The R&A - Working for Golf
Een hole spelen
The Rules of Golf
Zie Spelerseditie
Ga naar paragraaf
6.1
a
b
6.2
a
b
6.3
a
b
c
d
6.4
a
b
c
d
6.5

Doel van de regel: Regel 6 beschrijft hoe een hole moet worden gespeeld – zoals de speciale regels voor het afslaan om een hole te beginnen, de eis dezelfde bal te gebruiken voor de hele hole tenzij vervanging is toegestaan, de volgorde van spelen (die er meer toe doet bij matchplay dan bij strokeplay) en het uitspelen van een hole.

6.1
Een hole beginnen
a
Wanneer een hole begint

Een speler is een hole begonnen wanneer hij een slag heeft gedaan om de hole te beginnen.

De hole is begonnen zelfs als de slag is gedaan van buiten de afslagplaats (zie Regel 6.1b) of de slag is vervallen volgens een regel.

b
Bal moet worden gespeeld van binnen de afslagplaats

Een speler moet elke hole beginnen door een bal te spelen van een willekeurige plek binnen de afslagplaats volgens Regel 6.2b.

Als een speler die een hole begint een bal speelt van buiten de afslagplaats (met inbegrip van een verkeerde set teemarkers voor een andere afslagplaats op dezelfde hole of op een andere hole):

(1) Matchplay. Er volgt geen straf, maar de tegenstander mag de slag laten vervallen:

  • Dit moet meteen worden gedaan en vóór een van beide spelers een slag doet. Wanneer een tegenstander de slag laat vervallen, kan hij dit niet meer ongedaan maken.
  • Als een tegenstander de slag laat vervallen, moet de speler een bal spelen van binnen de afslagplaats en is het nog steeds zijn beurt om te spelen.
  • Als een tegenstander de slag niet laat vervallen, telt de slag, is de bal in het spel en moet deze worden gespeeld zoals hij ligt.

(2) Strokeplay. De speler krijgt de algemene straf (twee strafslagen) en moet de fout herstellen door een bal van binnen de afslagplaats te spelen:

  • De bal gespeeld van buiten de afslagplaats is niet in het spel.
  • Die slag en andere slagen die zijn gedaan voor de fout is hersteld (zowel gedane slagen als strafslagen specifiek opgelopen door het spelen van die bal) tellen niet.
  • Als de speler de fout niet herstelt voordat hij een slag doet om een andere hole te beginnen of, in het geval van de laatste hole van de ronde, vóór het inleveren van zijn scorekaart, dan wordt de speler gediskwalificeerd.
6.2
Bal spelen van de afslagplaats
a
Wanneer de regels voor de afslagplaats gelden

De regels voor de afslagplaats in Regel 6.2b gelden altijd wanneer een speler een bal moet of mag spelen vanaf de afslagplaats. Dit is ook wanneer:

  • De speler de hole begint (zie Regel 6.1).
  • De speler opnieuw speelt vanaf de afslagplaats volgens een regel (zie Regel 14.6).
  • De bal van de speler in het spel is op de afslagplaats na een slag of nadat de speler een ontwijkprocedure heeft toegepast.

Deze regel is alleen van toepassing op de afslagplaats waarvandaan de speler moet spelen om te beginnen met de hole die hij speelt, niet op enige andere afslagplaats op de baan (op dezelfde hole of op een andere hole).

b
Regels voor de afslagplaats

(1) Wanneer de bal zich op de afslagplaats bevindt.

  • Een bal ligt op de afslagplaats wanneer enig deel van de bal de afslagplaats raakt of zich boven enig deel ervan bevindt.
  • De speler mag buiten de afslagplaats staan terwijl hij een slag doet naar een bal op de afslagplaats.

(2) Bal mag worden opgeteed of vanaf de grond worden gespeeld. De bal moet worden gespeeld vanaf:

  • een tee die in of op de grond is geplaatst, of
  • de grond zelf.

Voor toepassing van deze regel omvat de “grond” ook zand of andere natuurlijke materialen die zijn neergelegd om de tee of bal op te plaatsen.

De speler mag geen slag doen naar een bal op een niet toegestane tee of naar een bal die is opgeteed op een manier die niet wordt toegestaan door deze regel.

Straf voor overtreding van Regel 6.2b(2):

  • Voor de eerste overtreding van een enkele handeling of met elkaar samenhangende handelingen: algemene straf.
  • Voor de tweede overtreding die niet samenhangt met de eerste overtreding: diskwalificatie.

(3) Sommige omstandigheden op de afslagplaats mogen worden verbeterd. Voordat de speler een slag doet mag hij op de afslagplaats de volgende handelingen verrichten om de omstandigheden die de slag beïnvloeden te verbeteren (zie Regel 8.1b(8)):

  • Het oppervlak van de grond op de afslagplaats veranderen (zoals een oneffenheid maken met een club of voet).
  • Verplaatsen, buigen of breken van gras, onkruid en andere natuurlijke voorwerpen die vastzitten of groeien in de grond van de afslagplaats.
  • Zand en aarde verwijderen of platdrukken op de afslagplaats.
  • Dauw, rijp en water verwijderen op de afslagplaats.

Echter de speler krijgt de algemene straf als hij enige andere handeling verricht om de omstandigheden die de slag beïnvloeden te verbeteren in overtreding van Regel 8.1a.

(4) Beperkingen voor het verplaatsen van de teemarkers wanneer van de afslagplaats wordt gespeeld.

  • De plaats van de teemarkers is bepaald door de Commissie om elke afslagplaats te markeren en deze behoren op dezelfde plaats te blijven staan voor alle spelers die van die afslagplaats spelen.
  • Als de speler de omstandigheden die de slag beïnvloeden verbetert door een van die teemarkers te verplaatsen voordat hij van de afslagplaats speelt, krijgt hij de algemene straf voor overtreding van Regel 8.1a(1).

In alle andere gevallen worden de teemarkers behandeld als normale losse obstakels die verplaatst mogen worden zoals toegestaan in Regel 15.2.

(5) Bal is niet in het spel totdat een slag is gedaan. Wanneer een hole wordt begonnen of er opnieuw van de afslagplaats wordt gespeeld volgens een regel, geldt, onafhankelijk van of de bal is opgeteed of op de grond ligt:

  • De bal is niet in het spel totdat de speler er een slag naar doet. 
  • De bal mag zonder straf worden opgenomen of bewogen voordat de slag wordt gedaan.

Als een opgeteede bal van de tee afvalt of er door de speler vanaf wordt gestoten vóórdat de speler er een slag naar heeft gedaan, mag deze zonder straf overal op de afslagplaats opnieuw worden opgeteed.

Echter als de speler een slag doet naar die bal terwijl die van de tee valt of nadat deze eraf is gevallen, volgt er geen straf, telt de slag en is de bal in het spel.

(6) Wanneer de bal op de afslagplaats ligt. Als zijn bal in het spel op de afslagplaats ligt na een slag (zoals een opgeteede bal na een slag waarbij de bal gemist werd) of na het toepassen van een ontwijkprocedure, mag de speler:

  • De bal opnemen of bewegen zonder straf (zie Regel 9.4b, Uitzondering 1).
  • Die bal of een andere bal spelen van een willekeurige plek binnen de afslagplaats vanaf een tee of van de grond volgens (2), hij mag de bal ook spelen zoals hij ligt. 

Straf voor het spelen van een bal van een verkeerde plaats in overtreding van Regel 6.2b(6): algemene straf volgens Regel 14.7a.

Wanneer meerdere regelovertredingen het gevolg zijn van een enkele handeling of van gerelateerde handelingen, zie Regel 1.3c(4).

6.3
Bal die wordt gebruikt bij het spelen van een hole

Doel van de regel: Een hole wordt gespeeld met opeenvolgende slagen van de afslagplaats naar de green tot in de hole. Na het afslaan is de speler gewoonlijk verplicht om met dezelfde bal te spelen totdat de hole is uitgespeeld. De speler krijgt straf voor een slag met een verkeerde bal of een vervangende bal wanneer vervanging volgens de regels niet is toegestaan.

a
Uitholen met dezelfde bal die van de afslagplaats is gespeeld

Een speler mag bij het beginnen van een hole vanaf de afslagplaats elke bal spelen die aan de regels voldoet en mag van bal wisselen tussen twee holes.

De speler moet uitholen met dezelfde bal die gespeeld is vanaf de afslagplaats, behalve wanneer:

  • die bal verloren is of buiten de baan tot stilstand is gekomen, of
  • de speler de bal door een andere vervangt (of dit nu wel of niet is toegestaan).

De speler behoort de bal die hij gaat spelen van een merkteken te voorzien (zie Regel 7.2).

b
Bal vervangen door een andere bal tijdens het spelen van een hole

(1) Wanneer het een speler wel en niet toegestaan is een bal te vervangen. Sommige regels staan een speler toe de bal die hij gebruikt om de hole te spelen te vervangen door een andere bal als de bal in het spel en andere regels staan dat niet toe:

  • Wanneer een speler een ontwijkprocedure toepast volgens een regel, met inbegrip van wanneer hij een bal dropt of plaatst (zoals wanneer een bal niet in de dropzone blijft of wanneer een belemmering op de green wordt ontweken), mag de speler de oorspronkelijke bal of een andere bal gebruiken (Regel 14.3a).
  • Wanneer de speler opnieuw speelt van de plek waar de vorige slag is gedaan, mag hij de oorspronkelijke bal of een andere bal gebruiken (Regel 14.6).
  • Wanneer de speler een bal terugplaatst op een plek mag hij de bal niet vervangen en moet hij de oorspronkelijke bal gebruiken met enkele uitzonderingen (Regel 14.2a).

(2) De vervangende bal wordt de bal in het spel. Wanneer een speler de bal vervangt door een andere bal als de bal in het spel (zie Regel 14.4), geldt:

  • De oorspronkelijke bal is niet langer in het spel zelfs als deze stilligt op de baan.
  • Dit is zelfs zo als de speler:
    • De oorspronkelijke bal vervangt door een andere bal wanneer dat niet is toegestaan volgens de regels (ongeacht of de speler zich ervan bewust was dat hij een andere bal in het spel bracht).
    • De vervangende bal terugplaatste, dropte of plaatste (1) op een verkeerde plaats, (2) op een verkeerde manier of (3) door een procedure te gebruiken die niet van toepassing was.
  • Zie Regel 14.5 voor hoe een fout kan worden hersteld voordat de vervangende bal wordt gespeeld.

Als de oorspronkelijke bal van de speler niet is gevonden en de speler een andere bal in het spel heeft gebracht volgens de procedure van slag en afstand (zie Regel 17.1d, 18.1, 18.2b en 19.2a) of zoals toegestaan volgens een regel die van toepassing is wanneer het bekend of praktisch zeker is wat er met de bal is gebeurd (zie Regel 6.3c, 9.6, 11.2c, 15.2b, 16.1e en 17.1c), geldt:

  • De speler moet doorspelen met de vervangende bal.
  • De speler mag de oorspronkelijke bal niet spelen, zelfs niet als deze vervolgens op de baan wordt gevonden voordat de zoektijd van drie minuten voorbij is (zie Regel 18.2a(1)).

(3) Een slag doen naar een vervangende bal die in strijd met de regels is ingebracht. Als een speler een slag doet naar een vervangende bal die in strijd met de regels is ingebracht:

  • Krijgt de speler de algemene straf.
  • Moet de speler bij strokeplay de hole uitspelen met de vervangende bal die in strijd met de regels is ingebracht.

Wanneer meerdere regelovertredingen het gevolg zijn van een enkele handeling of van gerelateerde handelingen, zie Regel 1.3c(4).

c
Verkeerde bal

(1) Een slag doen met een verkeerde bal. Een speler mag geen slag doen met een verkeerde bal.

Uitzondering – Bal die beweegt in water: Er volgt geen straf als de speler een slag doet met een verkeerde bal die in beweging is in water in een hindernis of in tijdelijk water:

  • De slag telt niet, en
  • de speler moet de fout herstellen volgens de regels door de juiste bal te spelen van de oorspronkelijke plek of door de situatie te ontwijken volgens de regels.

Straf voor het spelen van een verkeerde bal in overtreding van Regel 6.3c(1): algemene straf.

Bij matchplay:

  • Als de speler en zijn tegenstander elkaars bal spelen tijdens het spelen van een hole, krijgt de eerste speler die een slag met een verkeerde bal doet de algemene straf (verlies van de hole).
  • Als het niet bekend is welke verkeerde bal als eerste gespeeld is, volgt er geen straf en moet de hole worden uitgespeeld met de verwisselde ballen.

Bij strokeplay moet de speler de fout herstellen door het spel te vervolgen met de oorspronkelijke bal door deze te spelen zoals hij ligt of door de situatie te ontwijken volgens de regels:

  • De slag gedaan met de verkeerde bal en alle andere slagen die gedaan zijn voor de fout is hersteld (zowel gedane slagen als strafslagen specifiek opgelopen door het spelen van die bal) tellen niet.
  • Als de speler de fout niet herstelt voordat hij een slag doet om een andere hole te beginnen of, in het geval van de laatste hole van de ronde, vóór het inleveren van zijn scorekaart, dan wordt de speler gediskwalificeerd.

(2) Wat te doen wanneer de bal van de speler gespeeld is door een andere speler als verkeerde bal. Als het bekend of praktisch zeker is dat de bal van de speler door een andere speler is gespeeld als verkeerde bal, moet de speler de oorspronkelijke bal of een andere bal terugplaatsen op de oorspronkelijke plek (die bij benadering moet worden vastgesteld als die niet bekend is) (zie Regel 14.2).

Dit geldt ongeacht of de oorspronkelijke bal is gevonden.

d
Wanneer een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen

Een speler mag alleen meer dan één bal tegelijkertijd spelen op een hole wanneer:

  • Hij een provisionele bal speelt (die ofwel de bal in het spel wordt, ofwel wordt opgegeven zoals beschreven in Regel 18.3c).
  • Hij twee ballen speelt bij strokeplay om een mogelijk ernstige overtreding te herstellen veroorzaakt door het spelen van een verkeerde plaats (zie Regel 14.7b) of wanneer het onzeker is welke procedure gevolgd moet worden (zie Regel 20.1c(3)).
6.4
De volgorde van spelen tijdens het spelen van een hole

Doel van de regel: Regel 6.4 beschrijft de volgorde van spelen gedurende de hole. De volgorde van spelen van de afslagplaats wordt bepaald door wie de eer heeft en daarna door de bal die het verst van de hole ligt.

  • Bij matchplay is de volgorde van spelen van wezenlijke betekenis; als een speler voor zijn beurt speelt, kan de tegenstander die slag laten vervallen en de speler opnieuw laten slaan.
  • Bij strokeplay volgt er geen straf als een speler voor zijn beurt speelt; het is toegestaan en het wordt zelfs aangemoedigd om “ready golf” te spelen – dit houdt in op een veilige en verantwoorde wijze voor de beurt spelen.
a
Matchplay

(1) Volgorde van spelen. De speler en de tegenstander moeten in deze volgorde spelen:

  • Beginnen op de eerste hole. Op de afslagplaats van de eerste hole wordt de eer bepaald door de volgorde op de startlijst, vastgesteld door de Commissie of, als er geen startlijst is, door een onderlinge afspraak of door loting (zoals een munt opwerpen).
  • Beginnen op alle andere holes.
    • De speler die een hole wint heeft de eer op de volgende afslagplaats.
    • Als de hole gelijk is geëindigd, houdt dezelfde speler de eer die deze op de vorige afslagplaats had.
    • Als een speler tijdig om uitspraak over de regels heeft gevraagd (zie Regel 20.1b) waarover door de Commissie nog geen besluit is genomen en deze uitspraak van invloed kan zijn op wie de eer heeft op de volgende hole, dan wordt door een onderlinge afspraak of door loting bepaald wie de eer krijgt.
  • Nadat beide spelers begonnen zijn op een hole.
    • De bal die het verst van de hole ligt moet het eerst worden gespeeld.
    • Als de ballen op dezelfde afstand van de hole liggen of als de relatieve afstanden niet bekend zijn, dan wordt door een onderlinge afspraak of door loting bepaald welke bal het eerst wordt gespeeld.

(2) Als de speler voor zijn beurt gespeeld heeft, mag de tegenstander de slag laten vervallen. Als de speler speelt terwijl de tegenstander aan de beurt was om te spelen, volgt er geen straf maar mag de tegenstander de slag laten vervallen:

  • Dit moet meteen gedaan worden en voordat een van de spelers een volgende slag doet. Wanneer de tegenstander de slag laat vervallen, kan hij dit niet meer ongedaan maken.
  • Als de tegenstander de slag laat vervallen, moet de speler wanneer het zijn beurt is om te spelen, een bal spelen vanwaar die slag was gedaan (zie Regel 14.6).
  • Als de tegenstander de slag niet laat vervallen, telt de slag, is de bal in het spel en moet deze gespeeld worden zoals hij ligt.

Uitzondering – In een andere volgorde spelen om tijd te besparen. Om tijd te besparen:

  • Mag de speler de tegenstander verzoeken voor zijn beurt te spelen of mag hij het verzoek van een tegenstander om voor zijn beurt te spelen accepteren.
  • Als de tegenstander dan een slag voor zijn beurt doet, heeft de speler het recht om de slag te laten vervallen opgegeven.

Zie Regel 23.6 (volgorde van spelen bij Four-Ball).

b
Strokeplay

(1) Normale volgorde van spelen.

  • Beginnen op de eerste hole. Op de afslagplaats van de eerste hole wordt de eer bepaald door de volgorde op de startlijst, vastgesteld door de Commissie of, als er geen startlijst is, door een onderlinge afspraak of door loting (zoals een munt opwerpen).
  • Beginnen op alle andere holes.
    • De speler in de groep met de laagste brutoscore op een hole heeft de eer op de volgende afslagplaats; de speler met de tweede laagste brutoscore behoort daarna te spelen en zo verder.
    • Als twee of meer spelers dezelfde score hebben op een hole behoren ze in dezelfde volgorde te spelen als op de vorige afslagplaats.
    • De eer is gebaseerd op de brutoscores, zelfs in een handicapwedstrijd.
  • Nadat alle spelers begonnen zijn op een hole.
    • De bal die het verst van de hole ligt, behoort als eerste gespeeld te worden.
    • Als twee of meer ballen op de dezelfde afstand van de hole liggen of als de relatieve afstanden niet bekend zijn, dan wordt door een onderlinge afspraak of door loting bepaald welke bal het eerst wordt gespeeld.

Er volgt geen straf als een speler voor zijn beurt speelt, behalve dat als twee of meer spelers besluiten om in een andere volgorde te spelen om een van hen een voordeel te geven, ieder van die spelers de algemene straf (twee strafslagen) krijgt.

(2) Op een veilige en verantwoorde wijze in een andere volgorde spelen (“Ready golf”). Het is spelers toegestaan en het wordt zelfs aangemoedigd om op een veilige en verantwoorde wijze in een andere volgorde te spelen, zoals wanneer:

  • Twee of meer spelers afspreken dit te doen voor het gemak of om tijd te besparen.
  • Een bal van de speler tot stilstand is gekomen op een zeer korte afstand van de hole en de speler deze wil uitholen.
  • Een speler klaar staat en kan spelen vóór een andere speler die aan de beurt zou zijn om te spelen volgens de normale speelvolgorde volgens (1), mits het afwijken van de normale volgorde door de speler geen enkele andere speler in gevaar brengt, afleidt of hindert.

Echter als de speler die volgens de normale speelvolgorde bij (1) klaarstaat en kan spelen aangeeft dat hij als eerste wil spelen, behoren andere spelers in het algemeen te wachten totdat die speler heeft gespeeld.

Een speler behoort niet in een andere volgorde te spelen om een voordeel te behalen ten opzichte van andere spelers.

c
Wanneer een speler een provisionele bal of een andere bal speelt vanaf de afslagplaats

De volgorde van spelen is in dit geval dat alle andere spelers in de groep eerst hun eerste slag op de hole doen voordat de speler de provisionele bal of een andere bal van de afslagplaats speelt.

Als meer dan één speler een provisionele bal of een andere bal gaat spelen vanaf de afslagplaats, blijft de volgorde van spelen hetzelfde als daarvoor.

Voor een provisionele bal of een andere bal die voor de beurt gespeeld wordt zie Regel 6.4a(2) en 6.4b.

d
Wanneer een speler een belemmering ontwijkt of een provisionele bal gaat spelen van een andere plaats dan de afslagplaats

De volgorde van spelen volgens Regel 6.4a(1) en 6.4b(1) is in deze twee gevallen:

(1) Een belemmering ontwijken door een bal van een andere plaats te spelen dan waar hij ligt.

  • Wanneer een speler zich realiseert dat hij een bal moet spelen volgens de procedure van slag en afstand. De speelvolgorde voor de speler is gebaseerd op de plek waar zijn vorige slag is gedaan.
  • Wanneer een speler de keuze heeft de bal te spelen zoals hij ligt of een belemmering te ontwijken.
    • De speelvolgorde voor de speler is gebaseerd op de plek waar de oorspronkelijke bal ligt (die bij benadering moet worden vastgesteld als die niet bekend is) (zie Regel 14.2).
    • Dit is zelfs van toepassing wanneer de speler al besloten heeft om een bal te spelen volgens de procedure van slag en afstand of om een belemmering te ontwijken door een bal van een andere plaats te spelen dan waar de oorspronkelijke bal ligt (zoals wanneer de oorspronkelijke bal in een hindernis ligt of onspeelbaar verklaard wordt).

(2) Een provisionele bal spelen. De volgorde van spelen is dat de speler de provisionele bal direct na de vorige slag speelt en voordat iemand anders een bal speelt, behalve:

  • Wanneer een hole begonnen wordt vanaf de afslagplaats (zie Regel 6.4c).
  • Wanneer de speler wacht voordat hij besluit een provisionele bal te spelen (in dat geval wordt de speelvolgorde voor de speler gebaseerd op de plek waar de vorige slag was gedaan, zodra hij besloten heeft een provisionele bal te spelen. 
6.5
Een hole uitspelen

Een speler heeft een hole uitgespeeld:

  • Bij matchplay, wanneer:
    • de speler uitholet of wanneer de volgende slag van de speler is gegeven, of
    • de uitslag van de hole is bepaald (zoals wanneer de tegenstander de hole geeft, de score van de tegenstander voor de hole lager is dan de speler zou kunnen maken of wanneer de speler of tegenstander de algemene straf krijgt (verlies van de hole)).
  • Bij strokeplay, wanneer de speler uitholet volgens Regel 3.3c.

Zie Regel 21.1b(1), 21.2b(1), 21.3b(1) en 23.3c (wanneer een speler een hole heeft uitgespeeld bij andere vormen van strokeplay of bij Four-Ball).

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Ronde

18 holes of minder, gespeeld in de volgorde zoals bepaald door de Commissie.

Scorekaart

Het document waarop bij strokeplay de score van een speler voor iedere hole wordt genoteerd.

De scorekaart mag iedere papieren of digitale vorm hebben, die door de Commissie is goedgekeurd en die het mogelijk maakt:

  • om de score van de speler voor iedere hole te noteren;
  • om de handicap van de speler in te voeren, als het een handicapwedstrijd betreft, en
  • voor de marker en de speler om de scores van de speler goed te keuren, en voor de speler om zijn of haar handicap te controleren in een handicapwedstrijd, ofwel door een fysieke handtekening ofwel door een digitale handtekening zoals goedgekeurd door de Commissie.

Een scorekaart is niet vereist bij matchplay, maar kan door de spelers worden gebruikt om de stand in de wedstrijd bij te houden.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Baan

Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan:

  • Alle gebieden binnen de grenzen van de baan zijn binnen de baan en onderdeel van de baan.
  • Alle gebieden buiten de grenzen van de baan zijn buiten de baan (out-of-bounds) en geen onderdeel van de baan.
  • Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

De baan bestaat uit vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Tee

Een voorwerp dat wordt gebruikt om een bal op te plaatsen om vanaf de afslagplaats te spelen. Een tee mag niet langer zijn dan 4 inches (101,6 mm) en moet voldoen aan de regels voor uitrusting.

Tee

Een voorwerp dat wordt gebruikt om een bal op te plaatsen om vanaf de afslagplaats te spelen. Een tee mag niet langer zijn dan 4 inches (101,6 mm) en moet voldoen aan de regels voor uitrusting.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Tee

Een voorwerp dat wordt gebruikt om een bal op te plaatsen om vanaf de afslagplaats te spelen. Een tee mag niet langer zijn dan 4 inches (101,6 mm) en moet voldoen aan de regels voor uitrusting.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Omstandigheden die de slag beïnvloeden

De ligging van de stilliggende bal van de speler, de ruimte voor de voorgenomen stand of swing, de speellijn en de dropzone waar de speler gaat droppen of plaatsen.

  • De ruimte voor de voorgenomen stand is zowel waar de speler zijn of haar voeten gaat neerzetten als de gehele ruimte die redelijkerwijs kan beïnvloeden hoe en waar de speler kan staan bij het voorbereiden en doen van de voorgenomen slag.
  • De ruimte voor de voorgenomen swing omvat de hele ruimte die redelijkerwijs enig deel van de backswing kan beïnvloeden of de downswing of het vervolg van de swing voor het doen van de slag.
  • Elk van de begrippen "ligging", "speellijn" en "dropzone" heeft een eigen definitie.
Verbeteren

Het veranderen van een of meer omstandigheden die de slag beïnvloeden of andere fysieke omstandigheden die het spel beïnvloeden, zodat een speler er mogelijk voordeel mee behaalt voor een slag.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Omstandigheden die de slag beïnvloeden

De ligging van de stilliggende bal van de speler, de ruimte voor de voorgenomen stand of swing, de speellijn en de dropzone waar de speler gaat droppen of plaatsen.

  • De ruimte voor de voorgenomen stand is zowel waar de speler zijn of haar voeten gaat neerzetten als de gehele ruimte die redelijkerwijs kan beïnvloeden hoe en waar de speler kan staan bij het voorbereiden en doen van de voorgenomen slag.
  • De ruimte voor de voorgenomen swing omvat de hele ruimte die redelijkerwijs enig deel van de backswing kan beïnvloeden of de downswing of het vervolg van de swing voor het doen van de slag.
  • Elk van de begrippen "ligging", "speellijn" en "dropzone" heeft een eigen definitie.
Verbeteren

Het veranderen van een of meer omstandigheden die de slag beïnvloeden of andere fysieke omstandigheden die het spel beïnvloeden, zodat een speler er mogelijk voordeel mee behaalt voor een slag.

Commissie

De persoon of groep verantwoordelijk voor de wedstrijd of de baan.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 1 (uitleg van de rol van de Commissie).

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Omstandigheden die de slag beïnvloeden

De ligging van de stilliggende bal van de speler, de ruimte voor de voorgenomen stand of swing, de speellijn en de dropzone waar de speler gaat droppen of plaatsen.

  • De ruimte voor de voorgenomen stand is zowel waar de speler zijn of haar voeten gaat neerzetten als de gehele ruimte die redelijkerwijs kan beïnvloeden hoe en waar de speler kan staan bij het voorbereiden en doen van de voorgenomen slag.
  • De ruimte voor de voorgenomen swing omvat de hele ruimte die redelijkerwijs enig deel van de backswing kan beïnvloeden of de downswing of het vervolg van de swing voor het doen van de slag.
  • Elk van de begrippen "ligging", "speellijn" en "dropzone" heeft een eigen definitie.
Verbeteren

Het veranderen van een of meer omstandigheden die de slag beïnvloeden of andere fysieke omstandigheden die het spel beïnvloeden, zodat een speler er mogelijk voordeel mee behaalt voor een slag.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Los obstakel

Een obstakel dat met een redelijke inspanning kan worden verplaatst zonder het obstakel of de baan te beschadigen.

Als een deel van een vast obstakel of integraal deel van de baan (zoals een poort of deur of een deel van een vastzittende kabel) voldoet aan deze twee eisen, wordt dat deel beschouwd als een los obstakel.

Echter dit is niet van toepassing als het losse deel van een vast obstakel of integraal deel van de baan niet bedoeld is om te bewegen (zoals een losse steen in een stenen muur).

Zelfs wanneer een obstakel los is, kan de Commissie deze aanwijzen als vast obstakel.

 

Interpretation Movable Obstruction/1 - Abandoned Ball Is a Movable Obstruction

An abandoned ball is a movable obstruction.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Bal Bewogen

Wanneer een stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog kan worden gezien (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

Dit geldt voor een verplaatsing van de bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

Als de bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft de bal niet bewogen.

 

Interpretation Moved/1 - When Ball Resting on Object Has Moved

For the purpose of deciding whether a ball must be replaced or whether a player gets a penalty, a ball is treated as having moved only if it has moved in relation to a specific part of the larger condition or object it is resting on, unless the entire object the ball is resting on has moved in relation to the ground.

An example of when a ball has not moved includes when:

  • A ball is resting in the fork of a tree branch and the tree branch moves, but the ball's spot in the branch does not change.

Examples of when a ball has moved include when:

  • A ball is resting in a stationary plastic cup and the cup itself moves in relation to the ground because it is being blown by the wind.
  • A ball is resting in or on a stationary motorized cart that starts to move.

Interpretation Moved/2 - Television Evidence Shows Ball at Rest Changed Position but by Amount Not Reasonably Discernible to Naked Eye

When determining whether or not a ball at rest has moved, a player must make that judgment based on all the information reasonably available to him or her at the time, so that he or she can determine whether the ball must be replaced under the Rules. When the player's ball has left its original position and come to rest in another place by an amount that was not reasonably discernible to the naked eye at the time, a player's determination that the ball has not moved is conclusive, even if that determination is later shown to be incorrect through the use of sophisticated technology.

On the other hand, if the Committee determines, based on all of the evidence it has available, that the ball changed its position by an amount that was reasonably discernible to the naked eye at the time, the ball will be determined to have moved even though no-one actually saw it move.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Tee

Een voorwerp dat wordt gebruikt om een bal op te plaatsen om vanaf de afslagplaats te spelen. Een tee mag niet langer zijn dan 4 inches (101,6 mm) en moet voldoen aan de regels voor uitrusting.

Tee

Een voorwerp dat wordt gebruikt om een bal op te plaatsen om vanaf de afslagplaats te spelen. Een tee mag niet langer zijn dan 4 inches (101,6 mm) en moet voldoen aan de regels voor uitrusting.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Bal Bewogen

Wanneer een stilliggende bal zijn oorspronkelijke plek heeft verlaten en tot stilstand komt op een andere plek en dit met het blote oog kan worden gezien (los van het feit of iemand het daadwerkelijk ziet gebeuren).

Dit geldt voor een verplaatsing van de bal naar boven en beneden of horizontaal in enige richting ten opzichte van de oorspronkelijke plek.

Als de bal alleen wiebelt (ook wel oscilleren genoemd) en op de oorspronkelijke plek blijft of daarnaar terugkeert, heeft de bal niet bewogen.

 

Interpretation Moved/1 - When Ball Resting on Object Has Moved

For the purpose of deciding whether a ball must be replaced or whether a player gets a penalty, a ball is treated as having moved only if it has moved in relation to a specific part of the larger condition or object it is resting on, unless the entire object the ball is resting on has moved in relation to the ground.

An example of when a ball has not moved includes when:

  • A ball is resting in the fork of a tree branch and the tree branch moves, but the ball's spot in the branch does not change.

Examples of when a ball has moved include when:

  • A ball is resting in a stationary plastic cup and the cup itself moves in relation to the ground because it is being blown by the wind.
  • A ball is resting in or on a stationary motorized cart that starts to move.

Interpretation Moved/2 - Television Evidence Shows Ball at Rest Changed Position but by Amount Not Reasonably Discernible to Naked Eye

When determining whether or not a ball at rest has moved, a player must make that judgment based on all the information reasonably available to him or her at the time, so that he or she can determine whether the ball must be replaced under the Rules. When the player's ball has left its original position and come to rest in another place by an amount that was not reasonably discernible to the naked eye at the time, a player's determination that the ball has not moved is conclusive, even if that determination is later shown to be incorrect through the use of sophisticated technology.

On the other hand, if the Committee determines, based on all of the evidence it has available, that the ball changed its position by an amount that was reasonably discernible to the naked eye at the time, the ball will be determined to have moved even though no-one actually saw it move.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Tee

Een voorwerp dat wordt gebruikt om een bal op te plaatsen om vanaf de afslagplaats te spelen. Een tee mag niet langer zijn dan 4 inches (101,6 mm) en moet voldoen aan de regels voor uitrusting.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Verloren

De status van een bal die niet binnen drie minuten is gevonden nadat de speler óf zijn of haar caddie (of partner van de speler of diens caddie) begonnen is met zoeken.

Als het zoeken begint en vervolgens tijdelijk wordt onderbroken om een goede reden (zoals wanneer de speler stopt met zoeken wanneer het spel wordt onderbroken of hij opzij moet gaan om een andere speler te laten spelen) of wanneer de speler bij vergissing een verkeerde bal heeft geïdentificeerd:

  • telt de tijd vanaf de onderbreking tot het verder gaan met zoeken niet mee, en
  • is de tijd voor het zoeken drie minuten in totaal, waarbij de tijd voor het zoeken zowel voor als na de onderbreking meetelt.

 

Interpretation Lost/1 - Ball May Not Be Declared Lost

A player may not make a ball lost by a declaration. A ball is lost only when it has not been found within three minutes after the player or his or her caddie or partner begins to search for it.

For example, a player searches for his or her ball for two minutes, declares it lost and walks back to play another ball. Before the player puts another ball in play, the original ball is found within the three-minute search time. Since the player may not declare his or her ball lost, the original ball remains in play.

Interpretation Lost/2 - Player May Not Delay the Start of Search to Gain an Advantage

The three-minute search time for a ball starts when the player or his or her caddie (or the player's partner or partner's caddie) starts to search for it. The player may not delay the start of the search in order to gain an advantage by allowing other people to search on his or her behalf.

For example, if a player is walking towards his or her ball and spectators are already looking for the ball, the player cannot deliberately delay getting to the area to keep the three-minute search time from starting. In such circumstances, the search time starts when the player would have been in a position to search had he or she not deliberately delayed getting to the area.

Interpretation Lost/3 - Search Time Continues When Player Returns to Play a Provisional Ball

If a player has started to search for his or her ball and is returning to the spot of the previous stroke to play a provisional ball, the three-minute search time continues whether or not anyone continues to search for the player's ball.

Interpretation Lost/4 - Search Time When Searching for Two Balls

When a player has played two balls (such as the ball in play and a provisional ball) and is searching for both, whether the player is allowed two separate three-minute search times depends how close the balls are to each other.

If the balls are in the same area where they can be searched for at the same time, the player is allowed only three minutes to search for both balls. However, if the balls are in different areas (such as opposite sides of the fairway) the player is allowed a three-minute search time for each ball.

Buiten de baan

Het hele gebied buiten de grens van de baan zoals gemarkeerd door de Commissie. Alle gebieden binnen deze grens maken deel uit van de baan.

De grens van de baan loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grens van de baan deel zijn van de baan, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens van de baan bevindt (zoals een trap verbonden met een hek dat buiten de baan aangeeft of een boom die buiten de baan staat maar takken binnen de baan heeft of vice versa), dan is alleen dat deel van het voorwerp dat zich buiten de grens bevindt buiten de baan.

De grens van buiten de baan behoort gemarkeerd te zijn met out-of-bounds markeringen of lijnen:

  • Out-of-bounds markeringen: Wanneer de grens van de baan wordt gemarkeerd door palen of omheiningen dan wordt de grenslijn van buiten de baan bepaald door de lijn tussen die punten van de palen of staanders die zich op grondhoogte aan de baanzijde bevinden (schuinstaande schoren niet meegerekend) en dus staan die palen of staanders zelf buiten de baan.
    Wanneer de grenslijn wordt gedefinieerd door andere voorwerpen, zoals een muur of wanneer de Commissie een out-of-bounds markering op een andere manier wil behandelen, dan behoort de Commissie de grens van buiten de baan te vast te stellen.
  • Lijnen: In het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens bepaald door de binnenkant van die lijnen aan de kant van de baan en zijn die lijnen zelf buiten de baan.
    Wanneer de grens van de baan wordt aangegeven met een lijn op de grond, dan kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de grens van de baan zich ongeveer bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Palen of lijnen die buiten de baan aangeven behoren wit te zijn.

Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: Het punt van waar de afmeting van de dropzone worden gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: De dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentie punt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen voor de plaats van de dropzone: De plaats van de dropzone kan op één of meer manieren zijn beperkt, zodat bijvoorbeeld:
    • Deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis.
    • Deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn.
    • Deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 2I (De Commissie mag ervoor kiezen om toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikmaakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).


Clarification - Determining Whether Ball in Relief Area

When determining whether a ball has come to rest within a relief area (i.e. either one or two club-lengths from the reference point depending on the Rule being applied), the ball is in the relief area if any part of the ball is within the one or two club-length measurement. However, a ball is not in a relief area if any part of the ball is nearer the hole than the reference point or when any part of the ball has interference from the condition from which free relief is taken.
(Clarification added 12/2018)

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Baan

Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan:

  • Alle gebieden binnen de grenzen van de baan zijn binnen de baan en onderdeel van de baan.
  • Alle gebieden buiten de grenzen van de baan zijn buiten de baan (out-of-bounds) en geen onderdeel van de baan.
  • Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

De baan bestaat uit vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Droppen

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Als speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • Recht naar beneden valt, zonder dat de speler hem gooit, draait of rolt of enige andere beweging gebruikt die zou kunnen beïnvloeden waar de bal tot stilstand komt.
  • Nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Verkeerde plaats

Iedere andere plaats op de baan dan waar de speler volgens de regels zijn of haar bal moet of mag spelen.

Voorbeelden van het spelen van een verkeerde plaats zijn:

  • Het spelen van een bal na het terugplaatsen op de verkeerde plek of zonder deze terug te plaatsen als de regels dat vereisen.
  • Het spelen van een gedropte bal buiten de vereiste dropzone.
  • Het volgens een verkeerde regel zodanig ontwijken van een belemmering dat de bal is gedropt op en gespeeld van een plaats die niet is toegestaan volgens de regels.
  • Het spelen van een bal uit een verboden speelzone of vanaf een plek waar een verboden speelzone een belemmering vormt voor de stand van de speler of voor de ruimte van zijn voorgenomen swing.

Het spelen van een bal van buiten de afslagplaats bij het beginnen van een hole of bij het herstellen van deze vergissing is niet spelen van de verkeerde plaats (zie Regel 6.1b).

Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Slag en afstand

De procedure en straf die van toepassing is wanneer een speler een belemmering ontwijkt volgens Regel 17, 18 of 19 door het spelen van een bal van de plaats waar de vorige slag is gedaan (zie Regel 14.6).

Het begrip slag en afstand betekent dat de speler:

  • één strafslag krijgt, en
  • terug moet naar de plaats waar de vorige slag is gedaan. Hierbij gaat de afstand gemaakt bij die vorige slag verloren.
Bekend of praktisch zeker

De maatstaf om te bepalen wat er met de bal is gebeurd – bijvoorbeeld of de bal tot stilstand is gekomen in een hindernis, of hij is bewogen of waardoor hij is bewogen.

Bekend of praktisch zeker betekent meer dan alleen mogelijk of waarschijnlijk. Het betekent dat:

  • er afdoende bewijs is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden met de bal van de speler, zoals wanneer de speler of andere getuigen het hebben zien gebeuren, of
  • hoewel er een geringe mate van twijfel is, alle redelijkerwijs beschikbare informatie aantoont dat het ten minste voor 95% zeker is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

"Alle redelijkerwijs beschikbare informatie" omvat alle informatie die de speler kent of weet en alle andere informatie die hij of zij met redelijke inspanning en zonder onredelijk oponthoud kan verkrijgen.

 

Interpretation Known or Virtually Certain/1 - Applying "Known or Virtually Certain" Standard When Ball Moves

When it is not "known" what caused the ball to move, all reasonably available information must be considered and the evidence must be evaluated to determine if it is "virtually certain" that the player, opponent or outside influence caused the ball to move.

Depending on the circumstances, reasonably available information may include, but is not limited to:

  • The effect of any actions taken near the ball (such as movement of loose impediments, practice swings, grounding club and taking a stance),
  • Time elapsed between such actions and the movement of the ball,
  • The lie of the ball before it moved (such as on a fairway, perched on longer grass, on a surface imperfection or on the putting green),
  • The conditions of the ground near the ball (such as the degree of slope or presence of surface irregularities, etc), and
  • Wind speed and direction, rain and other weather conditions.

Interpretation Known or Virtually Certain/2 - Virtual Certainty Is Irrelevant if It Comes to Light After Three-Minute Search Expires

Determining whether there is knowledge or virtual certainty must be based on evidence known to the player at the time the three-minute search time expires.

Examples of when the player's later findings are irrelevant include when:

  • A player's tee shot comes to rest in an area containing heavy rough and a large animal hole. After a three-minute search, it is determined that it is not known or virtually certain that the ball is in the animal hole. As the player returns to the teeing area, the ball is found in the animal hole.
  • Even though the player has not yet put another ball in play, the player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b - What to Do When Ball is Lost or Out of Bounds) since it was not known or virtually certain that the ball was in the animal hole, when the search time expired.
  • A player cannot find his or her ball and believes it may have been picked up by a spectator (outside influence), but there is not enough evidence to be virtually certain of this. A short time after the three-minute search time expires, a spectator is found to have the player's ball.

The player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b) since the movement by the outside influence only became known after the search time expired.

Interpretation Known or Virtually Certain/3 - Player Unaware Ball Played by Another Player

It must be known or virtually certain that a player's ball has been played by another player as a wrong ball to treat it as being moved.

For example, in stroke play, Player A and Player B hit their tee shots into the same general location. Player A finds a ball and plays it. Player B goes forward to look for his or her ball and cannot find it. After three minutes, Player B starts back to the tee to play another ball. On the way, Player B finds Player A's ball and knows then that Player A has played his or her ball in error.

Player A gets the general penalty for playing a wrong ball and must then play his or her own ball (Rule 6.3c). Player A's ball was not lost even though both players searched for more than three minutes because Player A did not start searching for his or her ball; the searching was for Player B's ball. Regarding Player B's ball, Player B's original ball was lost and he or she must put another ball in play under penalty of stroke and distance (Rule 18.2b), because it was not known or virtually certain when the three-minute search time expired that the ball had been played by another player.

Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Baan

Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan:

  • Alle gebieden binnen de grenzen van de baan zijn binnen de baan en onderdeel van de baan.
  • Alle gebieden buiten de grenzen van de baan zijn buiten de baan (out-of-bounds) en geen onderdeel van de baan.
  • Deze grens loopt loodrecht omhoog en omlaag.

De baan bestaat uit vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Strokeplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij het opneemt tegen alle andere spelers of partijen in de wedstrijd.

In de reguliere vorm van strokeplay (zie Regel 3.3):

  • Is de score van een speler of partij voor een ronde het totaal aantal slagen dat hij of zij nodig heeft om op iedere hole uit te holen (gespeelde slagen en opgelopen strafslagen inbegrepen).
  • Is de winnaar de speler of partij die alle rondes met in totaal het minst aantal slagen uitspeelt.

Andere vormen van strokeplay  met andere methodes om de score te bepalen zijn Stableford, Maximum Score en Par/Bogey (zie Regel 21).

Alle vormen van strokeplay  kunnen worden gespeeld in zowel individuele wedstrijden (iedere speler speelt voor zichzelf) als in wedstrijden met partijen of partners (Foursomes of Four-Ball).

Vervangen

De bal die een speler gebruikt om een hole te spelen vervangen door een andere bal in het spel te brengen.

Een bal is vervangen wanneer de speler op enigerlei wijze (zie Regel 14.4) een ander bal in het spel brengt in plaats van de oorspronkelijke bal van de speler, ongeacht of de oorspronkelijke bal:

  • in het spel was, of
  • Niet langer in het spel was, omdat deze opgenomen, verloren of buiten de baan was.

Een vervangende bal is de spelers bal in het spel zelfs als:

  • deze op een verkeerde manier of verkeerde plaats is teruggeplaatst, geplaatst of gedropt, of
  • de regels vereisen dat de speler de oorspronkelijke bal terug in het spel moest brengen in plaats van deze te vervangen door een andere bal.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Verkeerde bal

Elke andere bal dan de bal van de speler, dat wil zeggen anders dan zijn:

  • bal in het spel (hetzij de oorspronkelijke bal hetzij een vervangende bal);
  • provisionele bal (voordat deze is opgegeven volgens Regel 18.3c), of
  • tweede bal bij strokeplay gespeeld volgens Regel 14.7b of 20.1c.

Voorbeelden van een verkeerde bal zijn:

  • De bal in het spel van een andere speler.
  • Een achtergelaten bal.
  • De bal van de speler die buiten de baan ligt of verloren is of is opgenomen en nog niet terug in het spel is gebracht.

 

Interpretation Wrong Ball/1 - Part of Wrong Ball Is Still Wrong Ball

If a player makes a stroke at part of a stray ball that he or she mistakenly thought was the ball in play, he or she has made a stroke at a wrong ball and Rule 6.3c applies.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Verkeerde bal

Elke andere bal dan de bal van de speler, dat wil zeggen anders dan zijn:

  • bal in het spel (hetzij de oorspronkelijke bal hetzij een vervangende bal);
  • provisionele bal (voordat deze is opgegeven volgens Regel 18.3c), of
  • tweede bal bij strokeplay gespeeld volgens Regel 14.7b of 20.1c.

Voorbeelden van een verkeerde bal zijn:

  • De bal in het spel van een andere speler.
  • Een achtergelaten bal.
  • De bal van de speler die buiten de baan ligt of verloren is of is opgenomen en nog niet terug in het spel is gebracht.

 

Interpretation Wrong Ball/1 - Part of Wrong Ball Is Still Wrong Ball

If a player makes a stroke at part of a stray ball that he or she mistakenly thought was the ball in play, he or she has made a stroke at a wrong ball and Rule 6.3c applies.

Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Tijdelijk water

Iedere tijdelijke concentratie van water op de grond (zoals regen- of beregeningsplassen of plassen als gevolg van het overlopen van enige waterpartij) die:

  • zich buiten een hindernis bevindt, en
  • zichtbaar is voor of nadat de speler een stand inneemt (zonder daarbij overdreven met zijn of haar voeten druk uit te oefenen op de grond).

Het is niet voldoende als de grond alleen nat, modderig of zacht is of dat er alleen even water zichtbaar is als de speler op de grond stapt; Er moet een concentratie van water zichtbaar blijven voor of nadat de stand is ingenomen.

Bijzonderheden:

  • Dauw en rijp zijn geen tijdelijk water.
  • Sneeuw en natuurlijk ijs (behalve rijp) zijn losse natuurlijke voorwerpen of, wanneer ze op de grond liggen, tijdelijk water, naar keuze van de speler.
  • Gefabriceerd ijs is een obstakel.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Matchplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij rechtstreeks tegen een tegenstander of tegenpartij speelt in een onderlinge wedstrijd van een of meerdere rondes:

  • Een speler of partij wint een hole in de wedstrijd door de hole in minder slagen uit te spelen (met inbegrip van gespeelde slagen en strafslagen).
  • De wedstrijd is gewonnen wanneer een speler of partij meer holes voor staat op de tegenstander of tegenpartij dan er nog te spelen zijn.

Matchplay kan worden gespeeld als een één-tegen-éénwedstrijd (waarbij één speler rechtstreeks tegen één tegenstander speelt), een Driebal-wedstrijd of een Foursomes of Four-Ball-wedstrijd tussen partijen van twee partners.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Verkeerde bal

Elke andere bal dan de bal van de speler, dat wil zeggen anders dan zijn:

  • bal in het spel (hetzij de oorspronkelijke bal hetzij een vervangende bal);
  • provisionele bal (voordat deze is opgegeven volgens Regel 18.3c), of
  • tweede bal bij strokeplay gespeeld volgens Regel 14.7b of 20.1c.

Voorbeelden van een verkeerde bal zijn:

  • De bal in het spel van een andere speler.
  • Een achtergelaten bal.
  • De bal van de speler die buiten de baan ligt of verloren is of is opgenomen en nog niet terug in het spel is gebracht.

 

Interpretation Wrong Ball/1 - Part of Wrong Ball Is Still Wrong Ball

If a player makes a stroke at part of a stray ball that he or she mistakenly thought was the ball in play, he or she has made a stroke at a wrong ball and Rule 6.3c applies.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Verkeerde bal

Elke andere bal dan de bal van de speler, dat wil zeggen anders dan zijn:

  • bal in het spel (hetzij de oorspronkelijke bal hetzij een vervangende bal);
  • provisionele bal (voordat deze is opgegeven volgens Regel 18.3c), of
  • tweede bal bij strokeplay gespeeld volgens Regel 14.7b of 20.1c.

Voorbeelden van een verkeerde bal zijn:

  • De bal in het spel van een andere speler.
  • Een achtergelaten bal.
  • De bal van de speler die buiten de baan ligt of verloren is of is opgenomen en nog niet terug in het spel is gebracht.

 

Interpretation Wrong Ball/1 - Part of Wrong Ball Is Still Wrong Ball

If a player makes a stroke at part of a stray ball that he or she mistakenly thought was the ball in play, he or she has made a stroke at a wrong ball and Rule 6.3c applies.

Strokeplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij het opneemt tegen alle andere spelers of partijen in de wedstrijd.

In de reguliere vorm van strokeplay (zie Regel 3.3):

  • Is de score van een speler of partij voor een ronde het totaal aantal slagen dat hij of zij nodig heeft om op iedere hole uit te holen (gespeelde slagen en opgelopen strafslagen inbegrepen).
  • Is de winnaar de speler of partij die alle rondes met in totaal het minst aantal slagen uitspeelt.

Andere vormen van strokeplay  met andere methodes om de score te bepalen zijn Stableford, Maximum Score en Par/Bogey (zie Regel 21).

Alle vormen van strokeplay  kunnen worden gespeeld in zowel individuele wedstrijden (iedere speler speelt voor zichzelf) als in wedstrijden met partijen of partners (Foursomes of Four-Ball).

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Verkeerde bal

Elke andere bal dan de bal van de speler, dat wil zeggen anders dan zijn:

  • bal in het spel (hetzij de oorspronkelijke bal hetzij een vervangende bal);
  • provisionele bal (voordat deze is opgegeven volgens Regel 18.3c), of
  • tweede bal bij strokeplay gespeeld volgens Regel 14.7b of 20.1c.

Voorbeelden van een verkeerde bal zijn:

  • De bal in het spel van een andere speler.
  • Een achtergelaten bal.
  • De bal van de speler die buiten de baan ligt of verloren is of is opgenomen en nog niet terug in het spel is gebracht.

 

Interpretation Wrong Ball/1 - Part of Wrong Ball Is Still Wrong Ball

If a player makes a stroke at part of a stray ball that he or she mistakenly thought was the ball in play, he or she has made a stroke at a wrong ball and Rule 6.3c applies.

Verkeerde bal

Elke andere bal dan de bal van de speler, dat wil zeggen anders dan zijn:

  • bal in het spel (hetzij de oorspronkelijke bal hetzij een vervangende bal);
  • provisionele bal (voordat deze is opgegeven volgens Regel 18.3c), of
  • tweede bal bij strokeplay gespeeld volgens Regel 14.7b of 20.1c.

Voorbeelden van een verkeerde bal zijn:

  • De bal in het spel van een andere speler.
  • Een achtergelaten bal.
  • De bal van de speler die buiten de baan ligt of verloren is of is opgenomen en nog niet terug in het spel is gebracht.

 

Interpretation Wrong Ball/1 - Part of Wrong Ball Is Still Wrong Ball

If a player makes a stroke at part of a stray ball that he or she mistakenly thought was the ball in play, he or she has made a stroke at a wrong ball and Rule 6.3c applies.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Ronde

18 holes of minder, gespeeld in de volgorde zoals bepaald door de Commissie.

Scorekaart

Het document waarop bij strokeplay de score van een speler voor iedere hole wordt genoteerd.

De scorekaart mag iedere papieren of digitale vorm hebben, die door de Commissie is goedgekeurd en die het mogelijk maakt:

  • om de score van de speler voor iedere hole te noteren;
  • om de handicap van de speler in te voeren, als het een handicapwedstrijd betreft, en
  • voor de marker en de speler om de scores van de speler goed te keuren, en voor de speler om zijn of haar handicap te controleren in een handicapwedstrijd, ofwel door een fysieke handtekening ofwel door een digitale handtekening zoals goedgekeurd door de Commissie.

Een scorekaart is niet vereist bij matchplay, maar kan door de spelers worden gebruikt om de stand in de wedstrijd bij te houden.

Bekend of praktisch zeker

De maatstaf om te bepalen wat er met de bal is gebeurd – bijvoorbeeld of de bal tot stilstand is gekomen in een hindernis, of hij is bewogen of waardoor hij is bewogen.

Bekend of praktisch zeker betekent meer dan alleen mogelijk of waarschijnlijk. Het betekent dat:

  • er afdoende bewijs is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden met de bal van de speler, zoals wanneer de speler of andere getuigen het hebben zien gebeuren, of
  • hoewel er een geringe mate van twijfel is, alle redelijkerwijs beschikbare informatie aantoont dat het ten minste voor 95% zeker is dat de betreffende gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

"Alle redelijkerwijs beschikbare informatie" omvat alle informatie die de speler kent of weet en alle andere informatie die hij of zij met redelijke inspanning en zonder onredelijk oponthoud kan verkrijgen.

 

Interpretation Known or Virtually Certain/1 - Applying "Known or Virtually Certain" Standard When Ball Moves

When it is not "known" what caused the ball to move, all reasonably available information must be considered and the evidence must be evaluated to determine if it is "virtually certain" that the player, opponent or outside influence caused the ball to move.

Depending on the circumstances, reasonably available information may include, but is not limited to:

  • The effect of any actions taken near the ball (such as movement of loose impediments, practice swings, grounding club and taking a stance),
  • Time elapsed between such actions and the movement of the ball,
  • The lie of the ball before it moved (such as on a fairway, perched on longer grass, on a surface imperfection or on the putting green),
  • The conditions of the ground near the ball (such as the degree of slope or presence of surface irregularities, etc), and
  • Wind speed and direction, rain and other weather conditions.

Interpretation Known or Virtually Certain/2 - Virtual Certainty Is Irrelevant if It Comes to Light After Three-Minute Search Expires

Determining whether there is knowledge or virtual certainty must be based on evidence known to the player at the time the three-minute search time expires.

Examples of when the player's later findings are irrelevant include when:

  • A player's tee shot comes to rest in an area containing heavy rough and a large animal hole. After a three-minute search, it is determined that it is not known or virtually certain that the ball is in the animal hole. As the player returns to the teeing area, the ball is found in the animal hole.
  • Even though the player has not yet put another ball in play, the player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b - What to Do When Ball is Lost or Out of Bounds) since it was not known or virtually certain that the ball was in the animal hole, when the search time expired.
  • A player cannot find his or her ball and believes it may have been picked up by a spectator (outside influence), but there is not enough evidence to be virtually certain of this. A short time after the three-minute search time expires, a spectator is found to have the player's ball.

The player must take stroke-and-distance relief for a lost ball (Rule 18.2b) since the movement by the outside influence only became known after the search time expired.

Interpretation Known or Virtually Certain/3 - Player Unaware Ball Played by Another Player

It must be known or virtually certain that a player's ball has been played by another player as a wrong ball to treat it as being moved.

For example, in stroke play, Player A and Player B hit their tee shots into the same general location. Player A finds a ball and plays it. Player B goes forward to look for his or her ball and cannot find it. After three minutes, Player B starts back to the tee to play another ball. On the way, Player B finds Player A's ball and knows then that Player A has played his or her ball in error.

Player A gets the general penalty for playing a wrong ball and must then play his or her own ball (Rule 6.3c). Player A's ball was not lost even though both players searched for more than three minutes because Player A did not start searching for his or her ball; the searching was for Player B's ball. Regarding Player B's ball, Player B's original ball was lost and he or she must put another ball in play under penalty of stroke and distance (Rule 18.2b), because it was not known or virtually certain when the three-minute search time expired that the ball had been played by another player.

Verkeerde bal

Elke andere bal dan de bal van de speler, dat wil zeggen anders dan zijn:

  • bal in het spel (hetzij de oorspronkelijke bal hetzij een vervangende bal);
  • provisionele bal (voordat deze is opgegeven volgens Regel 18.3c), of
  • tweede bal bij strokeplay gespeeld volgens Regel 14.7b of 20.1c.

Voorbeelden van een verkeerde bal zijn:

  • De bal in het spel van een andere speler.
  • Een achtergelaten bal.
  • De bal van de speler die buiten de baan ligt of verloren is of is opgenomen en nog niet terug in het spel is gebracht.

 

Interpretation Wrong Ball/1 - Part of Wrong Ball Is Still Wrong Ball

If a player makes a stroke at part of a stray ball that he or she mistakenly thought was the ball in play, he or she has made a stroke at a wrong ball and Rule 6.3c applies.

Terugplaatsen

Het plaatsen van een bal door deze neer te leggen en los te laten met de bedoeling de bal in het spel te brengen.

Als een speler een bal neerlegt zonder de bedoeling deze in het spel te brengen, is de bal niet teruggeplaatst en is deze niet in het spel (zie Regel 14.4).

Wanneer een regel vereist dat een bal wordt teruggeplaatst, dan bepaalt deze regel de specifieke plek waar de bal moet worden teruggeplaatst.

 

Interpretation Replace/1 - Ball May Not Be Replaced with a Club

For a ball to be replaced in a right way, it must be set down and let go. This means the player must use his or her hand to put the ball back in play on the spot it was lifted or moved from.

For example, if a player lifts his or her ball from the putting green and sets it aside, the player must not replace the ball by rolling it to the required spot with a club. If he or she does so, the ball is not replaced in the right way and the player gets one penalty stroke under Rule 14.2b(2) (How Ball Must Be Replaced) if the mistake is not corrected before the stroke is made.

Provisionele bal

Een andere bal geslagen voor het geval dat de bal die de speler zojuist heeft geslagen misschien:

  • Out-of-bounds is.
  • Verloren is buiten een hindernis.

Een provisionele bal is niet de spelers bal in het spel, tenzij deze de bal in het spel wordt volgens Regel 18.3c.

In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Strokeplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij het opneemt tegen alle andere spelers of partijen in de wedstrijd.

In de reguliere vorm van strokeplay (zie Regel 3.3):

  • Is de score van een speler of partij voor een ronde het totaal aantal slagen dat hij of zij nodig heeft om op iedere hole uit te holen (gespeelde slagen en opgelopen strafslagen inbegrepen).
  • Is de winnaar de speler of partij die alle rondes met in totaal het minst aantal slagen uitspeelt.

Andere vormen van strokeplay  met andere methodes om de score te bepalen zijn Stableford, Maximum Score en Par/Bogey (zie Regel 21).

Alle vormen van strokeplay  kunnen worden gespeeld in zowel individuele wedstrijden (iedere speler speelt voor zichzelf) als in wedstrijden met partijen of partners (Foursomes of Four-Ball).

Ernstige overtreding

Bij strokeplay: wanneer het spelen van een verkeerde plaats de speler een beduidend voordeel op kan leveren ten opzichte van het spelen van de juiste plaats.

Bij het maken van de afweging om na te gaan of er sprake is van een ernstige overtreding moeten de volgende factoren worden meegewogen:

  • de moeilijkheidsgraad van de slag;
  • de afstand van de bal naar de hole;
  • de invloed van obstakels op de speellijn, en
  • de omstandigheden die de slag beïnvloeden.

Het begrip ernstige overtreding is niet van toepassing bij matchplay, omdat de speler de hole verliest als hij of zij van een verkeerde plaats speelt.

Verkeerde plaats

Iedere andere plaats op de baan dan waar de speler volgens de regels zijn of haar bal moet of mag spelen.

Voorbeelden van het spelen van een verkeerde plaats zijn:

  • Het spelen van een bal na het terugplaatsen op de verkeerde plek of zonder deze terug te plaatsen als de regels dat vereisen.
  • Het spelen van een gedropte bal buiten de vereiste dropzone.
  • Het volgens een verkeerde regel zodanig ontwijken van een belemmering dat de bal is gedropt op en gespeeld van een plaats die niet is toegestaan volgens de regels.
  • Het spelen van een bal uit een verboden speelzone of vanaf een plek waar een verboden speelzone een belemmering vormt voor de stand van de speler of voor de ruimte van zijn voorgenomen swing.

Het spelen van een bal van buiten de afslagplaats bij het beginnen van een hole of bij het herstellen van deze vergissing is niet spelen van de verkeerde plaats (zie Regel 6.1b).

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Eer

Het recht van een speler om als eerste af te slaan van de afslagplaats (zie Regel 6.4).

Commissie

De persoon of groep verantwoordelijk voor de wedstrijd of de baan.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 1 (uitleg van de rol van de Commissie).

Eer

Het recht van een speler om als eerste af te slaan van de afslagplaats (zie Regel 6.4).

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Eer

Het recht van een speler om als eerste af te slaan van de afslagplaats (zie Regel 6.4).

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Commissie

De persoon of groep verantwoordelijk voor de wedstrijd of de baan.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 1 (uitleg van de rol van de Commissie).

Eer

Het recht van een speler om als eerste af te slaan van de afslagplaats (zie Regel 6.4).

Eer

Het recht van een speler om als eerste af te slaan van de afslagplaats (zie Regel 6.4).

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
In het spel

De status van een spelers bal wanneer deze bal op de baan ligt en wordt gebruikt voor het spelen van een hole:

  • Een bal komt voor het eerst in het spel op een hole:
    • wanneer de speler er een slag naar doet van binnen de afslagplaats, of
    • bij matchplay, wanneer de speler er een slag naar doet van buiten de afslagplaats en de tegenstander de slag niet laat vervallen volgens Regel 6.1b.
  • Die bal blijft in het spel totdat hij is uitgeholed, maar hij is niet langer in het spel:
    • wanneer hij is opgenomen van de baan;
    • wanneer hij verloren is (zelfs als hij stilligt op de baan) of buiten de baan ligt, of
    • wanneer hij is vervangen door een andere bal, zelfs als dat niet is toegestaan volgens een regel.

Een bal die niet in het spel is, is een verkeerde bal.

De speler kan nooit meer dan één bal in het spel hebben. (Zie Regel 6.3d voor de uitzonderingen waarbij een speler meer dan één bal tegelijkertijd mag spelen op een hole.)

Wanneer de Regels verwijzen naar een stilliggende bal of een bal in beweging, betekent dit dat een bal in het spel is.

Wanneer een balmarker is neergelegd om de plek van een bal in het spel te markeren:

  • Is de bal nog in het spel als hij niet is opgenomen.
  • Is de bal in het spel als je bal is opgenomen en teruggeplaatst, zelfs als de balmarker niet is weggenomen.
Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Four-Ball

Een spelvorm met partijen van twee partners, waarbij iedere speler zijn of haar eigen bal speelt. De score van een partij voor een hole is de laagste score van beide partners op die hole.

Een Four-Ball kan worden gespeeld als een matchplaywedstrijd tussen twee partijen van twee partners of als een strokeplaywedstrijd tussen meerdere partijen van twee partners.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Eer

Het recht van een speler om als eerste af te slaan van de afslagplaats (zie Regel 6.4).

Commissie

De persoon of groep verantwoordelijk voor de wedstrijd of de baan.

Zie Commissie Procedures, Hoofdstuk 1 (uitleg van de rol van de Commissie).

Eer

Het recht van een speler om als eerste af te slaan van de afslagplaats (zie Regel 6.4).

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Eer

Het recht van een speler om als eerste af te slaan van de afslagplaats (zie Regel 6.4).

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).

 

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Provisionele bal

Een andere bal geslagen voor het geval dat de bal die de speler zojuist heeft geslagen misschien:

  • Out-of-bounds is.
  • Verloren is buiten een hindernis.

Een provisionele bal is niet de spelers bal in het spel, tenzij deze de bal in het spel wordt volgens Regel 18.3c.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Provisionele bal

Een andere bal geslagen voor het geval dat de bal die de speler zojuist heeft geslagen misschien:

  • Out-of-bounds is.
  • Verloren is buiten een hindernis.

Een provisionele bal is niet de spelers bal in het spel, tenzij deze de bal in het spel wordt volgens Regel 18.3c.

Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Provisionele bal

Een andere bal geslagen voor het geval dat de bal die de speler zojuist heeft geslagen misschien:

  • Out-of-bounds is.
  • Verloren is buiten een hindernis.

Een provisionele bal is niet de spelers bal in het spel, tenzij deze de bal in het spel wordt volgens Regel 18.3c.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Slag en afstand

De procedure en straf die van toepassing is wanneer een speler een belemmering ontwijkt volgens Regel 17, 18 of 19 door het spelen van een bal van de plaats waar de vorige slag is gedaan (zie Regel 14.6).

Het begrip slag en afstand betekent dat de speler:

  • één strafslag krijgt, en
  • terug moet naar de plaats waar de vorige slag is gedaan. Hierbij gaat de afstand gemaakt bij die vorige slag verloren.
Hindernis

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken als de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • Elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat).
  • Elk ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regel 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten (gezien vanuit de hindernis) van die palen op grondhoogte en staan die palen zelf in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnen zelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Provisionele bal

Een andere bal geslagen voor het geval dat de bal die de speler zojuist heeft geslagen misschien:

  • Out-of-bounds is.
  • Verloren is buiten een hindernis.

Een provisionele bal is niet de spelers bal in het spel, tenzij deze de bal in het spel wordt volgens Regel 18.3c.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Afslagplaats

Het gebied waar de speler het spelen van een hole moet beginnen.

De afslagplaats is een rechthoekige strook, twee clublengten diep, waarvan:

  • de voorkant wordt bepaald door de lijn tussen de voorste punten van de door de Commissie geplaatste twee teemarkers, en
  • de zijkanten worden bepaald door de lijnen naar achteren van de buitenste punten van de teemarkers.

De afslagplaats is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Alle andere afslagplaatsen op de baan (zowel op dezelfde hole als op enig andere hole) zijn deel van het algemene gebied.

Provisionele bal

Een andere bal geslagen voor het geval dat de bal die de speler zojuist heeft geslagen misschien:

  • Out-of-bounds is.
  • Verloren is buiten een hindernis.

Een provisionele bal is niet de spelers bal in het spel, tenzij deze de bal in het spel wordt volgens Regel 18.3c.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Provisionele bal

Een andere bal geslagen voor het geval dat de bal die de speler zojuist heeft geslagen misschien:

  • Out-of-bounds is.
  • Verloren is buiten een hindernis.

Een provisionele bal is niet de spelers bal in het spel, tenzij deze de bal in het spel wordt volgens Regel 18.3c.

Matchplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij rechtstreeks tegen een tegenstander of tegenpartij speelt in een onderlinge wedstrijd van een of meerdere rondes:

  • Een speler of partij wint een hole in de wedstrijd door de hole in minder slagen uit te spelen (met inbegrip van gespeelde slagen en strafslagen).
  • De wedstrijd is gewonnen wanneer een speler of partij meer holes voor staat op de tegenstander of tegenpartij dan er nog te spelen zijn.

Matchplay kan worden gespeeld als een één-tegen-éénwedstrijd (waarbij één speler rechtstreeks tegen één tegenstander speelt), een Driebal-wedstrijd of een Foursomes of Four-Ball-wedstrijd tussen partijen van twee partners.

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Slag

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Echter er is geen slag gedaan als de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, als dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c).

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Tegenstander

De persoon tegen wie de speler speelt in een wedstrijd. Het begrip tegenstander is alleen van toepassing bij matchplay.

Algemene straf.

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Strokeplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij het opneemt tegen alle andere spelers of partijen in de wedstrijd.

In de reguliere vorm van strokeplay (zie Regel 3.3):

  • Is de score van een speler of partij voor een ronde het totaal aantal slagen dat hij of zij nodig heeft om op iedere hole uit te holen (gespeelde slagen en opgelopen strafslagen inbegrepen).
  • Is de winnaar de speler of partij die alle rondes met in totaal het minst aantal slagen uitspeelt.

Andere vormen van strokeplay  met andere methodes om de score te bepalen zijn Stableford, Maximum Score en Par/Bogey (zie Regel 21).

Alle vormen van strokeplay  kunnen worden gespeeld in zowel individuele wedstrijden (iedere speler speelt voor zichzelf) als in wedstrijden met partijen of partners (Foursomes of Four-Ball).

Uitgeholed

Wanneer een bal stilligt in de hole na een slag en de hele bal onder het oppervlak van de green ligt.

Wanneer de regels verwijzen naar "uitholen" of "hole uitspelen", betekent dat dat je bal is uitgeholed.

In het speciale geval dat de bal stilligt tegen de vlaggenstok in de hole, zie Regel 13.2c (de bal wordt als uitgeholed beschouwd, indien enig deel van de bal zich onder het oppervlak van de green bevindt).

 

Interpretation Holed/1 - All of the Ball Must Be Below the Surface to Be Holed When Embedded in Side of Hole

When a ball is embedded in the side of the hole, and all of the ball is not below the surface of the putting green, the ball is not holed. This is the case even if the ball touches the flagstick.

Interpretation Holed/2 - Ball Is Considered Holed Even Though It Is Not "At Rest"

The words "at rest" in the definition of holed are used to make it clear that if a ball falls into the hole and bounces out, it is not holed.

However, if a player removes a ball from the hole that is still moving (such as circling or bouncing in the bottom of the hole), it is considered holed despite the ball not having come to rest in the hole.

Strokeplay

Een spelvorm waarbij een speler of partij het opneemt tegen alle andere spelers of partijen in de wedstrijd.

In de reguliere vorm van strokeplay (zie Regel 3.3):

  • Is de score van een speler of partij voor een ronde het totaal aantal slagen dat hij of zij nodig heeft om op iedere hole uit te holen (gespeelde slagen en opgelopen strafslagen inbegrepen).
  • Is de winnaar de speler of partij die alle rondes met in totaal het minst aantal slagen uitspeelt.

Andere vormen van strokeplay  met andere methodes om de score te bepalen zijn Stableford, Maximum Score en Par/Bogey (zie Regel 21).

Alle vormen van strokeplay  kunnen worden gespeeld in zowel individuele wedstrijden (iedere speler speelt voor zichzelf) als in wedstrijden met partijen of partners (Foursomes of Four-Ball).

Four-Ball

Een spelvorm met partijen van twee partners, waarbij iedere speler zijn of haar eigen bal speelt. De score van een partij voor een hole is de laagste score van beide partners op die hole.

Een Four-Ball kan worden gespeeld als een matchplaywedstrijd tussen twee partijen van twee partners of als een strokeplaywedstrijd tussen meerdere partijen van twee partners.