bal te spelen die niet in een hindernis ligt. Dit geldt ook wanneer hij die hindernis zojuist heeft ontweken.

a
Wanneer een bal in een hindernis ligt

Een bal ligt in een hindernis wanneer enig deel van die bal:

  • op de grond ligt of de grond of iets anders (zoals een natuurlijk of kunstmatig voorwerp) binnen de grens van de hindernis raakt, of
  • zich boven de grens of enig ander deel van de hindernis bevindt.

Als een bal deels in een hindernis en deels in een ander gebied van de baan ligt, zie Regel 2.2c.

b
Een speler mag zijn bal die in een hindernis ligt spelen zoals hij ligt of de hindernis met straf ontwijken

De speler heeft twee mogelijkheden:

  • De bal zonder straf spelen zoals hij ligt onder dezelfde regels die gelden voor het spelen van een bal in het algemene gebied (wat betekent dat er geen bijzondere regels zijn die de manier van spelen van een bal vanuit een hindernis beperken).
  • Een bal van buiten de hindernis spelen door deze met straf te ontwijken volgens Regel 17.1d of 17.2.

Uitzondering – Bij een belemmering door een verboden speelzone in een hindernis moet deze belemmering worden ontweken (zie Regel 17.1e).

c
Ontwijkprocedure voor een bal die in een hindernis ligt maar niet wordt gevonden

Als een bal van een speler niet is gevonden en het bekend of praktisch zeker is dat deze in een hindernis tot stilstand is gekomen:

  • Mag de speler die hindernis met straf ontwijken volgens Regel 17.1d of 17.2.
  • Zodra de speler een andere bal in het spel brengt om de situatie op deze wijze te ontwijken:
    • Is de oorspronkelijke bal niet langer in het spel en mag niet meer worden gespeeld.
    • Dit is ook het geval als deze vervolgens op de baan wordt gevonden voordat de zoektijd van drie minuten voorbij is (zie Regel 6.3b).

Echter, als het niet bekend of praktisch zeker is dat de bal in een hindernis tot stilstand is gekomen en de bal verloren is, moet de speler de procedure van slag en afstand toepassen volgens Regel 18.2.

d
Ontwijkopties voor een bal die in een hindernis ligt

Als de bal van een speler in een hindernis ligt, met inbegrip van wanneer het bekend of praktisch zeker is dat de bal in de hindernis ligt maar deze niet is gevonden, heeft de speler een aantal opties om de hindernis te ontwijken, ieder met één strafslag:

(1) Procedure van slag en afstand. De speler mag de oorspronkelijke bal of een andere bal spelen vanaf de plek waar hij zijn vorige slag heeft gedaan (zie Regel 14.6).

(2) Recht naar achteren ontwijken. De speler mag de oorspronkelijke bal of een andere bal (zie Regel 14.3) droppen in deze dropzone die gebaseerd is op de referentielijn die loopt vanaf de hole door het bij benadering vastgestelde punt waar de bal de grens van de hindernis voor het laatst heeft gekruist en verder naar achteren:

  • Referentiepunt: Een door de speler op de baan gekozen punt dat op de referentielijn ligt en verder van de hole is gelegen dan dat bij benadering vastgestelde punt (er is geen limiet aan hoe ver naar achteren op die lijn):
    • Bij het kiezen van dit referentiepunt behoort de speler dat punt te markeren met een voorwerp (zoals een tee).
    • Als de speler de bal dropt zonder dit referentiepunt te hebben bepaald, dan wordt het referentiepunt het punt op de referentielijn dat zich op gelijke afstand van de hole bevindt als het punt waar de gedropte bal het eerst de grond raakte.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: Eén clublengte, maar met de volgende beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone:
    • De dropzone mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt.
    • De dropzone mag in ieder gebied van de baan zijn behalve in de zojuist ontweken hindernis.
    • Als meer dan één gebied van de baan is gelegen binnen één clublengte van het referentiepunt, dan moet de bal binnen de dropzone tot stilstand komen in hetzelfde gebied van de baan als waar de bal het eerst de grond raakte na het droppen binnen de dropzone.

[Clarification available:  Reference Point for Back-On-the-Line Relief Must Be Outside Penalty Area
Model Local Rule Available:
MLR E-12 Ball Played from Outside Relief Area When Taking Back-On-the-Line Relief]

(3) Zijwaarts ontwijken (alleen bij een rode hindernis). Wanneer de bal het laatst de grens van een rode hindernis heeft gekruist, mag de speler de oorspronkelijke bal of een andere bal droppen in deze zijwaartse dropzone (zie Regel 14.3):

  • Referentiepunt: Het bij benadering vastgestelde punt waar de oorspronkelijke bal het laatst de grens van de rode hindernis heeft gekruist.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: Twee clublengten, maar met de volgende beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone:
    • De dropzone mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt.
    • De dropzone mag in ieder  gebied van de baan zijn behalve in de zojuist ontweken hindernis.
    • Als meer dan één gebied van de baan is gelegen binnen twee clublengten van het referentiepunt, dan moet de bal binnen de dropzone tot stilstand komen in hetzelfde gebied van de baan als waar de bal het eerst de grond raakte na het droppen binnen de dropzone.

Zie Commissie procedures, Hoofdstuk 8, Voorbeeld plaatselijke regel B-2  (de Commissie kan een plaatselijke regel instellen waarbij voor het zijwaarts ontwijken ook een referentiepunt mag worden gebruikt, dat aan de overzijde van de rode hindernis op gelijke afstand van de hole ligt).

e
Verplicht ontwijken van een belemmering door een verboden speelzone binnen een hindernis

In elk van de volgende situaties mag de speler de bal niet spelen zoals hij ligt:

(1) Wanneer bal in een verboden speelzone binnen een hindernis ligt. De speler moet deze situatie met straf ontwijken volgens Regel 17.1d of 17.2.

(2) Wanneer een verboden speelzone op de baan de stand of swing belemmert bij het spelen van de bal in een hindernis. Als de bal van de speler in een hindernis ligt, maar buiten een verboden speelzone en een verboden speelzone (ongeacht of die zich in een abnormale baanomstandigheid of in een hindernis bevindt) belemmert de ruimte voor zijn voorgenomen stand of swing, dan moet de speler:

  • de situatie met straf ontwijken buiten de hindernis volgens Regel 17.1d of 17.2, of
  • de situatie zonder straf ontwijken door de oorspronkelijke bal of een andere bal te droppen in deze dropzone (als die bestaat) in de hindernis (zie Regel 14.3):
    • Referentiepunt: Het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering gemeten vanaf de verboden speelzone.
    • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: Eén clublengte, maar met de volgende beperkingen:
    • Beperkingen voor de plaats van de dropzone:
      • De dropzone moet binnen dezelfde hindernis zijn als waarin de bal ligt.
      • De dropzone mag niet dichter bij de hole zijn dan het referentiepunt.

Echter onder (2) kan de belemmering door de verboden speelzone niet zonder straf worden ontweken:

  • Wanneer het spelen van de bal zoals hij ligt duidelijk onredelijk is vanwege iets anders dan de verboden speelzone (bijvoorbeeld wanneer de speler geen slag kan doen door de ligging van zijn bal in een struik).
  • Wanneer de belemmering alleen maar bestaat doordat de speler een club, stand, swing of speelrichting kiest die onder de gegeven omstandigheden duidelijk onredelijk is.

Voor hoe te handelen bij een belemmering door een verboden speelzone voor een bal die niet in een hindernis ligt, zie Regel 16.1f.

Straf voor het spelen van een verkeerde plaats in overtreding van Regel 17.1: algemene straf volgens Regel 14.7a.

17.2
Opties na het spelen van een bal vanuit een hindernis
a
Wanneer een bal na het spelen vanuit een hindernis tot stilstand komt in dezelfde of in een andere hindernis

Als een bal na het spelen vanuit een hindernis tot stilstand komt in diezelfde hindernis of in een andere hindernis mag de speler deze spelen zoals hij ligt (zie Regel 17.1b).

Als alternatief heeft de speler de keuze uit een aantal opties om de situatie te ontwijken met één strafslag:

(1) De gebruikelijke ontwijkopties. De speler mag in de hindernis de procedure van slag en afstand toepassen volgens Regel 17.1d(1), recht naar achteren ontwijken volgens Regel 17.1d(2) of in geval van een rode hindernis zijwaarts ontwijken volgens Regel 17.1d(3).

Volgens Regel 17.1d(2) of (3) geldt als punt voor de bepaling van de dropzone het bij benadering vastgestelde punt waar de bal het laatst de grens van de hindernis heeft gekruist waarin de bal is komen te liggen.

Als de speler kiest voor handelen volgens de procedure van slag en afstand door een bal in de hindernis te droppen (zie Regel 14.6) en hij besluit de eenmaal gedropte bal niet te spelen vanaf waar deze tot stilstand is gekomen:

  • Mag de speler alsnog de situatie ontwijken buiten de hindernis volgens Regel 17.1d(2) of (3) (in geval van een rode hindernis) of volgens Regel 17.2a(2).
  • Als de speler daarvoor kiest, krijgt hij één extra strafslag, voor een totaal van twee strafslagen: één strafslag voor het handelen volgens de procedure van slag en afstand en één strafslag voor het ontwijken van de situatie buiten de hindernis.

(2) Extra ontwijkoptie: De bal spelen vanaf de plek waar de laatste slag buiten de hindernis werd gedaan. In plaats van te kiezen voor één van de gebruikelijke ontwijkopties onder (1) mag de speler er ook voor kiezen de oorspronkelijke bal of een andere bal te spelen vanaf de plek waar de laatste slag buiten de hindernis werd gedaan (zie Regel 14.6).

b
Wanneer de bal na het spelen vanuit een hindernis verloren, buiten de baan of onspeelbaar buiten een hindernis is

Na het spelen van een bal vanuit een hindernis is een speler soms verplicht of heeft hij de keuze om de procedure van slag en afstand toe te passen omdat de oorspronkelijke bal:

  • buiten de baan of verloren is buiten de hindernis (zie Regel 18.2), of
  • onspeelbaar is buiten de hindernis (zie Regel 19.2a).

Als de speler kiest voor handelen volgens de procedure van slag en afstand door een bal in de hindernis te droppen (zie Regel 14.6) en hij vervolgens besluit de eenmaal gedropte bal niet te spelen vanaf waar deze tot stilstand is gekomen:

  • Mag de speler de situatie alsnog ontwijken buiten de hindernis volgens Regel 17.1d(2) of (3) (in geval van een rode hindernis) of volgens Regel 17.2a(2).
  • Als de speler daarvoor kiest, krijgt hij één extra strafslag, voor een totaal van twee strafslagen: één strafslag voor het handelen volgens de procedure van slag en afstand en één strafslag voor het ontwijken van de situatie buiten de hindernis.

De speler mag er ook voor kiezen direct de hindernis te ontwijken zonder eerst een bal in de hindernis te droppen, maar krijgt dan nog steeds in totaal twee strafslagen.

Straf voor het spelen van een verkeerde plaats in overtreding van Regel 17.2: algemene straf volgens Regel 14.7a.

17.3
Ontwijken volgens andere regels is niet mogelijk wanneer de bal in een hindernis ligt

Wanneer de bal van een speler in een hindernis ligt, is ontwijken niet toegestaan voor:

De speler kan een dergelijke situatie uitsluitend ontwijken met straf volgens Regel 17.

Echter, wanneer een situatie met gevaarlijke dieren een belemmering oplevert voor het spelen van een bal in een hindernis, heeft de speler de keuze die situatie te ontwijken zonder straf binnen de hindernis of met straf buiten de hindernis (zie Regel 16.2b(2)).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Algemeen gebied

Het gebied van de baan dat de hele baan omvat, behalve de overige vier gedefinieerde gebieden: (1) de afslagplaats waarvan de speler moet spelen bij aanvang van de hole die hij of zij speelt, (2) alle  hindernissen, (3) alle bunkers en (4) de green van de hole die de speler speelt.

Het algemene gebied omvat ook:

  • alle afslaglocaties op de baan anders dan de afslagplaats, en
  • alle verkeerde greens.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Bekend of praktisch zeker

De maatstaf om te bepalen wat er met de bal is gebeurd – bijvoorbeeld of de bal tot stilstand is gekomen in een hindernis, of hij is bewogen of waardoor hij is bewogen.

Bekend of praktisch zeker betekent meer dan alleen mogelijk of waarschijnlijk. Het betekent dat:

  • er afdoende bewijs is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden met de bal van de speler, zoals wanneer de speler of andere getuigen het hebben zien gebeuren, of
  • hoewel er een geringe mate van twijfel is, alle redelijkerwijs beschikbare informatie aantoont dat het ten minste voor 95% zeker is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

"Alle redelijkerwijs beschikbare informatie" omvat alle informatie die de speler kent of weet en alle andere informatie die hij of zij met redelijke inspanning en zonder onredelijk oponthoud kan verkrijgen.

 

Interpretation Known or Virtually Certain/1 - Applying "Known or Virtually Certain" Standard When Ball Moves

When it is not "known" what caused the ball to move, all reasonably available information must be considered and the evidence must be evaluated to determine if it is "virtually certain" that the player, opponent or outside influence caused the ball to move.

Depending on the circumstances, reasonably available information may include, but is not limited to:

  • The effect of any actions taken near the ball (such as movement of loose impediments, practice swings, grounding club and taking a stance),
  • Time elapsed between such actions and the movement of the ball,
  • The lie of the ball before it moved (such as on a fairway, perched on longer grass, on a surface imperfection or on the putting green),
  • The conditions of the ground near the ball (such as the degree of slope or presence of surface irregularities, etc), and
  • Wind speed and direction, rain and other weather conditions.

Interpretation Known or Virtually Certain/2 - Virtual Certainty Is Irrelevant if It Comes to Light After Three-Minute Search Expires

Determining whether there is knowledge or virtual certainty must be based on evidence known to the player at the time the three-minute search time expires.

Examples of when the player's later findings are irrelevant include when:

  • A player's tee shot comes to rest in an area containing heavy rough and a large animal hole. After a three-minute search, it is determined that it is not known or virtually certain that the ball is in the animal hole. As the player returns to the teeing area, the ball is found in the animal hole.
  • Even though the player has not yet put another ball in play, the player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b - What to Do When Ball is Lost or Out of Bounds) since it was not known or virtually certain that the ball was in the animal hole, when the search time expired.
  • A player cannot find his or her ball and believes it may have been picked up by a spectator (outside influence), but there is not enough evidence to be virtually certain of this. A short time after the three-minute search time expires, a spectator is found to have the player's ball.

The player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b) since the movement by the outside influence only became known after the search time expired.

Interpretation Known or Virtually Certain/3 - Player Unaware Ball Played by Another Player

It must be known or virtually certain that a player's ball has been played by another player as a wrong ball to treat it as being moved.

For example, in stroke play, Player A and Player B hit their tee shots into the same general location. Player A finds a ball and plays it. Player B goes forward to look for his or her ball and cannot find it. After three minutes, Player B starts back to the tee to play another ball. On the way, Player B finds Player A's ball and knows then that Player A has played his or her ball in error.

Player A gets the general penalty for playing a wrong ball and must then play his or her own ball (Rule 6.3c). Player A's ball was not lost even though both players searched for more than three minutes because Player A did not start searching for his or her ball; the searching was for Player B's ball. Regarding Player B's ball, Player B's original ball was lost and he or she must put another ball in play under penalty of stroke and distance (Rule 18.2b), because it was not known or virtually certain when the three-minute search time expired that the ball had been played by another player.

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Baan

Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan:

  • Alle gebieden binnen de grenzen van de baan zijn binnen de baan en onderdeel van de baan.
  • Alle gebieden buiten de grenzen van de baan zijn buiten de baan (out-of-bounds) en geen onderdeel van de baan.
  • Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

De baan bestaat uit vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Bekend of praktisch zeker

De maatstaf om te bepalen wat er met de bal is gebeurd – bijvoorbeeld of de bal tot stilstand is gekomen in een hindernis, of hij is bewogen of waardoor hij is bewogen.

Bekend of praktisch zeker betekent meer dan alleen mogelijk of waarschijnlijk. Het betekent dat:

  • er afdoende bewijs is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden met de bal van de speler, zoals wanneer de speler of andere getuigen het hebben zien gebeuren, of
  • hoewel er een geringe mate van twijfel is, alle redelijkerwijs beschikbare informatie aantoont dat het ten minste voor 95% zeker is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

"Alle redelijkerwijs beschikbare informatie" omvat alle informatie die de speler kent of weet en alle andere informatie die hij of zij met redelijke inspanning en zonder onredelijk oponthoud kan verkrijgen.

 

Interpretation Known or Virtually Certain/1 - Applying "Known or Virtually Certain" Standard When Ball Moves

When it is not "known" what caused the ball to move, all reasonably available information must be considered and the evidence must be evaluated to determine if it is "virtually certain" that the player, opponent or outside influence caused the ball to move.

Depending on the circumstances, reasonably available information may include, but is not limited to:

  • The effect of any actions taken near the ball (such as movement of loose impediments, practice swings, grounding club and taking a stance),
  • Time elapsed between such actions and the movement of the ball,
  • The lie of the ball before it moved (such as on a fairway, perched on longer grass, on a surface imperfection or on the putting green),
  • The conditions of the ground near the ball (such as the degree of slope or presence of surface irregularities, etc), and
  • Wind speed and direction, rain and other weather conditions.

Interpretation Known or Virtually Certain/2 - Virtual Certainty Is Irrelevant if It Comes to Light After Three-Minute Search Expires

Determining whether there is knowledge or virtual certainty must be based on evidence known to the player at the time the three-minute search time expires.

Examples of when the player's later findings are irrelevant include when:

  • A player's tee shot comes to rest in an area containing heavy rough and a large animal hole. After a three-minute search, it is determined that it is not known or virtually certain that the ball is in the animal hole. As the player returns to the teeing area, the ball is found in the animal hole.
  • Even though the player has not yet put another ball in play, the player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b - What to Do When Ball is Lost or Out of Bounds) since it was not known or virtually certain that the ball was in the animal hole, when the search time expired.
  • A player cannot find his or her ball and believes it may have been picked up by a spectator (outside influence), but there is not enough evidence to be virtually certain of this. A short time after the three-minute search time expires, a spectator is found to have the player's ball.

The player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b) since the movement by the outside influence only became known after the search time expired.

Interpretation Known or Virtually Certain/3 - Player Unaware Ball Played by Another Player

It must be known or virtually certain that a player's ball has been played by another player as a wrong ball to treat it as being moved.

For example, in stroke play, Player A and Player B hit their tee shots into the same general location. Player A finds a ball and plays it. Player B goes forward to look for his or her ball and cannot find it. After three minutes, Player B starts back to the tee to play another ball. On the way, Player B finds Player A's ball and knows then that Player A has played his or her ball in error.

Player A gets the general penalty for playing a wrong ball and must then play his or her own ball (Rule 6.3c). Player A's ball was not lost even though both players searched for more than three minutes because Player A did not start searching for his or her ball; the searching was for Player B's ball. Regarding Player B's ball, Player B's original ball was lost and he or she must put another ball in play under penalty of stroke and distance (Rule 18.2b), because it was not known or virtually certain when the three-minute search time expired that the ball had been played by another player.

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Verloren

De status van een bal die niet binnen drie minuten is gevonden nadat de speler óf zijn of haar caddie (of partner van de speler of diens caddie) begonnen is met zoeken.

Als het zoeken begint en vervolgens tijdelijk wordt onderbroken om een goede reden (zoals wanneer de speler stopt met zoeken wanneer het spel wordt onderbroken of hij opzij moet gaan om een andere speler te laten spelen) of wanneer de speler bij vergissing een verkeerde bal heeft geïdentificeerd:

  • telt de tijd vanaf de onderbreking tot het verder gaan met zoeken niet mee, en
  • is de tijd voor het zoeken drie minuten in totaal, waarbij de tijd voor het zoeken zowel voor als na de onderbreking meetelt.

 

Interpretation Lost/1 - Ball May Not Be Declared Lost

A player may not make a ball lost by a declaration. A ball is lost only when it has not been found within three minutes after the player or his or her caddie or partner begins to search for it.

For example, a player searches for his or her ball for two minutes, declares it lost and walks back to play another ball. Before the player puts another ball in play, the original ball is found within the three-minute search time. Since the player may not declare his or her ball lost, the original ball remains in play.

Interpretation Lost/2 - Player May Not Delay the Start of Search to Gain an Advantage

The three-minute search time for a ball starts when the player or his or her caddie (or the player's partner or partner's caddie) starts to search for it. The player may not delay the start of the search in order to gain an advantage by allowing other people to search on his or her behalf.

For example, if a player is walking towards his or her ball and spectators are already looking for the ball, the player cannot deliberately delay getting to the area to keep the three-minute search time from starting. In such circumstances, the search time starts when the player would have been in a position to search had he or she not deliberately delayed getting to the area.

Interpretation Lost/3 - Search Time Continues When Player Returns to Play a Provisional Ball

If a player has started to search for his or her ball and is returning to the spot of the previous stroke to play a provisional ball, the three-minute search time continues whether or not anyone continues to search for the player's ball.

Interpretation Lost/4 - Search Time When Searching for Two Balls

When a player has played two balls (such as the ball in play and a provisional ball) and is searching for both, whether the player is allowed two separate three-minute search times depends how close the balls are to each other.

If the balls are in the same area where they can be searched for at the same time, the player is allowed only three minutes to search for both balls. However, if the balls are in different areas (such as opposite sides of the fairway) the player is allowed a three-minute search time for each ball.

Slag en afstand

De procedure en straf die van toepassing is wanneer een speler een belemmering ontwijkt volgens Regel 17, 18 of 19 door het spelen van een bal van de plaats waar de vorige slag is gedaan (zie Regel 14.6).

Het begrip slag en afstand betekent dat de speler:

  • één strafslag krijgt, en
  • terug moet naar de plaats waar de vorige slag is gedaan. Hierbij gaat de afstand gemaakt bij die vorige slag verloren.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Bekend of praktisch zeker

De maatstaf om te bepalen wat er met de bal is gebeurd – bijvoorbeeld of de bal tot stilstand is gekomen in een hindernis, of hij is bewogen of waardoor hij is bewogen.

Bekend of praktisch zeker betekent meer dan alleen mogelijk of waarschijnlijk. Het betekent dat:

  • er afdoende bewijs is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden met de bal van de speler, zoals wanneer de speler of andere getuigen het hebben zien gebeuren, of
  • hoewel er een geringe mate van twijfel is, alle redelijkerwijs beschikbare informatie aantoont dat het ten minste voor 95% zeker is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

"Alle redelijkerwijs beschikbare informatie" omvat alle informatie die de speler kent of weet en alle andere informatie die hij of zij met redelijke inspanning en zonder onredelijk oponthoud kan verkrijgen.

 

Interpretation Known or Virtually Certain/1 - Applying "Known or Virtually Certain" Standard When Ball Moves

When it is not "known" what caused the ball to move, all reasonably available information must be considered and the evidence must be evaluated to determine if it is "virtually certain" that the player, opponent or outside influence caused the ball to move.

Depending on the circumstances, reasonably available information may include, but is not limited to:

  • The effect of any actions taken near the ball (such as movement of loose impediments, practice swings, grounding club and taking a stance),
  • Time elapsed between such actions and the movement of the ball,
  • The lie of the ball before it moved (such as on a fairway, perched on longer grass, on a surface imperfection or on the putting green),
  • The conditions of the ground near the ball (such as the degree of slope or presence of surface irregularities, etc), and
  • Wind speed and direction, rain and other weather conditions.

Interpretation Known or Virtually Certain/2 - Virtual Certainty Is Irrelevant if It Comes to Light After Three-Minute Search Expires

Determining whether there is knowledge or virtual certainty must be based on evidence known to the player at the time the three-minute search time expires.

Examples of when the player's later findings are irrelevant include when:

  • A player's tee shot comes to rest in an area containing heavy rough and a large animal hole. After a three-minute search, it is determined that it is not known or virtually certain that the ball is in the animal hole. As the player returns to the teeing area, the ball is found in the animal hole.
  • Even though the player has not yet put another ball in play, the player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b - What to Do When Ball is Lost or Out of Bounds) since it was not known or virtually certain that the ball was in the animal hole, when the search time expired.
  • A player cannot find his or her ball and believes it may have been picked up by a spectator (outside influence), but there is not enough evidence to be virtually certain of this. A short time after the three-minute search time expires, a spectator is found to have the player's ball.

The player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b) since the movement by the outside influence only became known after the search time expired.

Interpretation Known or Virtually Certain/3 - Player Unaware Ball Played by Another Player

It must be known or virtually certain that a player's ball has been played by another player as a wrong ball to treat it as being moved.

For example, in stroke play, Player A and Player B hit their tee shots into the same general location. Player A finds a ball and plays it. Player B goes forward to look for his or her ball and cannot find it. After three minutes, Player B starts back to the tee to play another ball. On the way, Player B finds Player A's ball and knows then that Player A has played his or her ball in error.

Player A gets the general penalty for playing a wrong ball and must then play his or her own ball (Rule 6.3c). Player A's ball was not lost even though both players searched for more than three minutes because Player A did not start searching for his or her ball; the searching was for Player B's ball. Regarding Player B's ball, Player B's original ball was lost and he or she must put another ball in play under penalty of stroke and distance (Rule 18.2b), because it was not known or virtually certain when the three-minute search time expired that the ball had been played by another player.

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Baan

Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan:

  • Alle gebieden binnen de grenzen van de baan zijn binnen de baan en onderdeel van de baan.
  • Alle gebieden buiten de grenzen van de baan zijn buiten de baan (out-of-bounds) en geen onderdeel van de baan.
  • Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

De baan bestaat uit vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Tee

Een voorwerp dat wordt gebruikt om een bal op te plaatsen om vanaf de afslagplaats te spelen. Een tee mag niet langer zijn dan 4 inches (101,6 mm) en moet voldoen aan de regels voor uitrusting.

Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Clublengte

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld als de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Clarification - Meaning of “Club-Length” When Playing with Partner

In partner forms of play, either partner’s longest club, except a putter, may be used for defining the teeing area or determining the size of a relief area.
(Clarification added 12/2018)

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Clublengte

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld als de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Clarification - Meaning of “Club-Length” When Playing with Partner

In partner forms of play, either partner’s longest club, except a putter, may be used for defining the teeing area or determining the size of a relief area.
(Clarification added 12/2018)

Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Clublengte

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld als de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Clarification - Meaning of “Club-Length” When Playing with Partner

In partner forms of play, either partner’s longest club, except a putter, may be used for defining the teeing area or determining the size of a relief area.
(Clarification added 12/2018)

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Clublengte

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld als de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Clarification - Meaning of “Club-Length” When Playing with Partner

In partner forms of play, either partner’s longest club, except a putter, may be used for defining the teeing area or determining the size of a relief area.
(Clarification added 12/2018)

Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Gebieden van de baan

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle  bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Verboden speelzone

Een deel van de baan waar de Commissie het spelen van een bal heeft verboden. Een verboden speelzone moet worden gemarkeerd als een deel van óf een abnormale baanomstandigheid óf een hindernis.

De Commissie kan om allerlei redenen een verboden speelzone instellen, zoals:

  • Bescherming van wilde dieren, leefgebieden (habitat) van dieren en gebieden met een kwetsbaar milieu.
  • Het voorkomen van schade aan jonge aanplant, bloemperken, graskwekerijen, gebieden die pas ingezaaid zijn of van graszoden voorzien, of andere net aangeplante gebieden.
  • Het beschermen van spelers tegen gevaar.
  • Het beschermen van locaties van historisch of cultureel belang.

De Commissie behoort de grens van een verboden speelzone met palen of lijnen te markeren. De palen of lijnen (of de koppen van de palen) behoren aan te geven dat de verboden speelzone een ander type gebied is dan een gewone abnormale baanomstandigheid of hindernis zonder verboden speelzone.

 

Interpretation No Play Zone/1 - Status of Growing Things Overhanging a No Play Zone

The status of growing things that overhang a no play zone depends on the type of no play zone. This will matter since the growing things may be part of the no play zone, in which case the player is required to take relief.

For example, if a no play zone has been defined as a penalty area (where the edges extend above and below the ground), any part of a growing object that extends beyond the edges of the no play zone is not part of the no play zone. However, if a no play zone has been defined as ground under repair (which includes all ground inside the defined area and anything growing that extends above the ground and outside the edges), anything overhanging the edge is part of the no play zone.

Verboden speelzone

Een deel van de baan waar de Commissie het spelen van een bal heeft verboden. Een verboden speelzone moet worden gemarkeerd als een deel van óf een abnormale baanomstandigheid óf een hindernis.

De Commissie kan om allerlei redenen een verboden speelzone instellen, zoals:

  • Bescherming van wilde dieren, leefgebieden (habitat) van dieren en gebieden met een kwetsbaar milieu.
  • Het voorkomen van schade aan jonge aanplant, bloemperken, graskwekerijen, gebieden die pas ingezaaid zijn of van graszoden voorzien, of andere net aangeplante gebieden.
  • Het beschermen van spelers tegen gevaar.
  • Het beschermen van locaties van historisch of cultureel belang.

De Commissie behoort de grens van een verboden speelzone met palen of lijnen te markeren. De palen of lijnen (of de koppen van de palen) behoren aan te geven dat de verboden speelzone een ander type gebied is dan een gewone abnormale baanomstandigheid of hindernis zonder verboden speelzone.

 

Interpretation No Play Zone/1 - Status of Growing Things Overhanging a No Play Zone

The status of growing things that overhang a no play zone depends on the type of no play zone. This will matter since the growing things may be part of the no play zone, in which case the player is required to take relief.

For example, if a no play zone has been defined as a penalty area (where the edges extend above and below the ground), any part of a growing object that extends beyond the edges of the no play zone is not part of the no play zone. However, if a no play zone has been defined as ground under repair (which includes all ground inside the defined area and anything growing that extends above the ground and outside the edges), anything overhanging the edge is part of the no play zone.

Abnormale baanomstandigheden

Elk van deze vier gedefinieerde omstandigheden:

  • Gat gemaakt door een dier.
  • Grond in bewerking.
  • Vast obstakel.
  • Tijdelijk water.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Stand

De positie van voeten en lichaam van de speler in voorbereiding op en voor het doen van een slag.

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering

Het referentiepunt voor het ontwijken zonder straf van een belemmering door een abnormale baanomstandigheid (Regel 16.1), een situatie met gevaarlijke dieren (Regel 16.2), een verkeerde green (Regel 13.1f) of een verboden speelzone (Regel 16.1f en 17.1e) of bij het handelen volgens een plaatselijke regel.

Het is het bij benadering vastgestelde punt dat als de bal daar zou liggen:

  • het dichtst bij de oorspronkelijke plek van de bal is, maar niet dichter bij de hole dan die plek;
  • in het vereiste gebied van de baan ligt, en
  • waar, als de bal daar zou liggen, de belemmering die de speler wil ontwijken niet meer bestaat voor de slag zoals de speler die op de oorspronkelijke plek, zonder de belemmering, zou hebben gedaan.

Om dit referentiepunt te bepalen, moet de speler vaststellen met welke club, stand, swing en speellijn hij of zij de slag zou hebben gedaan.

Het is niet verplicht voor de speler om de slag te simuleren door echt een stand in te nemen en met de gekozen club een swing te maken (maar het wordt aanbevolen om dit doorgaans wel te doen om een zo nauwkeurig mogelijk het referentiepunt te kunnen bepalen).

Het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering heeft alleen betrekking op de belemmering die de speler wil ontwijken en kan zich op een plek bevinden waar iets anders voor hinder zorgt:

  • Als de speler de belemmering ontwijkt en dan last heeft van een andere belemmering die mag worden ontweken, dan mag de speler opnieuw een dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering bepalen om deze nieuwe belemmering te ontwijken.
  • De belemmeringen moeten apart worden ontweken, behalve dat de speler de belemmeringen gezamenlijk in één keer mag ontwijken (door het dichtstbijzijnde punt zonder enige belemmering voor beide belemmeringen te bepalen) wanneer het, na al een keer beide belemmeringen apart te hebben ontweken, redelijkerwijs duidelijk wordt dat hiermee doorgaan voortdurend leidt tot hinder door een van deze belemmeringen.

 

Interpretation Nearest Point of Complete Relief/1 - Diagrams Illustrating Nearest Point of Complete Relief

In the diagrams, the term "nearest point of complete relief" in Rule 16.1 (Abnormal Course Conditions) for relief from interference by ground under repair is illustrated in the case of both a right-handed and a left-handed player.

The nearest point of complete relief must be strictly interpreted. A player is not allowed to choose on which side of the ground under repair the ball will be dropped, unless there are two equidistant nearest points of complete relief. Even if one side of the ground under repair is fairway and the other is bushes, if the nearest point of complete relief is in the bushes, then that is the player's nearest point of complete relief.

Interpretation Nearest Point of Complete Relief/2 – Player Does Not Follow Recommended Procedure in Determining Nearest Point of Complete Relief

Although there is a recommended procedure for determining the nearest point of complete relief, the Rules do not require a player to determine this point when taking relief under a relevant Rule (such as when taking relief from an abnormal course condition under Rule 16.1b (Relief for Ball in General Area)). If a player does not determine a nearest point of complete relief accurately or identifies an incorrect nearest point of complete relief, the player only gets a penalty if this results in him or her dropping a ball into a relief area that does not satisfy the requirements of the Rule and the ball is then played.

Interpretation Nearest Point of Complete Relief/3 – Whether Player Has Taken Relief Incorrectly If Condition Still Interferes for Stroke with Club Not Used to Determine Nearest Point of Complete Relief

When a player is taking relief from an abnormal course condition, he or she is taking relief only for interference that he or she had with the club, stance, swing and line of play that would have been used to play the ball from that spot. After the player has taken relief and there is no longer interference for the stroke the player would have made, any further interference is a new situation.

For example, the player's ball lies in heavy rough in the general area approximately 230 yards from the green. The player selects a wedge to make the next stroke and finds that his or her stance touches a line defining an area of ground under repair. The player determines the nearest point of complete relief and drops a ball in the prescribed relief area according to Rule 14.3b(3) (Ball Must Be Dropped in Relief Area) and Rule 16.1 (Relief from Abnormal Course Conditions).

The ball rolls into a good lie within the relief area from where the player believes that the next stroke could be played with a 3-wood. If the player used a wedge for the next stroke there would be no interference from the ground under repair. However, using the 3-wood, the player again touches the line defining the ground under repair with his or her foot. This is a new situation and the player may play the ball as it lies or take relief for the new situation.

Interpretation Nearest Point of Complete Relief/4 - Player Determines Nearest Point of Complete Relief but Is Physically Unable to Make Intended Stroke

The purpose of determining the nearest point of complete relief is to find a reference point in a location that is as near as possible to where the interfering condition no longer interferes. In determining the nearest point of complete relief, the player is not guaranteed a good or playable lie.

For example, if a player is unable to make a stroke from what appears to be the required relief area as measured from the nearest point of complete relief because either the direction of play is blocked by a tree, or the player is unable to take the backswing for the intended stroke due to a bush, this does not change the fact that the identified point is the nearest point of complete relief.

After the ball is in play, the player must then decide what type of stroke he or she will make. This stroke, which includes the choice of club, may be different than the one that would have been made from the ball's original spot had the condition not been there.

If it is not physically possible to drop the ball in any part of the identified relief area, the player is not allowed relief from the condition.

Interpretation Nearest Point of Complete Relief/5 - Player Physically Unable to Determine Nearest Point of Complete Relief

If a player is physically unable to determine his or her nearest point of complete relief, it must be estimated, and the relief area is then based on the estimated point.

For example, in taking relief under Rule 16.1, a player is physically unable to determine the nearest point of complete relief because that point is within the trunk of a tree or a boundary fence prevents the player from adopting the required stance.

The player must estimate the nearest point of complete relief and drop a ball in the identified relief area.

If it is not physically possible to drop the ball in the identified relief area, the player is not allowed relief under Rule 16.1.

Verboden speelzone

Een deel van de baan waar de Commissie het spelen van een bal heeft verboden. Een verboden speelzone moet worden gemarkeerd als een deel van óf een abnormale baanomstandigheid óf een hindernis.

De Commissie kan om allerlei redenen een verboden speelzone instellen, zoals:

  • Bescherming van wilde dieren, leefgebieden (habitat) van dieren en gebieden met een kwetsbaar milieu.
  • Het voorkomen van schade aan jonge aanplant, bloemperken, graskwekerijen, gebieden die pas ingezaaid zijn of van graszoden voorzien, of andere net aangeplante gebieden.
  • Het beschermen van spelers tegen gevaar.
  • Het beschermen van locaties van historisch of cultureel belang.

De Commissie behoort de grens van een verboden speelzone met palen of lijnen te markeren. De palen of lijnen (of de koppen van de palen) behoren aan te geven dat de verboden speelzone een ander type gebied is dan een gewone abnormale baanomstandigheid of hindernis zonder verboden speelzone.

 

Interpretation No Play Zone/1 - Status of Growing Things Overhanging a No Play Zone

The status of growing things that overhang a no play zone depends on the type of no play zone. This will matter since the growing things may be part of the no play zone, in which case the player is required to take relief.

For example, if a no play zone has been defined as a penalty area (where the edges extend above and below the ground), any part of a growing object that extends beyond the edges of the no play zone is not part of the no play zone. However, if a no play zone has been defined as ground under repair (which includes all ground inside the defined area and anything growing that extends above the ground and outside the edges), anything overhanging the edge is part of the no play zone.

Clublengte

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld als de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Clarification - Meaning of “Club-Length” When Playing with Partner

In partner forms of play, either partner’s longest club, except a putter, may be used for defining the teeing area or determining the size of a relief area.
(Clarification added 12/2018)

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Verboden speelzone

Een deel van de baan waar de Commissie het spelen van een bal heeft verboden. Een verboden speelzone moet worden gemarkeerd als een deel van óf een abnormale baanomstandigheid óf een hindernis.

De Commissie kan om allerlei redenen een verboden speelzone instellen, zoals:

  • Bescherming van wilde dieren, leefgebieden (habitat) van dieren en gebieden met een kwetsbaar milieu.
  • Het voorkomen van schade aan jonge aanplant, bloemperken, graskwekerijen, gebieden die pas ingezaaid zijn of van graszoden voorzien, of andere net aangeplante gebieden.
  • Het beschermen van spelers tegen gevaar.
  • Het beschermen van locaties van historisch of cultureel belang.

De Commissie behoort de grens van een verboden speelzone met palen of lijnen te markeren. De palen of lijnen (of de koppen van de palen) behoren aan te geven dat de verboden speelzone een ander type gebied is dan een gewone abnormale baanomstandigheid of hindernis zonder verboden speelzone.

 

Interpretation No Play Zone/1 - Status of Growing Things Overhanging a No Play Zone

The status of growing things that overhang a no play zone depends on the type of no play zone. This will matter since the growing things may be part of the no play zone, in which case the player is required to take relief.

For example, if a no play zone has been defined as a penalty area (where the edges extend above and below the ground), any part of a growing object that extends beyond the edges of the no play zone is not part of the no play zone. However, if a no play zone has been defined as ground under repair (which includes all ground inside the defined area and anything growing that extends above the ground and outside the edges), anything overhanging the edge is part of the no play zone.

Verboden speelzone

Een deel van de baan waar de Commissie het spelen van een bal heeft verboden. Een verboden speelzone moet worden gemarkeerd als een deel van óf een abnormale baanomstandigheid óf een hindernis.

De Commissie kan om allerlei redenen een verboden speelzone instellen, zoals:

  • Bescherming van wilde dieren, leefgebieden (habitat) van dieren en gebieden met een kwetsbaar milieu.
  • Het voorkomen van schade aan jonge aanplant, bloemperken, graskwekerijen, gebieden die pas ingezaaid zijn of van graszoden voorzien, of andere net aangeplante gebieden.
  • Het beschermen van spelers tegen gevaar.
  • Het beschermen van locaties van historisch of cultureel belang.

De Commissie behoort de grens van een verboden speelzone met palen of lijnen te markeren. De palen of lijnen (of de koppen van de palen) behoren aan te geven dat de verboden speelzone een ander type gebied is dan een gewone abnormale baanomstandigheid of hindernis zonder verboden speelzone.

 

Interpretation No Play Zone/1 - Status of Growing Things Overhanging a No Play Zone

The status of growing things that overhang a no play zone depends on the type of no play zone. This will matter since the growing things may be part of the no play zone, in which case the player is required to take relief.

For example, if a no play zone has been defined as a penalty area (where the edges extend above and below the ground), any part of a growing object that extends beyond the edges of the no play zone is not part of the no play zone. However, if a no play zone has been defined as ground under repair (which includes all ground inside the defined area and anything growing that extends above the ground and outside the edges), anything overhanging the edge is part of the no play zone.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Stand

De positie van voeten en lichaam van de speler in voorbereiding op en voor het doen van een slag.

Verboden speelzone

Een deel van de baan waar de Commissie het spelen van een bal heeft verboden. Een verboden speelzone moet worden gemarkeerd als een deel van óf een abnormale baanomstandigheid óf een hindernis.

De Commissie kan om allerlei redenen een verboden speelzone instellen, zoals:

  • Bescherming van wilde dieren, leefgebieden (habitat) van dieren en gebieden met een kwetsbaar milieu.
  • Het voorkomen van schade aan jonge aanplant, bloemperken, graskwekerijen, gebieden die pas ingezaaid zijn of van graszoden voorzien, of andere net aangeplante gebieden.
  • Het beschermen van spelers tegen gevaar.
  • Het beschermen van locaties van historisch of cultureel belang.

De Commissie behoort de grens van een verboden speelzone met palen of lijnen te markeren. De palen of lijnen (of de koppen van de palen) behoren aan te geven dat de verboden speelzone een ander type gebied is dan een gewone abnormale baanomstandigheid of hindernis zonder verboden speelzone.

 

Interpretation No Play Zone/1 - Status of Growing Things Overhanging a No Play Zone

The status of growing things that overhang a no play zone depends on the type of no play zone. This will matter since the growing things may be part of the no play zone, in which case the player is required to take relief.

For example, if a no play zone has been defined as a penalty area (where the edges extend above and below the ground), any part of a growing object that extends beyond the edges of the no play zone is not part of the no play zone. However, if a no play zone has been defined as ground under repair (which includes all ground inside the defined area and anything growing that extends above the ground and outside the edges), anything overhanging the edge is part of the no play zone.

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Verkeerde plaats

Iedere andere plaats op de baan dan waar de speler volgens de regels zijn of haar bal moet of mag spelen.

Voorbeelden van het spelen van een verkeerde plaats zijn:

  • Het spelen van een bal na het terugplaatsen op de verkeerde plek of zonder deze terug te plaatsen als de regels dat vereisen.
  • Het spelen van een gedropte bal buiten de vereiste dropzone.
  • Het volgens een verkeerde regel zodanig ontwijken van een belemmering dat de bal is gedropt op en gespeeld van een plaats die niet is toegestaan volgens de regels.
  • Het spelen van een bal uit een verboden speelzone of vanaf een plek waar een verboden speelzone een belemmering vormt voor de stand van de speler of voor de ruimte van zijn voorgenomen swing.

Het spelen van een bal van buiten de afslagplaats bij het beginnen van een hole of bij het herstellen van deze vergissing is niet spelen van de verkeerde plaats (zie Regel 6.1b).

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Slag en afstand

De procedure en straf die van toepassing is wanneer een speler een belemmering ontwijkt volgens Regel 17, 18 of 19 door het spelen van een bal van de plaats waar de vorige slag is gedaan (zie Regel 14.6).

Het begrip slag en afstand betekent dat de speler:

  • één strafslag krijgt, en
  • terug moet naar de plaats waar de vorige slag is gedaan. Hierbij gaat de afstand gemaakt bij die vorige slag verloren.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Slag en afstand

De procedure en straf die van toepassing is wanneer een speler een belemmering ontwijkt volgens Regel 17, 18 of 19 door het spelen van een bal van de plaats waar de vorige slag is gedaan (zie Regel 14.6).

Het begrip slag en afstand betekent dat de speler:

  • één strafslag krijgt, en
  • terug moet naar de plaats waar de vorige slag is gedaan. Hierbij gaat de afstand gemaakt bij die vorige slag verloren.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Slag en afstand

De procedure en straf die van toepassing is wanneer een speler een belemmering ontwijkt volgens Regel 17, 18 of 19 door het spelen van een bal van de plaats waar de vorige slag is gedaan (zie Regel 14.6).

Het begrip slag en afstand betekent dat de speler:

  • één strafslag krijgt, en
  • terug moet naar de plaats waar de vorige slag is gedaan. Hierbij gaat de afstand gemaakt bij die vorige slag verloren.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Slag en afstand

De procedure en straf die van toepassing is wanneer een speler een belemmering ontwijkt volgens Regel 17, 18 of 19 door het spelen van een bal van de plaats waar de vorige slag is gedaan (zie Regel 14.6).

Het begrip slag en afstand betekent dat de speler:

  • één strafslag krijgt, en
  • terug moet naar de plaats waar de vorige slag is gedaan. Hierbij gaat de afstand gemaakt bij die vorige slag verloren.
Buiten de baan

Het hele gebied buiten de grens van de baan zoals gemarkeerd door de Commissie. Alle gebieden binnen deze grens maken deel uit van de baan.

De grens van de baan loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grens van de baan deel zijn van de baan, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens van de baan bevindt (zoals een trap verbonden met een hek dat buiten de baan aangeeft of een boom die buiten de baan staat maar takken binnen de baan heeft of vice versa), dan is alleen dat deel van het voorwerp dat zich buiten de grens bevindt buiten de baan.

De grens van buiten de baan behoort gemarkeerd te zijn met out-of-bounds markeringen of lijnen:

  • Out-of-bounds markeringen: Wanneer de grens van de baan wordt gemarkeerd door palen of omheiningen dan wordt de grenslijn van buiten de baan bepaald door de lijn tussen die punten van de palen of staanders die zich op grondhoogte aan de baanzijde bevinden (schuinstaande schoren niet meegerekend) en dus staan die palen of staanders zelf buiten de baan.
    Wanneer de grenslijn wordt gedefinieerd door andere voorwerpen, zoals een muur of wanneer de Commissie een out-of-bounds markering op een andere manier wil behandelen, dan behoort de Commissie de grens van buiten de baan te vast te stellen.
  • Lijnen: In het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens bepaald door de binnenkant van die lijnen aan de kant van de baan en zijn die lijnen zelf buiten de baan.
    Wanneer de grens van de baan wordt aangegeven met een lijn op de grond, dan kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de grens van de baan zich ongeveer bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Palen of lijnen die buiten de baan aangeven behoren wit te zijn.

Verloren

De status van een bal die niet binnen drie minuten is gevonden nadat de speler óf zijn of haar caddie (of partner van de speler of diens caddie) begonnen is met zoeken.

Als het zoeken begint en vervolgens tijdelijk wordt onderbroken om een goede reden (zoals wanneer de speler stopt met zoeken wanneer het spel wordt onderbroken of hij opzij moet gaan om een andere speler te laten spelen) of wanneer de speler bij vergissing een verkeerde bal heeft geïdentificeerd:

  • telt de tijd vanaf de onderbreking tot het verder gaan met zoeken niet mee, en
  • is de tijd voor het zoeken drie minuten in totaal, waarbij de tijd voor het zoeken zowel voor als na de onderbreking meetelt.

 

Interpretation Lost/1 - Ball May Not Be Declared Lost

A player may not make a ball lost by a declaration. A ball is lost only when it has not been found within three minutes after the player or his or her caddie or partner begins to search for it.

For example, a player searches for his or her ball for two minutes, declares it lost and walks back to play another ball. Before the player puts another ball in play, the original ball is found within the three-minute search time. Since the player may not declare his or her ball lost, the original ball remains in play.

Interpretation Lost/2 - Player May Not Delay the Start of Search to Gain an Advantage

The three-minute search time for a ball starts when the player or his or her caddie (or the player's partner or partner's caddie) starts to search for it. The player may not delay the start of the search in order to gain an advantage by allowing other people to search on his or her behalf.

For example, if a player is walking towards his or her ball and spectators are already looking for the ball, the player cannot deliberately delay getting to the area to keep the three-minute search time from starting. In such circumstances, the search time starts when the player would have been in a position to search had he or she not deliberately delayed getting to the area.

Interpretation Lost/3 - Search Time Continues When Player Returns to Play a Provisional Ball

If a player has started to search for his or her ball and is returning to the spot of the previous stroke to play a provisional ball, the three-minute search time continues whether or not anyone continues to search for the player's ball.

Interpretation Lost/4 - Search Time When Searching for Two Balls

When a player has played two balls (such as the ball in play and a provisional ball) and is searching for both, whether the player is allowed two separate three-minute search times depends how close the balls are to each other.

If the balls are in the same area where they can be searched for at the same time, the player is allowed only three minutes to search for both balls. However, if the balls are in different areas (such as opposite sides of the fairway) the player is allowed a three-minute search time for each ball.

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Slag en afstand

De procedure en straf die van toepassing is wanneer een speler een belemmering ontwijkt volgens Regel 17, 18 of 19 door het spelen van een bal van de plaats waar de vorige slag is gedaan (zie Regel 14.6).

Het begrip slag en afstand betekent dat de speler:

  • één strafslag krijgt, en
  • terug moet naar de plaats waar de vorige slag is gedaan. Hierbij gaat de afstand gemaakt bij die vorige slag verloren.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Slag en afstand

De procedure en straf die van toepassing is wanneer een speler een belemmering ontwijkt volgens Regel 17, 18 of 19 door het spelen van een bal van de plaats waar de vorige slag is gedaan (zie Regel 14.6).

Het begrip slag en afstand betekent dat de speler:

  • één strafslag krijgt, en
  • terug moet naar de plaats waar de vorige slag is gedaan. Hierbij gaat de afstand gemaakt bij die vorige slag verloren.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Verkeerde plaats

Iedere andere plaats op de baan dan waar de speler volgens de regels zijn of haar bal moet of mag spelen.

Voorbeelden van het spelen van een verkeerde plaats zijn:

  • Het spelen van een bal na het terugplaatsen op de verkeerde plek of zonder deze terug te plaatsen als de regels dat vereisen.
  • Het spelen van een gedropte bal buiten de vereiste dropzone.
  • Het volgens een verkeerde regel zodanig ontwijken van een belemmering dat de bal is gedropt op en gespeeld van een plaats die niet is toegestaan volgens de regels.
  • Het spelen van een bal uit een verboden speelzone of vanaf een plek waar een verboden speelzone een belemmering vormt voor de stand van de speler of voor de ruimte van zijn voorgenomen swing.

Het spelen van een bal van buiten de afslagplaats bij het beginnen van een hole of bij het herstellen van deze vergissing is niet spelen van de verkeerde plaats (zie Regel 6.1b).

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Abnormale baanomstandigheden

Elk van deze vier gedefinieerde omstandigheden:

  • Gat gemaakt door een dier.
  • Grond in bewerking.
  • Vast obstakel.
  • Tijdelijk water.
Ingebed

De bal is ingebed wanneer deze als gevolg van de vorige slag van de speler in zijn eigen pitchmark ligt zodanig dat enig deel van de bal zich onder het grondoppervlak bevindt.

Om ingebed te zijn, is het niet noodzakelijk dat de bal aarde raakt (er mag bijvoorbeeld gras of losse natuurlijke voorwerpen tussen de bal en de aarde zitten).

Dier

Ieder dierlijk levend wezen (anders dan mensen), waaronder zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en ongewervelde dieren (zoals wormen, insecten, spinnen en schaaldieren).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).